Kerk als minderheid

Deel 12 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring door Gijs van den Brink

 

In het boek Openbaring is de kerk een minderheid is in een niet christelijke omgeving. Daar kan de kerk in de 21e eeuw zich aan spiegelen. De tijd van christendom en christelijke overheden is voorbij. De tijd van de overheid als vader en voorbeeld voor de burgers is voorbij. De gemeente in Openbaring is een gemeenschap van christenen die lijdt in de wereld, maar leeft vanuit de hoop op de wederkomst.
De kerk is een gemeenschap die een eerste vrucht en proefpolder is van de nieuwe schepping. Aan de gemeenschap van christenen zou te zien moeten zijn wat Gods bedoeling is met de wereld.
Hoe ziet het geestelijk leven van zo’n gemeenschap eruit? De brieven aan de zeven gemeentes hebben als doel om te komen tot een gemeenteleven dat in balans is.

Het doel is:
Een kerk die niet alleen in de leer zuiver blijft, maar ook de eerste liefde bewaart (Efeze).
Een kerk die niet bang is voor het lijden (Smyrna).
Een kerk waar leden hun medegelovigen liefhebben, maar niet hun zondige daden accepteren (Pergamum).
De kerk die goede werken blijft doen, maar ook de slechte werken bespreekbaar maakt en uitbant (Tyatira).
Een kerk waar de gelovigen niet alleen in naam christen zijn, maar in de praktijk (Sardes).
Een kerk die trouw is in het kleine zal grote dingen gaan zien (Filadelfia).
Een kerk die zich bekeert van lauwheid en materialisme (Laodicea).

De bekende Amerikaanse theoloog en ethicus Hauerwas heeft gezegd: de kerk heeft geen programma of strategie, maar is een programma, is een sociale strategie. De kerk moet zich primair toeleggen op het kerk-zijn, er zijn voor God, voor elkaar en voor de naaste.

 

Kijk ook: Deel 11 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’: Openbaring: Een netwerk van kleine kerken

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 12 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Openbaring: Door crisis naar behoud van de aarde

Deel 10 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring door Gijs van den Brink

 

Openbaring leert dat de wereld in zijn huidige vorm tot een einde zal komen. Dat de huidige wereld zich in alle geleidelijkheid altijd maar verder zal ontwikkelen in een opgaande lijn, is een mythe. Het is het alomtegenwoordige westerse vooruitgangsgeloof. Dit vooruitgangsgeloof is in de plaats gekomen van het geloof in God die zijn plan voor de aarde in de Bijbel aan ons heeft geopenbaard.

Het boek Openbaring laat ons zien dat de wereld in een steeds grotere crisis terechtkomt. Met meer dood en vervuiling en vernietiging. De zeven zegels in Op.6 brengen Gods plan ten uitvoer dat Hij heeft voor de tijd tussen hemelvaart en wederkomst. Daarna volgen de zeven bazuinen in Op.8, die plaatsvinden tegen het einde van die periode. Bij de zeven bazuinen is er nog een mogelijkheid van bekering. Wanneer blijkt dat de bazuinen niet het gehoopte resultaat bewerken, volgen de schalen, waarin Gods toorn wordt voleindigd (Op.16). De zegels openen de oordelen, de bazuinen kondigen aan. De schalen zijn de pannen waarin het oordeel zelf ligt en waaruit het direct wordt uitgegoten.

Bij de bazuinen is er nog mogelijkheid tot bekering en wordt het oordeel nog niet voltrokken. Barmhartigheid is daar nog sterker. Maar bij de schalen is er niets meer wat het oordeel tegenhoudt. De crisis op aarde wordt steeds groter en de oordelen worden steeds grimmiger. Bij de schalen in hoofdstuk 16 volgen de plagen elkaar snel op en sparen niemand meer. De crisis op aarde bereikt een climax.

Maar op het hoogtepunt van de crisis op aarde komt Jezus Christus terug (Op.19:11vv) en na een hevige eindstrijd tussen Christus en het beest (antichrist), die door de Here Jezus wordt gewonnen komt er vervolgens vrede op aarde onder Zijn heerschappij.

Met een tussenrijk op aarde van duizend jaar gevolgd door een nieuwe hemel en aarde geeft het boek Openbaring in het Nieuwe Testament het meest krachtige getuigenis dat de aarde niet vergaat, maar wordt omgevormd en behouden (Op.20-22).

 

Kijk ook: Deel 9 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’: Bekering van Israël

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 10 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

StudieBijbel magazine aanbiedingen

We hebben nu een aanbieding waarbij u 4 magazines uit het jaar 2013, 2014, 2015 of 2016 ontvangt voor de prijs van € 14,95 (dit is inclusief verzendkosten)

Bestel hier uw serie magazine uit 2013
Bestel hier uw serie magazine uit 2014
Bestel hier uw serie magazine uit 2015
Bestel hier uw serie magazine uit 2016

Het Studiebijbel-magazine is een populair bijbelwetenschappelijk kwartaalblad voor mensen die meer willen weten over de achtergronden van de Bijbel. Een blad dat je inzicht geeft, intrigeert, uitdaagt om verder te denken, geschreven door gerenommeerde auteurs van de Studiebijbel. De uitgaven zijn zowel los verkrijgbaar als in abonnementsvorm.

