Kerk en politiek

Deel 4 van 5 van het thema ‘Christen en politiek’ door Gijs van den Brink

 

In het Grieks buiten de sfeer van het NT is ekklesia het gewone woord voor de bijeengeroepen vergadering van alle burgers in een stad, voor politieke doeleinden. In deze zin komen we het tegen in Handelingen 19, waar Lucas spreekt over de ‘volksvergadering’ van Efeze (vs. 32,39,40). Als dit woord in het NT ook gebruikt wordt voor de ‘vergadering’ van gelovigen, de kerk, moeten we dus bedenken dat dit woordgebruik geen religieuze, maar een politieke klank had en primair de feitelijke vergadering, het concrete samenkomen aangeeft.

De eerste christenen kwamen samen in gewone huizen, daar waar men leefde en werkte en men noemde het samenzijn niet de christelijke tempel of de christelijke synagoge, maar men duidde het met de term ekklesia, een politieke term.

Stanley Hauerwas en sedertdien velen na hem nemen Fil.3:20 als uitgangspunt en stellen dat de christelijke gemeenschap geen politieke of sociale strategie hééft, maar ís. Hij ziet de politieke hoofdtaak van de kerk niet in de persoonlijke verandering van de individuele mens of het verbeteren van de maatschappij, maar in het vormen van een model-samenleving, een christelijke gemeenschap als het radicale alternatief. Plaatsen waar mensen trouw zijn in hun relaties, hun vijanden liefhebben, de waarheid vertellen, de armen ondersteunen en zo getuigen van de verbazingwekkende levens-veranderende kracht van God en het nieuwe leven door Jezus Christus. Dit is volgens hen de belangrijkste politieke bijdrage van de kerk aan de wereld. Ik vind dit een prachtige verwoording en toepassing van Fil.3:20 (over de hemelse kolonie), waar we de vorige keer over spraken.

Dan hoor ik iemand denken en zeggen: moeten christenen dan niet proberen de maatschappij te veranderen? Moeten zij dan niet proberen via politieke bestuursfuncties hun verantwoordelijkheid te nemen? Zeker, en die vrijheid is er gelukkig ook in een democratisch land als Nederland. Die vrijheid hebben wij als Nederlands staatsburger, maar die vrijheid was er niet in het Romeinse rijk in de tijd van de apostelen. En die vrijheid is er ook niet in veel landen in onze tijd, zoals China of Iran. Maar de politieke betekenis in de zin van een voorbeeldfunctie kan in alle politieke systemen nagestreefd worden.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 5 beknopte blog over het thema “Christen en politiek” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Burgers en ambassadeurs van Gods Koninkrijk

Deel 3 van 5 van het thema ‘Christen en politiek’ door Gijs van den Brink

 

Een tekst die de laatste 25 jaar veel aandacht heeft gekregen is Fil.3:20.
“Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten” (NBG) of zoals de NBV zegt ‘Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus.’
Paulus heeft het in Fil.3:18-20 over dwaalleraars die leven als god in Frankrijk en helemaal en uitsluitend aards gericht zijn (vs.19). De gelovigen daarentegen gedragen zich helemaal anders. Zij behoren immers niet tot het aardse, zegt hij, maar hebben een ‘burgerschap’ in de hemel. Het woord politeuma ‘burgerschap, (politiek onafhankelijke) gemeenschap, kolonie’ was voor de Filippenzen een bekend begrip. De stad Filippi was een Romeinse kolonie (Hand.16:12) en zelfs een zeer bevoorrechte. De stad mocht zich beroemen in de ius italicum, de ‘Italiaanse wet’, het hoogste voorrecht dat een Romeinse kolonie buiten Italië toegekend kon krijgen. Deze status hield onder meer in dat de burgers van Filippi het Romeinse burgerrecht bezaten en daar waren zij trots op.
Zoals de inwoners van Filippi het burgerschap van Rome bezitten, zo hebben wij als gelovigen het burgerschap van de hemel, waar Christus is (vgl. Gal.4:26; Ef.1:11; 2:6,19: medeburgers, zie ook Kol.3:1-4). Wij wonen dus op deze aarde en daar hebben we ook een nationaliteit van het land waar we geboren zijn. Maar daarnaast behoren we dus bij een hemels koninkrijk en dat burgerschap overstijgt dat van het land op aarde.

Dit betekent niet, dat wij ons uit de wereld moeten terugtrekken. Nee, wij vormen op aarde een kolonie van hemelburgers en vertegenwoordigen het Koninkrijk van Jezus Christus.
Dit wordt ook mooi verwoord door Paulus in 2Kor.5:20 ‘Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen.’ Paulus gebruikt het woord presbeuō, ‘gezant, ambassadeur zijn’. Het woord wordt gebruikt voor het optreden als vertegenwoordiger of ambassadeur van een hogere instantie, vaak de overheid.
In het NT zijn het de gelovigen die ‘als vertegenwoordigers of ambassadeurs optreden’ in het belang van Christus en zo zegt Paulus elders dat hij ‘een ambassadeur is’ in het belang van het Evangelie (Ef.6:19-20). Ook hier vinden we dezelfde gedachte. We wonen wel in Nederland of ander land, maar onze werkelijke identiteit is een andere. We behoren bij en zijn in dienst van Gods Koninkrijk, dat belangrijker is dan welk land op aarde ook maar.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 5 beknopte blog over het thema “Christen en politiek” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!