Profeten en extase
Uit: Studiebijbel Magazine 2.2, 2008
In 1 Samuël stoten we op een aantal teksten waarin een groep profeten - samen met Saul - gedrag vertonen dat als extatisch zou kunnen worden gekenschetst. Dit wat zonderlinge gedrag lijkt haaks te staan op het beeld van de oudtestamentische profeet als gezagdrager binnen de Israëlitische samenleving. In het kader van dit artikel wordt de vraag gesteld of hier werkelijk sprake van extase en of we, op grond van deze teksten, kunnen concluderen dat extase een aanvaard verschijnsel binnen de Israëlitische samenleving was.
De tekst van 1Sam.10:10 en van 1Sam.19:18-24 wekt in de meeste vertalingen de indruk dat we te maken hebben met een groep profeten die zich in geestvervoering bevinden. Deze indruk lijkt te worden onderbouwd door het feit dat Saul zich in 1 Sam.19:24 tijdens zijn geestvervoering van kleding ontdoet. Hebben we hier te maken met een vorm van extase? Wanneer we deze vraag positief beantwoorden, ontstaat de impressie dat oudtestamentische profeten - in ieder geval voor een deel - te beschouwen zijn als personen die ongecontroleerd handelden en tijdens hun werkzaamheden controle over zichzelf verloren. In de oosterse cultuur gold naaktheid als een schande en hier ontdoen profeten zich tegen hun wil van kleding. De vraag is of we hier werkelijk met extase te maken hebben.
Religieuze extase
Het woord extase is afkomstig van het Griekse extasis en duidt in het klassieke Grieks op een lichamelijke toestand waarin men loskomt van de normale gemoedstoestand. In de Bacchanten van Euripides is bekend hoe men in extase levende dieren en rauw vlees at. Hierbij is een moeder in staat haar eigen zoon te verscheuren , terwijl ze zich daarvan niet bewust is.
In het Mesopotamische Mari (18-de eeuw v.Chr.) bestaat de zogenaamde muchu of muchutu, een woord afkomstig van een wortel maxù die ‘gek worden' betekent, wat op een of andere manier moet wijzen op een verandering van de gemoedstoestand tijdens het ontvangen van de boodschap. Dit is de meest voorkomende profetische titel in Mari. Het gedrag kan duiden op zelfverwonding. Overigens is het niet altijd zo dat deze functionaris zich kenmerkt door extatisch gedrag. In twee gevallen is dit echter wel bekend. Een extaticus vraagt een dier van de koning en wil dit levend verslinden. Tegenwoordig vind men nog voorbeelden van extase in de context van het sjamanisme, waarbij de extaticus buiten zichzelf treedt.
Saul en de profeten
De vraag is of het mogelijk is om te zeggen of Samuël, Saul en de profetengroep ervaringen hadden die met het zojuist geschetste gedrag vergelijkbaar waren. Door sommige uitleggers wordt dit betoogd. Er wordt wel gezegd dat vanaf de 11e eeuw v.Chr. dit type profeet dominant was in Israël. Hij zou optrekken met groepen profetenzonen. De leiding lag bij heilige mannen als Samuël. Elia en Elisa, die optraden als wijze, wonderdoener en toekomstvoorspeller. Binnen deze groepen zou trance voorkomen als middel om goddelijke boodschappen door te krijgen. Er zou sprake zijn van trance die zich kenmerkt door een ongecontroleerd, onvrijwillig en onvoorspelbaar karakter. De mannen worden omschreven als specialisten die de trance in zekere zin onder controle hebben. Tijdens deze trance zou de profeet in staat zijn om boodschappen - opgedaan tijdens visioenen - door te geven. We zouden dit tegenkomen bij schriftprofeten als Ezechiël, via 4 Henoch in de intertestamentaire tijd tot in latere vormen van Joodse mystiek. In de vroege periode zou trance worden opgeroepen door muziek (1Sam. 10:5; 2Kon.3:15) en dans (1Kon.18:21). Sommige auteurs suggereren dat - zeker in latere tijd - gebruik werd gemaakt van hallucigene technieken en stoffen. Hier liggen allerlei vooronderstellingen die kunnen hebben geleid tot de stelling dat Samuël, diens profeten en Saul in extase waren. Fokkelman betoogt zelfs dat Saul in 1Sam.19 niet compos mentis (= in het bezit van verstand) is en Samuël niet ziet. In ieder geval heeft dit ertoe geleid dat in veel vertalingen het gedrag van deze profeten wordt geduid als een vorm van extase.
