Er zijn minstens drie hemelen

 

Ten eerste wordt er in de bijbel gesproken over de wolkenhemel, wat bijvoorbeeld blijkt in zinsneden als ‘vogelen des hemels’ (bv. Matt.6:26)  en wolken des hemels’  (bv. Matt.24:30).

Dan is er ook de sterrenhemel. Zo lezen we over de `sterren des hemels’ en de `machten der hemelen’ (bv. Hebr.11:12; Matt.24:29).

En ten derde is er de hemel als `de woonplaats van God’ (2Kor.12:2).

Uit dit gebruik van het woord hemel kunnen we concluderen Jezus en de apostelen zich de hemel van God even plaatselijk en ruimtelijk voorstellen als de wolkenhemel en de sterrenhemel.

Maar hoewel de hemel van God dus lokaal gedacht wordt, mag men toch niet vragen waar deze zich bevindt. Zij is namelijk wel van een andere orde dan de eerste twee. Ze is verborgen en onzichtbaar. Daarom lezen we diverse keren dat de hemel geopend wordt. Zo bijvoorbeeld bij Jezus’ doop in Mat.3:16: ‘Terstond nadat Jezus gedoopt was steeg hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op hem komen’.  En als Stefanus gestenigd wordt zegt hij: `Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de rechterhand van God’.

De hemel van God is dus voor de mens een gesloten boek, tenzij deze voor hem geopend wordt. Voor onze kennis van deze hemel zijn wij dan ook volledig aangewezen op goddelijke openbaring.

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is een beknopte versie van een artikel uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd wekelijks een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor meer verdieping in de Bijbel zult ervaren!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!