Jezus Christus in het boek Job

Deel 6 van 7 van het thema ‘Lessen uit het Bijbelboek Job door Gijs van den Brink

 

Wijsheid wordt in Job 28 beschreven als een zelfstandige grootheid. De wijsheid is niet gelijk aan God en ook niet gelijk aan alle andere scheppingswerken. We lezen in Job 28 drie belangrijke kenmerken van de wijsheid. 1. De verborgenheid van de wijsheid (vs. 13,21). Niemand kan haar vinden. 2. De wijsheid wordt alleen door God gevonden of gekend. (vs.23) 3. De wijsheid is betrokken bij de schepping van de wereld. (vs.25-27) Het in details moeilijk te begrijpen laatste vers 27 zegt in ieder geval dat God de wijsheid bij de schepping van de wereld gebruikte.
Het Nieuwe Testament leert ons dat de wijsheid van God een persoon is: Jezus Christus. Hij was volledig verborgen voor de mensen. Hij werd alleen door God gekend. Hij was het door wie God de wereld heeft geschapen. De wijsheid van God is een persoon.
Paulus zegt: ‘Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, Gods kracht en Gods wijsheid’ (1Kor.1:23-24).

Volgende keer: Job als type van Jezus Christus.

Kijk ook: Deel 5 van 7 van het thema ‘Lessen uit het Bijbelboek Job Wat is de kern van Gods wijsheid?

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 7 beknopte blog over het thema “Lessen uit het Bijbelboek Job” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

Ga terug naar het artikeloverzicht

Wat is de kern van Gods wijsheid?

Deel 5 van 7 van het thema ‘Lessen uit het Bijbelboek Job door Gijs van den Brink

 

In het boek Job zegt God tegen tegen de mens: “Wijsheid? Wijsheid is: de Heer vrezen, het kwaad vermijden.”  (28:28).
We zien dat de wijsheid van God twee aspecten omvat. Ten eerste is de wijsheid een instelling, een gezindheid, een drijfveer, namelijk eerbied voor God hebben.  De Heer vrezen, ontzag voor God hebben. Waar leef je voor? Wat is het grote doel in je leven?
God vrezen in plaats van bang zijn of je zelf wel genoeg aan je trekken komt. Wordt de Here God door mijn leven geëerd zoals Hij graag wil? Wijsheid in de ogen van God is dus: Hem de eerste plaats geven, Hem liefhebben boven alles. Wijsheid is primair een gezindheid, niet meer en niet minder.
Ten tweede is de wijsheid ook een leefwijze: ‘het kwaad vermijden’. Het kwade mijden in plaats van voortdurend compromissen bedenken. Compromissen tussen wat je zelf wilt en wat God wil. Dat loopt nooit goed af. Het gaat in het geloof niet in de eerste plaats om wat  je gelooft, om je geloofsbelijdenis of je Bijbelkennis. Het gaat Hem erom hoe je leeft vanuit je geloof, om de geloofspraktijk. ‘Wie mijn woorden hoort en ze doet …’ zegt Jezus (Mat.7:24). Het gaat erom dat wij in onze leefwijze op Jezus Christus lijken. Wijsheid wordt niet zichtbaar in je kennis, maar in je levenswijze.

Volgende keer: Jezus Christus in het boek Job.

Kijk ook: Deel 4 van 7 van het thema ‘Lessen uit het Bijbelboek Job Gods wijsheid als antwoord op alle vragen

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 7 beknopte blog over het thema “Lessen uit het Bijbelboek Job” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

Ga terug naar het artikeloverzicht

Westerse vooruitgangsgeloof en corona crisis

Deel 6 van 6 van het thema ‘Lessen uit Openbaring 8 door Gijs van den Brink

 

Het valt op dat de eerste bazuinoordelen in Openbaring 8 worden gekenmerkt door milieurampen. Als er iets is waarin de tweede helft van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw zich onderscheidt, is het wel door milieurampen. De Duitse theoloog Moltmann spreekt over een ecologische zelfmoord van de mensheid. De oordelen van God zijn geen wereldvreemde gebeurtenissen. Oordelen van God hebben te maken met de gevolgen van de zonde van de mensen. Bij milieurampen is de relatie tussen zonde en oordeel heel duidelijk.

