Geestesgaven en de verspreiding van het Evangelie

Deel 10 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Aangezien de context in de brieven die van de christelijke gemeente is, is het niet vreemd dat we dit aspect daar minder tegenkomen.

Maar in het boek Handelingen is dit anders. In Handelingen lezen we regelmatig over ‘tekenen’ en ‘wonderen’ (Hand.2:43; 5:12; 6:8; 8:6,13; 14:3; 15:12). De genezingen en andere charismata dienen als legitimatie van de prediker en zijn boodschap.

Wonderen en tekenen ondersteunen en bevestigen de boodschap van de apostelen.

In dezelfde lijn spreekt ook Marcus over genezingen: ‘En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.’ (Mar.16:20).

Lucas schrijft over Paulus en Barnabas dat zij ‘vrijmoedig spraken over Gods woord, vol vertrouwen in de Heer, die de verkondiging van zijn genade kracht bijzette door hen tekenen en wonderen te laten verrichten.’ (Hand.14:3).

We zien in het boek Handelingen dat door het zien van genezingen en wonderen mensen tot geloof komen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de genezing van Eneas (Hand.9:32-35) en bij de opwekking uit de dood van Dorcas (Hand.9:37-43).

De gaven van de Geest worden enerzijds gegeven tot opbouw of stichting van de gemeente (1Kor.12:4-11), maar anderzijds ook als legitimatie van de prediker en zijn boodschap (2Kor.12:2).

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 10 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Brede opvatting van geestesgaven

Deel 9 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Vorige keer concludeerden we dat Paulus veronderstelt dat iedere gelovige een gave heeft. De opvatting van Paulus over geestesgaven is heel breed. Hij verstaat hieronder niet alleen de bijzondere geestesuitingen, maar ook de meer gewone menselijke kwaliteiten en talenten.

Bovendien zegt hij in 1Kor.7:7 over zijn ongehuwde staat: ‘Ik zou liever zien dat alle mensen waren zoals ik, maar iedereen heeft van God zijn eigen gave gekregen, de een deze, de ander die.’ Dus ook zijn maatschappelijke positie als celibatair ziet hij als een charisma, een genadegave.

Alles wat een christen uit genade is of mag doen voor de Heer, ziet Paulus als een genadegave (charisma), een uit genade van God ontvangen voorrecht om Hem te dienen. Een hele brede opvatting over charismata dus.

Dan is er nog een vraag: Is de uitstorting van de Geest en zijn de geestesgaven ook van nut voor ongelovigen? We lezen in 1Kor.14 (vers 3,5,12,26) dat de gaven tot opbouw, tot nut van de gemeente moeten zijn. Moeten we dit zo verstaan dat Paulus het nut van de charismata beperkt tot de gemeenschap van gelovigen? Nee, niet echt, want in vers 24-25 spreekt hij over het nut van de gave van profetie voor ongelovigen:

‘Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 9 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!