De eerste tekst waarmee we te maken hebben, is 1Sam.10:10-12, waar Saul na zijn geheime zalving in contact treedt met een groep profeten die profeteerde of in extase was. Hun toestand is zo besmettelijk dat Saul hetzelfde gedrag gaat vertonen. In de tweede tekst (1Sam.19), zoekt David een schuilplaats bij Samuël en zijn profeten in Najot. Daar zijn Samuël en zijn profeten aan het profeteren of waren in extase. Hun gedrag werkt zo aanstekelijk dat drie groepen achtereenvolgens in geestvervoering raakten. Wanneer Saul zelf arriveert vertoont hij hetzelfde gedrag en vervolgens ontkleedt hij zich. Teneinde vast te kunnen stellen welk gedrag hier werkelijk wordt vertoond, moeten twee interpretaties nader worden onderzocht.
Saul en de profeten in extase?
De vraag naar het karakter van de groep profeten valt niet goed op taalkundige gronden vast te stellen. De uitdrukking chebel-nebi'im in 10:10 vraagt om een vrij neutrale vertaling in de zin van ‘een groep profeten' en in 19:20 wordt gesproken over een laháqat, wat gewoon als ‘verzameling' valt te vertalen. In het geval van het laatste woord kiezen velen ervoor met de Septuaginta het woord te wijzigen in het vaker voorkomende qühilaT ‘gezelschap'. Er valt op grond van deze informatie weinig te zeggen over de precieze aard van de groep. In 19:20 vernemen we dat de groep zich ophoudt in Najot, een locatie in Rama. Wegens de associatie met het woord dat verwant is met ‘schaapskudde' is het mogelijk dat we hier te maken hebben met een afgegrensde plaats. Interessant is in dit opzicht de Targum die Najot opvat als een Talmoedschool. Een verbinding met een heiligdom blijkt niet uit de tekst, wat betekent dat we in ieder geval in hoofdstuk 19 te maken kunnen hebben met een separaat wonende groep profeten met wie Samuël samenleefde. Over de groep uit hoofdstuk 10 valt dit niet te zeggen. De cynische vraag van vs.12 aan Saul wie hun vader is duidt er waarschijnlijk op dat ze in de wereld van stamverbanden werden ervaren als mensen zonder oorsprong.
In dit kader is de vertaling van 1Sam.10:11 en 1Sam.19:20 van belang. Hoewel over deze en sommige andere plaatsen (zie 1 Kon.18:29) wordt betoogd dat moet worden vertaald met ‘razen' is deze weergave beslist niet zeker. Een vertaling met ‘als profeet spreken' is ook mogelijk (zie Eze.37:10). Daarom valt op grond van de woordbetekenis geen dwingende argumentatie te geven voor het feit dat de tekst hier aangeeft dat we met extatisch profetisch spreken te maken hebben.
Een overweging om aan te nemen dat we hier met extatisch gedrag te maken hebben, ligt in de naaktheid van Saul. Het is mogelijk dat uitsluitend Saul zich ontkleedt. Juist dit gedrag van Saul kan van invloed zijn geweest op de vertaling van het zojuist genoemde werkwoord.
Saul en de profeten profeteren
Het is ook mogelijk de tekst zo op te vatten dat niet primair gesproken wordt over extase in de zin van totale versmalling van het bewustzijn. De tekst uit 1Sam.10 maakt deel uit van het gedeelte over de opkomst van Saul en daarbij gaan enkele zaken vooraf aan het optreden bij de profeten. Eerst ontvangt hij de zalving en wordt zo aan zijn ambt verbonden (vs.1). Daarna voorspelt Samuël een drietal tekenen die aan Saul worden gegeven ter bemoediging, waarvan het profeteren er één is (vs.2). In vers 6 wordt opgemerkt dat de Geest vaardig wordt over Saul. De gebruikte uitdrukking wetsalcha kan ook worden weergegeven met ‘indringen' of ‘krachtig werken' en wordt in Ri.14:6,19 gebruikt om aan te geven dat de Geest op een zodanige wijze in Simson werkt dat hij zijn gedrag verandert. Op een soortgelijke wijze werkt de Geest bij Saul, aangezien Hij hem in staat stelt tot het ambt van het koningschap. In vers 9 wordt ook duidelijk aangegeven dat Saul hierdoor tot een ander mens wordt. Dit is de enige specifieke functie die aan het profeteren van Saul wordt verbonden. Gezien het feit dat vers 5 vermeldt dat hierbij instrumenten aanwezig waren, valt te verdedigen dat God hier wordt aanbeden, terwijl de Geest op indringende wijze aanwezig was. Hoewel het waarschijnlijk is dat hierbij profetieën werden geuit, zegt de tekst niets. Wel is duidelijk dat Saul de werking van de Geest niet kon weerstaan. Dit betekent echter niet dat hij hier door een versmalde bewustzijnstoestand in trance raakte.