We moeten niet proberen via de corona crisis of natuurrampen te duiden waar we ons bevinden op Gods tijdspad richting eindtijd. Bijbelse profetie is geen foto, maar een schilderij. In het boek Openbaring gaat het van ‘zegels’ naar ‘bazuinen’ naar ‘schalen’, een aaneenschakeling van crises die de wereld zullen treffen. God openbaart aan ons dat de wereld in zijn huidige vorm via toenemende crises tot een einde zal komen.

Het idee dat deze wereld zich in alle geleidelijkheid altijd maar verder zal ontwikkelen in een opgaande lijn, is een mythe. Het alomtegenwoordige westerse vooruitgangsgeloof is vooral gebaseerd op een vast geloof in de moderne wetenschap. Dat deze wetenschap haar grenzen heeft wordt ook in de huidige corona crisis pijnlijk duidelijk. Het boek Openbaring laat ons zien dat de wereld in een steeds grotere crisis terechtkomt. Met meer dood en verderf en vernietiging.

Tegelijkertijd is er geen boek dat het behoud van de aarde krachtiger verkondigt dan het boek Openbaring. Het uitzicht dat ons wordt gegeven is de wederkomst van Christus (Op.19:11vv.) gevolgd door een rijk van volkomen heil en vrede op aarde (Op.20:1vv.) en daarna een nieuwe hemel en aarde.

Het boek Openbaring geeft een krachtig getuigenis dat de aarde niet vergaat, maar wordt behouden en omgevormd tot een nieuwe aarde van vrede en gerechtigheid (Op.21-22).

Volgende keer gaan we verder met een nieuwe serie blogs : deel 1 van 7 van het thema ‘Lessen uit het boek Job’: Strijd tussen God en Satan

Kijk ook: Deel 5 van 6 van het thema ‘Lessen uit Openbaring 8  ’: Een derde van alle water vergiftigd

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 6 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring 8” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Ik kwam in geestvervoering

Deel 2 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer zagen we dat Openbaring een boek vol met visioenen is die niet altijd gemakkelijk te begrijpen zijn.

Nu willen we stilstaan bij de geestelijke ervaring waarbij Johannes zijn visioenen kreeg. Hij vertelt er zelf iets over.

In Op.1:10 zegt hij (letterlijk vertaald) ‘ik geraakte in de geest (egenomēn en pneumati, van ginomai, ontstaan, worden) op de dag des Heren; en ik hoorde achter mij ….’.

Hij zegt niet ‘ik was in de geest’, maar ‘ik geraakte in de geest’. We lezen dit ook in 4:2 (vgl. ook 17:3 en 21:10). Het gaat om de geestelijke ervaring die Petrus en Paulus beschrijven als ‘ekstasis’,  zinsverrukking of geestvervoering (Hand 11:5; 22:17). Wat Johannes ondergaat is een vorm van profetische extase, waardoor hij ‘in (de) geest’ in de hemel aanwezig is (4:1, vgl. Paulus, 2Kor.12:2-5).

Verder lezen we in het boek ongeveer 50 keer ‘ik zag’ en ongeveer 25 keer ‘ik hoorde’. Het is duidelijk dat visioenen en audities (het horen van stemmen en geluiden) de wijze zijn waarop Johannes zijn openbaringen ontving.
Maar betekent dit nu dat zijn wil en verstand waren uitgeschakeld? Blijkbaar niet, want we zien een interactie tussen een bewust aanwezige Johannes en wat in het visioen gebeurt. Johannes reageert emotioneel op wat hij ziet en hoort. Bijvoorbeeld in 5:4 moet hij erg huilen als hij merkt dat niemand de boekrol in de hand van God kan openen. Ook geeft hij antwoord op vragen die hem in het visioen gesteld worden (7:13-14). Dit alles zien we overigens ook bij de profeten in het OT. Ze zien visioenen en horen stemmen bij volle bewustzijn (Jer.1:11; Eze.10:15; 43:3; Dan.9:21; Am.7:8).

