Dillard R.B., Longman III T., Inleiding op het Oude Testament, 2000

Gegevens

Raymond B. Dillard, Tremper Longman III
(Heerenveen: Groen, 2000)
gebonden 584 pp.
ISBN 90-5030-994-1
125,-

Recensie

Wie zich bezighoudt met bijbelstudie, heeft al lang ontdekt dat het belangrijk is te beschikken over een goed inleidingswerk. Meestal moet men dan de toevlucht zoeken tot Engelse of Duitse boeken, aangezien dergelijke werken niet vaak in het Nederlands verschijnen. Alle reden dus om deze (uit het Engels vertaalde) inleiding van Dillard en Longman te verwelkomen.
Het gaat bij dit boek om een zogeheten bijzondere inleiding, dat wil zeggen niet zozeer een bespreking van achtergronden en themas die betrekking hebben op het Oude Testament als geheel, maar een behandeling van elk bijbelboek afzonderlijk. Daarbij wordt telkens niet alleen ingegaan op de klassieke inleidingsvragen van auteurschap, datering, etc., maar wordt ook vrij uitgebreid aandacht gegeven aan de literaire opbouw van het betreffende boek en de theologische boodschap die erin naar voren komt. Deze benadering sluit aan bij de meer recente ontwikkelingen in de bijbelwetenschappen en zorgt voor een nadruk die wat mij betreft zeer welkom is. Wel valt op dat in de bespreking van de theologie het thema van de Goddelijke Strijder erg overheerst, het is duidelijk een stokpaardje van Longman, die over dit onderwerp ooit een monografie heeft gepubliceerd.
De bespreking van een bijbelboek sluit telkens af met het leggen van verbanden met het Nieuwe Testament. Meestal zijn dit nuttige aanvullingen die het betreffende boek meer in de canonieke context plaatsen. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat een aantal verbanden nogal gezocht zijn, bijvoorbeeld over David en Jezus als herder (p.183-184) of het verband tussen Esther of Prediker en het NT (p.245, 315-316).
De auteurs schrijven vanuit de overtuiging dat de bijbel het woord van God is en tonen een eerbied die daarbij past. Dit weerhoudt hen er (gelukkig) meestal niet van kritische vragen op een eerlijke manier te bespreken en mee te nemen in de conclusies, die ik als genuanceerd orthodox zou willen typeren. Zo wordt de Pentateuch toegeschreven aan Mozes, maar is ruimte voor latere toevoegingen (p.105) en wordt Jesaja toegeschreven aan twee auteurs, maar zonder dat het profetisch karakter van een van de delen ontkend wordt (p.340).
Voor degene die verder wil studeren, is het handig dat bij elk bijbelboek een overzicht van commentaren en andere literatuur wordt gegeven, een overzicht dat in de Nederlandse vertaling is aangevuld met meer recente literatuur (de Engelse uitgave verscheen in 1995) en nederlandstalige werken. Overigens heeft de Nederlandse bewerker ook aanvulligen in de lopende tekst aangebracht (tussen vierkante haken). Vaak zijn deze toevoegingen nuttig (bv. p.79-80, 126-127, p.197), een enkele keer ben ik er wat minder gelukkig mee, zoals op p.235, waar wordt gezegd dat het boek Esther inmiddels is gevonden in de handschriften van Qumran. Deze stelling is echter zeker niet onomstreden, aangezien het betreffende handschrift (4Q550) ook wel wordt beschouwd als een Targum op Jesaja.
Het is beslist jammer dat de typografie hier en daar wat onnauwkeurigheden vertoont, die soms vrij storend zijn. Zo wordt in de literatuurvermelding de druk niet altijd op de juiste manier weergegeven, zodat deze niet van het jaartal te onderscheiden is (bv 19754 had moeten zijn 19754, p.73, idem p.136, 150). Regelmatig is de opmaak van hoofd- en tussenkopjes verward (bv. p.83, 109, 144, 191). Ook typfouten als denkenn (p.131), Inrael (p.292) en Verhoeff (p.543 moet zijn: Verhoef), spelfouten als epistomologische (p.26) en beschouwd in plaats van beschouwt (p.216) en afbrekingsfouten als huwelijk-smetafoor (p.45) en vert-aling (p.447) springen nogal in het oog. Verder vallen hier en daar zaken op die stilistisch net wat mooier hadden gekund, zoals deze kan betrekking hebben op of naar (p.25), subjectievere (p.31, beter: meer subjectief), voornaamste actor (p.111, beter: hoofdpersoon), tekstuele transmissiefout (p.252, beter: fout in de tekstoverlevering), zij maakten oorlog onder elkaar (p.346) en kind van de Perzische periode (p.545). In sommige van deze voorbeelden klinkt het Engels naar mijn idee nog teveel door. Hier had de uitgever wel wat meer aandacht aan kunnen besteden.
Maar deze onvolkomenheden wegen niet op tegen de waardering die ik heb voor dit werk. Het zal zeker van nut zijn voor ieder die zich op welke wijze dan ook met bijbelstudie of theologie bezig houdt. Van harte aanbevolen!

Geschreven door drs. M. Rotman

Ga terug naar het overzicht van artikelen.