Oudsten of ouderen?

Deel 3 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

In de eerste bijdrage hebben we gezien dat oudsten in de Joodse synagoge geen functie hadden. Ze waren echter wel de uiteindelijk verantwoordelijken. Het was een collectief van oude wijze mannen die de gemeenschap naar buiten toe vertegenwoordigde. Een oudste hoefde in de synagoge dus geen concrete taak te hebben, maar was wel verantwoordelijk en op leeftijd.

Omdat het begrip ‘oudste’ in het Nieuwe Testament nergens wordt uitgelegd, nemen we aan dat de synagoge model stond voor het accepteren van de term ‘oudsten’ in de christelijke gemeente. Maar is dit functioneren van ‘oudsten’ ook herkenbaar in het Nieuwe Testament?

Vandaag kijken we naar de betekenis van het Griekse woord.

Het bijvoeglijk naamwoord presbuteros betekent (1) ‘ouder, eerbiedwaardiger’, en zelfstandig gebruikt (2) ‘voorouder, voorvader’, en (3) ‘oudste’. Het woord wordt in het Nieuwe Testament breed gebruikt. Het wordt in eerste instantie gebruikt met betrekking tot de leeftijd die iemand in vergelijking met anderen bereikt heeft. Zo betreft het in Luc.15:25 bijvoorbeeld de ‘oudere’ van twee zoons. Het kan ook als zelfstandig naamwoord functioneren, bijvoorbeeld de ‘ouderen’ in het algemeen in tegenstelling tot de ‘jongeren’ (Hand.2:17) of de ‘oudere (man)’ en ‘de oudere (vrouwen)’ in tegenstelling tot de jongere mannen en vrouwen (1Tim.5:1,2).

Ten tweede wordt het gebruikt voor de ‘ouderen’ in vergelijking met de nu levenden, dat wil zeggen de voorouders of voorvaderen (Mat.15:2; Mar.7:3,5; Hebr.11:2).

Ten derde betekent het, in het verlengde van de eerste betekenis, ‘oudste’ als titel voor iemand die een speciale verantwoordelijkheid draagt voor de joodse of christelijke gemeenschap. In de joodse gemeenschap kan het een oudste van een plaatselijke gemeenschap betreffen (bv. Luc.7:3), maar ook een lid van een van de drie groepen waaruit de Hoge Raad in Jeruzalem bestond (bv. Mar.11:27; Luc.20:1).

Wij zien dat de term presbuteros in het NT laat zien dat het woord overeenkomt met het gebruik in de Joodse literatuur. Dit is ook wat we verwacht hadden, omdat de term in het NT nergens wordt uitgelegd. Het betreft een oudere persoon die verantwoordelijk is voor de gemeenschap.

In de volgende bijdragen gaan we de teksten in het NT lezen om een antwoord te krijgen op een andere belangrijke vraag: in welke kerk worden oudsten aangesteld. In de huiskerk? Of over een groep van huiskerken in een bepaalde stad of regio? Of in de universele kerk?

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!