Zo gaat bijvoorbeeld in Openbaring 11:4 een visionaire toestand, waarin God of een engel tot Johannes spreekt over in een profetische rede waarin Johannes zelf aan het woord is.

Waarom het Boek Openbaring zoveel moeilijker te begrijpen is als het evangelie of de brieven komt door de visioenen. Johannes doet moeite om wat hij ziet en hoort te beschrijven voor zijn hoorders.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Geestesgaven en de verspreiding van het Evangelie

Deel 10 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Aangezien de context in de brieven die van de christelijke gemeente is, is het niet vreemd dat we dit aspect daar minder tegenkomen.

Maar in het boek Handelingen is dit anders. In Handelingen lezen we regelmatig over ‘tekenen’ en ‘wonderen’ (Hand.2:43; 5:12; 6:8; 8:6,13; 14:3; 15:12). De genezingen en andere charismata dienen als legitimatie van de prediker en zijn boodschap.

Wonderen en tekenen ondersteunen en bevestigen de boodschap van de apostelen.

In dezelfde lijn spreekt ook Marcus over genezingen: ‘En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.’ (Mar.16:20).

Lucas schrijft over Paulus en Barnabas dat zij ‘vrijmoedig spraken over Gods woord, vol vertrouwen in de Heer, die de verkondiging van zijn genade kracht bijzette door hen tekenen en wonderen te laten verrichten.’ (Hand.14:3).

We zien in het boek Handelingen dat door het zien van genezingen en wonderen mensen tot geloof komen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de genezing van Eneas (Hand.9:32-35) en bij de opwekking uit de dood van Dorcas (Hand.9:37-43).

De gaven van de Geest worden enerzijds gegeven tot opbouw of stichting van de gemeente (1Kor.12:4-11), maar anderzijds ook als legitimatie van de prediker en zijn boodschap (2Kor.12:2).

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 10 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren

Deel 3 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Na zijn opstanding zegt Jezus tegen zijn discipelen:

‘‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. (Hand.1:4)

Ze moesten wachten in Jeruzalem en niet terugkeren naar hun geboortestreek Galilea. En dat laatste  lag toch voor de hand!? Waarom Jeruzalem niet verlaten? Wachten op de komst van de Heilige Geest.

Het zal over een paar dagen gebeuren, zegt Jezus in Hand.1:5. Wist hij dat dit op het Pinksterfeest zou zijn? Wát zal er dan gebeuren? Ook dat wordt door Jezus duidelijk gezegd:

Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ (Hand.1:8).

En dan komt de dag van het Pinksterfeest. Hand.2:1-4.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

En dan komt Petrus naar voren en zegt: Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël (Hand. 2:16).

Het pinkstergebeuren was geen eenmalige gebeurtenis, maar blijft zich herhalen. Het gebeurt nog eens in Samaria wanneer Petrus en Johannes daar komen (Hand.8) en ook weer in het huis van Cornelius in Caesarea, een Romeinse centurio, een hoofdman over honderd (Hand.10).

Wat hebben we tot nu toe gezien? Ten eerste dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart. Het laatste wordt ook wel zijn wederkomst in de Geest genoemd.

Ten tweede zien we dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben.

Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

De volgende keer meer over deze overeenkomst tussen Jezus en ons als gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De Geest en de bediening van Jezus

Deel 2 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer lazen we over de belofte van de Heilige Geest in het OT en concludeerden we dat de Geest in het leven van de Messias een cruciale fundamentele rol zal spelen. En dat is precies wat we zien in het leven van Jezus als we het NT lezen.

De engel zegt tegen Jozef wanneer Maria zwanger is:
Mat.1:20 ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
Dus Jezus is geboren uit Maria, maar verwekt door de Heilige Geest.

En ook bij de volgende belangrijke gebeurtenis in Jezus’ leven, zijn doop, heeft de heilige Geest een centrale rol.
We lezen in Mat.3:16-17 het volgende: ‘Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde.

Hierna begint de openbare bediening van Jezus, een bediening van verkondiging, maar ook van verlossing, bevrijding en genezing.
En hoe gebeurt die bevrijding? Jezus zegt: ‘als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.’ (Mat.12:28)
Dus ook in zijn openbare bediening speelt de heilige Geest een essentiële rol.

