Help – Interliniaire vertaling NT

Het Grieks wordt, evenals het Nederlands, van links naar rechts geschreven. De Griekse tekst en de interlineaire vertaling hebben dan ook dezelfde leesrichting.

Een aantal afspraken met betrekking tot de interlineaire vertaling bij het Nieuwe Testament zijn de volgende:
1. Tussen ronde haken is toegevoegd wat niet woordelijk in het Grieks staat, maar wel in de zin verondersteld wordt of wat voor Nederlandse begrippen in de zin vereist is.
2. Tussen vierkante haken is de vertaling van varianten geplaatst. Varianten zijn echter niet vertaald als het slechts kleine spellingsverschillen betreft of een omzetting van woorden die geen verschil in vertaling veroorzaakt.
3. Niet vertaald wordt:
• het lidwoord bij eigennamen waar in het Nederlands een lidwoord ongebruikelijk is;
• het lidwoord bij combinaties van lidwoord en aanwijzend voornaamwoord waar in het Nederlands alleen een aanwijzend voornaamwoord gebruikelijk is;
• het voegwoord hoti aan het begin van directe rede. Wel is in dergelijke gevallen een dubbele punt (:) opgenomen.

Voor een aantal Griekse woordcombinaties gelden de volgende regels:
1. De vierde naamval in de Griekse constructie van onbepaalde wijs met vierde naamval verschijnt in de vertaling als een eerste naamval (vierde naamval met infinitief – Het Grieks kent een zinsconstructie waarbij een lijdend voorwerp (accusatief) en een infitief (onbepaalde wijs) bij elkaar geplaatst worden (accusativus cum infinitivo). Meer hierover bij grammatica.)

Bijvoorbeeld:

hôste thaumazein autous
zodat zich verwonderen zij (en niet: hen)

 

2. De Griekse absolute 2e naamval verschijnt in de vertaling als een 1e naamval, bijvoorbeeld:
autou legontos
hij zeggend

 

3. In het geval dat in het Grieks een onzijdig woord in het meervoud voorkomt in de eerste naamval en dan gecombineerd wordt met een werkwoordsvorm in het enkelvoud, worden in de vertaling ofwel beide in het meervoud gezet ofwel beide in het enkelvoud, bijvoorbeeld:

 

tauta estin
deze (dingen) Zijn
óf: dat is
maar niet: deze (dingen) is

 

4. Soms staat er in het Grieks een onbepaalde wijs in de tweede naamval om datgene waar het werkwoord voor staat, als doel te presenteren. In zo’n geval is onder het lidwoord tou niet ‘van het’ geschreven, maar ‘om’, bijvoorbeeld:

 

tou pisteusai
om (te) geloven

 

5. Als er meerdere bij elkaar horende woorden in dezelfde naamval staan, dan is een voorzetsel dat de naamval kan aangeven, of een onbepaald lidwoord alleen bij het eerste woord geplaatst, bijvoorbeeld:

 

phonçi megalçi
met (een) stem luide

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!