Oudsten in de kerk. Welke kerk?

Deel 2 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer spraken we over de oudsten in de synagoge. We zagen dat deze oudsten niet de leidinggevenden in de synagoge waren, maar oudsten van het dorp of de stad. Daarmee waren zij voor veel meer verantwoordelijk dan alleen de plaatselijke synagoge.

Vandaag kijken we naar de kerk in het Nieuwe Testament. Wat bedoelen de apostelen wanneer ze over de ‘kerk’ spreken? Het blijkt dat ze hiermee niet altijd hetzelfde bedoelen. Er is al een halve eeuw een consensus dat het begrip ekklēsia (kerk, gemeente) in het Nieuwe Testament niet twee, maar drie vormen of gestalten kent. Met andere woorden, we komen in het woord ‘kerk’ (ekklēsia) tegen in drie betekenissen:

  1. In aansluiting bij het oudtestamentische woordgebruik wordt het woord gebruikt voor de ‘universele gemeente’ waartoe alle christenen behoren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Efez.1:22-23,
    ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.’
  2. Ten tweede wordt het gebruikt in de betekenis van ‘plaatselijke gemeente’, dat wil zeggen de gemeenschap van alle christenen in een bepaalde plaats of streek. In het begin was er natuurlijk geen onderscheid tussen de universele gemeente en de stadsgemeente te Jeruzalem (bv. Hand.5:11: ‘de gehele gemeente’). Maar al spoedig vernemen we naast ‘de gemeente van Jeruzalem’ (Hand.11:22), ook van een ‘gemeente door geheel Judea, Galilea en Samaria’ (Hand.9:31). Het gaat dan over stads- of streekgemeenten in een bepaald gebied.
  3. Ten derde is er sprake van een ‘gemeente aan huis’. In Rom.16:5 te Rome, in 1Kor.16:19 te Efeze (beide ten huize van Aquila en Priscilla, maar op verschillende tijdstippen), in Kol.4:15 te Laodicea bij zuster Nymfa aan huis en in Filem.2 te Kolosse bij Filemon. Van deze ‘gemeenten die op één plaats samenkomen’ waren er blijkbaar meer in één stad, zoals uit Rom.16:5 op te maken is. Dit is ook het geval in Hand.2:41-47, waar de minstens 3000 gelovigen te Jeruzalem kennelijk in minsten 100 kleine huisgemeenten samenkwamen.

Het is dus van belang dat wanneer we in het NT het woord ‘kerk’ tegenkomen, we uit de context moeten opmaken over welke betekenis het gaat. En als we spreken over oudsten in de kerk, over welke kerkvorm gaat het dan? Over welke ‘kerk’ hebben Paulus en de andere apostelen oudstan aangesteld? De eerste, de tweede of de derde? Dat onderscheid is natuurlijk wel van wezenlijk belang. De volgende keer meer hierover.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!