In het evangelie naar Johannes bereidt Jezus zijn leerlingen voor op zijn vertrek. Hij spreekt veel met hen over de andere Trooster, de andere Helper die zal komen nadat hij is heengegaan. Hij zegt: ‘Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere helper [pleitbezorger] te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid.’ (Joh.14:16; vgl. 14:26; 15:26; 16:7)
Niet alleen zegt Jezus dat ook na zijn vertrek de heilige Geest centraal zal blijven staan, maar ook blijkt nergens in het NT duidelijker dan hier dat de heilige Geest een persoon is.

We zien dus dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart.
De volgende keer meer over de Geest na de opstanding van Jezus.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in brieven van Jakobus, Petrus en Johannes

Deel 8 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

In de vorige bijdragen zagen we hoe oudsten functioneerden in het boek Handelingen en in de pastorale brieven Timoteüs en Titus.

In de overige boeken van het Nieuwe Testament komen de oudsten, hoewel minder pregnant, nog voor in de brieven van Jakobus, Petrus en Johannes. We zullen de plaatsen kort bespreken en zien of ze passen in het beeld dat we tot nu toe hebben gekregen.

In Jak.5:14 lezen we dat zieken worden aangemoedigd de oudsten van de gemeente te roepen en voor zich te laten bidden. Omdat Jakobus niets zegt over de kerkstructuur, weten we niet of hij met ‘gemeente’ de huisgemeente bedoelt of de stadsgemeente. Beide is mogelijk. In het eerste geval spreekt Jakobus over oudere, wijze, gerespecteerde broeders (vgl. 1Tim.5:1). In het tweede geval over leiders van de gemeente op stads- of streekniveau.

Ook Petrus spreekt in zijn brief over ‘oudsten’ en noemt zichzelf ‘medeoudste’ (1Pet.5:1,5). In lijn met het joodse gebruik gaat het bij een ‘oudste’ blijkens de tegenstelling met ‘jongeren’ (vs.5) om een oudere wijze gelovige, wiens leiding men moet respecteren en volgen.  Maar ook in de Petrusbrief is de gemeentestructuur niet duidelijk beschreven en we weten daarom niet hoe een ‘oudste’ hier precies functioneert.

Dan hebben we nog het gebruik van ‘oudste’ door de apostel Johannes. Hij gebruikt de term in de aanhef van twee van zijn brieven om zichzelf aan te duiden: de oudste aan … (2Joh.1; 3Joh.1).  Uit het gegeven dat hij dit in twee brieven doet aan een verschillende groep gelovigen, blijkt dat hij met ‘oudste’ een waardigheid aangeeft die niet tot één (huis)gemeente beperkt is. Hij is dé (bekende) oudste, de apostel, die in meerdere gemeenten groot respect en gezag genoot.  Dit komt overeen met het gebruik van de term in de joodse gemeenschap en ook met wat we tot nu toe zagen, dat de term oudste pas gebruikt gaat worden waar sprake is van de gemeente op stads- en streekniveau. Er is ook hier geen indicatie dat we aan een functie moeten denken.

In de volgende en laatste bijdrage over oudsten in het NT zullen we met een afsluitende conclusie komen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 8 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Efeze

Deel 6 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Eerder zagen we hoe ‘oudsten’ functioneerden in de christelijke gemeente in Jeruzalem en Antiochië. Het zijn geen oudsten van één plaatselijke gemeente, maar oudsten voor de hele stad, voor alle gelovigen verspreid over meerdere huiskerken. En dat waren in Jeruzalem wel 5000 gelovigen verspreid over minstens 150-165 huiskerken. Vandaag kijken we naar de situatie in Efeze in Klein Azië, het huidige Turkije.