De gedwongen naaktheid van Saul (hfst.19) bevat de belangrijkste reden om het profeteren uit hoofdstuk 10 op te vatten als extase. Deze tekst staat in de context van de opkomst van David en de neergang van Saul. Na de zoveelste moordaanslag van Saul op David, moet David definitief vluchten. Nadat hij geholpen is door Michal, trekt hij westwaarts van Gibea naar Rama, de plaats waar Samuël vertoeft. In Najot bij Rama profeteert een groep profeten onder leiding van Saul. Wanneer drie groepen mannen van Saul bij Najot komen, raken ze zo in de ban van de Geest dat ze bij Samuël blijven. Tenslotte gaat Saul zelf naar Najot en daar komt de Geest ook over hem (1Sam.19:23). De kracht van de Geest is dusdanig onweerstaanbaar dat Saul 24 uur op één plaats bleef en zelfs zijn kleding uittrekt.
Bij nadere observatie van de tekst zij opgemerkt dat de drie groepen mannen niet per se naakt hoeven te zijn geweest. Dat ze naakt waren wordt wel betoogd op grond van het ‘ook hij' in vs.24. Het is echter ook mogelijk met de Willibrordvertaling gam weer te geven met ‘zelfs' (vgl.Gen. 20:5; 2 Sam. 9:31), wat als vertaling oplevert: ‘Hij rukte zelfs zijn kleren uit'. Met deze vertaling is het ontkleden beperkt tot Saul. Ook dient in de gaten te worden gehouden dat hier wellicht over het uittrekken van het koningskleed wordt gesproken en dat Saul daarmee het laatste element van koninklijke waardigheid aflegt. Dit alles betekent dat Saul in deze tekst een bijzondere positie inneemt. De Geest dwingt hem tot ongewoon en schandelijk gedrag. Saul wordt, ten overstaan van Samuël en David, publiekelijk vernedert, terwijl God David, de nieuwe koning, beschermt. Terwijl de Here een rechtmatig vorst beschermt en bedauwt met zijn Geest, richt de Geest zich hier tegen Saul. De betekenis van de in 19:24 gebruikte uitdrukking waarin wordt aangegeven dat Saul profeteerde, lijkt aan te sluiten bij hetzelfde woord in 18:10, waar geduid wordt op de razernij van Saul. Vanzelfsprekend kon David door de extase van Saul wegvluchten.
Conclusie
Wanneer we de gegevens uit 1Sam.10:10 en 19:23-24 met elkaar combineren, valt op dat we het hier geschetste profetisch optreden niet hoeven te duiden als extase. Wel is er sprake van een zodanige gegrepenheid door de Geest van God dat mensen die langskwamen vanzelf mee gingen doen met de profeten. Deze participatie kan te maken hebben met aanbidding en het doorkrijgen van woorden van God. Er zijn geen bewijzen dat bij hen verschijnselen optraden die verband hielden met een absolute vernauwing van het bewustzijn zoals deze bij religieuze extase optreedt. Daarom is het onjuist het in 1 Sam.10:6,10 en 19:23-24 gebruikte werkwoord te vertalen met ‘in vervoering raken' en beter de vertaling ‘profeteren' te handhaven. Een specifieke situatie is aanwezig bij Saul in 19:24 waar de wil van Saul zodanig uitgeschakeld was dat hij zijn kleding uittrok. We hebben hier te maken met een situatie waarin God strijdt tegen Saul en hem publiekelijk vernedert. Op grond van deze ene tekst valt geen bewering te doen inzake het reguliere optreden van profeten.
Literatuur
Nicholson, S., Three Faces of Saul, An Intertextual Approach to Biblical Tragedy, JSOTSS 339, Sheffield: Sheffield Academic Press, 2002.
Geschreven door drs. C.C. Stavleu