Met betrekking tot de stad Efeze is in het boek Handelingen het zelfde onderscheid tussen de gemeente ‘aan huis’ en de gemeente ‘per stad’ aan de orde (Hand.20:17). Vanuit Milete stuurde Paulus een boodschap naar Efeze om de oudsten van de gemeente bij zich te roepen. Het gaat hierbij in het woordgebruik van Lucas evenals bij de gemeente van Jeruzalem’ (Hand.11:22), en ‘de gemeente door geheel Judea, Galilea en Samaria’ (Hand.9:31) om de hele stadsgemeente. En het is in deze wereldstad Efeze, evenals in Antiochië, niet aannemelijk dat de christelijke gemeente in deze fase nog maar uit enkele tientallen christenen bestaat. Er is ook hier ongetwijfeld sprake van meerdere huisgemeenten. En Lucas spreekt dus over de gezamenlijke oudsten van een stadsgemeente, die uit meerdere huisgemeenten bestond.

Ook hier worden de oudsten (overeenkomstig de joodse status van oudsten) niet aangesteld, ze blijken er al te zijn en even later laat Lucas Paulus zeggen: ‘Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders (episkopoi, opziener) heeft aangesteld om de kerk van God  te weiden’ (20:28). Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat in iedere huisgemeente de huisvader of huiseigenaar de gastheer of gastvrouw van de gemeente was (opziener genoemd?) en verantwoordelijk was voor de gemeente aan huis. Gezamenlijk worden ze de ‘oudsten’ van de stadsgemeente Efeze genoemd, omdat ze leiding geven aan de diverse huisgemeenten waaruit de kerk te Efeze bestond.
De volgende keer meer over de situatie in Efeze in de brief aan Timoteüs.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Antiochië

Deel 5 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer zagen we hoe ‘oudsten’ functioneerden in de christelijke gemeente in Jeruzalem. Het zijn geen oudsten van één plaatselijke gemeente, maar oudsten voor de hele stad, voor alle gelovigen in Jeruzalem. En dat waren wel 5000 gelovigen verspreid over minstens 150-165 huiskerken. Hoe was dat in steden en gebieden buiten Israël? Vandaag kijken we naar Antiochië in Syrië.

In Hand.14:23 gaat het over oudsten in Antiochië. Is de situatie hier te vergelijken is met die in Jeruzalem? In 14:23 zegt Lucas dat Paulus en Barnabas in allerlei plaatsen oudsten aanstelden of bevestigden kat’ ekklēsian (per gemeente). Dit staat in contrast met het elders gebruikte kat’ oikon (per huis, bijvoorbeeld in 2:46, Jeruzalem en 20:20, Efeze).

De omschrijving van de gemeente in 13:1 wijst er op dat Lucas hier spreekt over de Antiocheense gemeente in haar geheel en dat de daar genoemde profeten en leraren een erkenning genoten bij de hele gemeente. Ook de beschrijving van de werkzaamheden in Antiochië in Hand.11:19vv wijst in deze richting, namelijk dat al ten tijde van Paulus en Barnabas deze gemeente uit meerdere huisgroepen bestond (zoals in Jeruzalem). In een paar verzen wordt tot driemaal toe herhaald dat hier een groot aantal mensen tot geloof kwam (vs.21, 24, 26). Als Lucas in Jeruzalem over aantallen spreekt heeft hij het over 3000 en 5000 personen (2:41; 4:4). Het is daarom onmogelijk dat hij met een ‘groot aantal’ in Antiochië niet meer dan dertig, veertig personen zou bedoelen. Het is dan ook heel aannemelijk dat de in 13:1 genoemde mannen leiders van verschillende huisgemeenten zijn en dat zij gezamenlijk het leiderschap vormden wanneer de gelovigen te Antiochië kat’ ekklēsian bij elkaar kwamen. We mogen dus aannemen dat met ‘gemeente’ in 14:23 niet de huisgemeente bedoeld is, de gemeente die op één plaats samenkomt, maar de stadsgemeente, de gemeente in de zin van alle gelovigen in die stad. Over die stadsgemeente worden oudsten bevestigd.

Er is nog een tweede reden waarom Hand.13:1 van belang is om de werkzaamheden in 14:23 te begrijpen. In Hand.13 worden Paulus en Barnabas zelf uitgezegend onder handoplegging met bidden en vasten. In 14:23 gebeurt dit ook, maar nu zijn zij degenen die anderen de handen opleggen en zegenen. Deze sterke overeenkomst helpt ons ook om het woord cheirotoneo dat een heel breed betekenisveld heeft (kiezen [met handopsteking], selecteren, nomineren, aanwijzen, aanstellen, bevestigen [onder handoplegging])  hier op de juiste wijze te begrijpen. Tegen de joodse achtergrond van de plaats van oudsten als gerespecteerde wijze mannen binnen de gemeenschap, moeten we hier denken aan bevestigen en inzegenen, d.w.z het aan de Heer opdragen van deze mannen in hun verantwoordelijkheid van ‘oudsten’ van de christelijke gemeenschap op stadsniveau. De ‘oudsten’ worden dus niet gekozen of aangesteld, maar zijn vanwege hun leeftijd, status en bijdrage aan de gemeente naar voren gekomen en dat wordt nu door de rondreizende apostelen bevestigd.  Zoals Paulus en Barnabas zelf aan de Heer waren opgedragen voor hun reis, zo vertrouwen zij nu op hun beurt anderen toe aan de genade van God.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Kreta en de wereldstad Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Jeruzalem

Deel 4 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer eindigden we met de vraag: in welke kerk worden oudsten aangesteld. In de huiskerk? Of over een groep van huiskerken in een bepaalde stad of regio? Of in de universele kerk?

De eerste keer dat er wordt gesproken over verantwoordelijke oudsten in de christelijke gemeente is in Hand.11:29-30: ‘De leerlingen besloten dat de broeders en zusters in Judea ondersteund moesten worden. Ze droegen elk naar vermogen bij en lieten hun gift door Barnabas en Saulus naar de oudsten brengen’. Er wordt hier gesproken over de aanwezigheid van (christelijke) ‘oudsten’ in Jeruzalem.

Het is opmerkelijk dat er niet meer alleen over de apostelen wordt gesproken (vgl. 4:34,37), maar ook over ‘de oudsten’. Enerzijds behoren de apostelen natuurlijk ook tot ‘de oudsten’. Petrus noemt zichzelf  bijvoorbeeld ‘medeoudste’ (1Petr.5:1) en ook de apostel Johannes noemt zichzelf ‘oudste’ (2 Joh.1). Anderzijds blijkt uit Hand.15:2,4,6,22,23; 16:4 dat er naast de apostelen ook oudsten waren, waarvan Jakobus, de broer van Jezus, de eerste was (vgl. 15:13; 21:18; Gal.2:9).

Over de aanstelling van deze oudsten bericht Lucas ons niet. Waarom dit niet gebeurt wordt duidelijker als we beseffen dat het bij de gemeente in Jeruzalem niet om een gemeente gaat die op één plaats samenkomt (een samenkomst aan huis of in een zaal), maar om de stadsgemeente in de zin van alle gelovigen in Jeruzalem.

 

Netwerk van dagelijkse samenkomsten

Hier moeten we iets zeggen over de structuur en aard van de gemeente in Jeruzalem. Het was een netwerk van kleine gemeenschappen met dagelijkse samenkomsten. In Hand.2:46 lezen we: ‘Elke dag kwamen ze [de gelovigen] trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde’ (zie ook Hand. 1:13; 4:32-35; 5:42; 12:12).

De gelovigen in Jeruzalem ontmoetten elkaar dagelijks aan huis. Wat ze dan deden lezen we in vers 42: ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed’.

Op grond van archeologisch onderzoek mogen we aannemen dat er gemiddeld 30 mensen per huis konden samenkomen. In dat geval betreft het dus minstens 165 huizen, want er waren in Jeruzalem en omstreken 5000 gelovigen (Hand. 4:4).

Wanneer we in het boek Handelingen dus lezen over ‘oudsten’ in Jeruzalem, die samen met de apostelen worden genoemd, betreft het dus de verantwoordelijke oudsten van een stadsgemeente ofwel van alle gelovigen in Jeruzalem en omstreken. Het gaat hier niet over oudsten van één lokale (huis)kerk.

Tegen de achtergrond van de oudsten in de joodse gemeenschap hoeven we er niet aan te twijfelen dat ook in de christengemeenschap van Jeruzalem de oudsten die hier genoemd worden de meest gerespecteerde oudere broeders zijn uit diverse huisgemeenten.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Antiochië, Kreta en Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!