In abonnementsvorm kost dit blad € 22,50

Ga terug naar het nieuwsoverzicht

Lessen uit Openbaring: Symbolische uitleg

Deel 3 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

Het boek Openbaring is een moeilijk boek. In eerdere blogs zagen we dat dit komt, omdat het boek vanaf hoofdstuk vier een aaneenschakeling van visioenen bevat. De beelden zijn vaak moeilijk te begrijpen.
Een andere moeilijkheid is hoe we het boek moeten lezen? Als een profetie over wat in de toekomst zal gebeuren of zuiver geestelijk en symbolisch? We kunnen voornamelijk twee hoofdstromen onderscheiden, de symbolische of idealistische uitleg en historische interpretaties. De eerste bespreken we hier.

De symbolische visie, ook wel de Alexandrijnse genoemd heeft de kerk te danken aan kerkvader Origenes uit Alexandrië (3e eeuw). Zijn volgeling, de al eerder genoemde Dionysius van Alexandrië (gest. 265), leest het boek Openbaring als een aaneenschakeling van tijdloze allegorieën, een soort symbolen of metaforen. Bij de idealisten gaat het niet over concrete gebeurtenissen, maar over principes.

Men spreekt over de strijd tussen het Koninkrijk van God en het kwaad. Zo is het ‘Beest’ in Op.13 bijvoorbeeld niet een historische persoon of instantie, maar een beeld van de macht van satan. En de strijd bij Harmageddon is niet iets wat op aarde gebeurt, maar een ideologisch conflict tussen geloof en ongeloof. Zoals Origenes het OT vergeestelijkte, zo vergeestelijken de idealisten het boek Openbaring.

Na Constantijn de Grote in de 4e eeuw n.Chr. toen het christendom staatsgodsdienst werd, is deze uitleg in de traditionele staatskerken het meest geliefd geworden, want de kerk had geen behoefte meer aan een vertroosting voor moeilijke tijden. Men zag niet langer vol verlangen uit naar een spoedige komst van Christus. En er was zeker geen behoefte aan een visie waarbij de overheid het kwaad vertegenwoordigt!

Met de meerderheid van nieuwtestamentische exegeten wijzen we de grondgedachte van de idealistische uitleg af. Johannes is een profeet als de oudtestamentische profeten en evenals zij spreekt hij concreet over de geschiedenis van God met Zijn volk en de wereld. Zo concreet als Jeremia de ballingschap voorzag, zo concreet spreekt Johannes over de verschijning van de antichrist (het ‘beest’ Op.13) en de komst van Christus om te oordelen (Op.19). Als het laatste, de komst van Christus, wel historisch bedoeld is, zou dan het voorlaatste niet historisch bedoeld zijn?

Dit staat los van de vele symboliek die er in het boek voorkomt en dat je de beelden uit de visioenen natuurlijk niet letterlijk kunt nemen. Dit hebben we eerder al gezien. Dit geldt ook voor getallen als 144.000, 7 of 10. De kernvraag is voortdurend hoe beelden en gebeurtenissen zich verhouden.

 

De volgende keer bespreken de historische interpretatie.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Brede opvatting van geestesgaven

Deel 9 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Vorige keer concludeerden we dat Paulus veronderstelt dat iedere gelovige een gave heeft. De opvatting van Paulus over geestesgaven is heel breed. Hij verstaat hieronder niet alleen de bijzondere geestesuitingen, maar ook de meer gewone menselijke kwaliteiten en talenten.

Bovendien zegt hij in 1Kor.7:7 over zijn ongehuwde staat: ‘Ik zou liever zien dat alle mensen waren zoals ik, maar iedereen heeft van God zijn eigen gave gekregen, de een deze, de ander die.’ Dus ook zijn maatschappelijke positie als celibatair ziet hij als een charisma, een genadegave.

Alles wat een christen uit genade is of mag doen voor de Heer, ziet Paulus als een genadegave (charisma), een uit genade van God ontvangen voorrecht om Hem te dienen. Een hele brede opvatting over charismata dus.

Dan is er nog een vraag: Is de uitstorting van de Geest en zijn de geestesgaven ook van nut voor ongelovigen? We lezen in 1Kor.14 (vers 3,5,12,26) dat de gaven tot opbouw, tot nut van de gemeente moeten zijn. Moeten we dit zo verstaan dat Paulus het nut van de charismata beperkt tot de gemeenschap van gelovigen? Nee, niet echt, want in vers 24-25 spreekt hij over het nut van de gave van profetie voor ongelovigen:

‘Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 9 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Iedere gelovige heeft gaven

Deel 8 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer lazen we twee lijstjes met geestesgaven in 1Kor.12:8-10 en 1Kor.12:28 en we concludeerden dat Paulus geen onderscheid maakt tussen gewone en meer bijzondere gaven.

Een derde opsomming van gaven vinden we in Rom.12:6-8.

We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken.

Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen.

Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.

 

Paulus maakt ook hier geen onderscheid tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ gaven.

Hij noemt enerzijds meer alledaagse gaven zoals dienstbetoon, onderwijs en bemoediging.

Anderzijds noemt hij de meer bijzondere gave van profetie en zegt hierover: ‘gebruik die in overeenstemming met het geloof’.

Dat wil zeggen naar de mate van het geloof, dat God ieder in het bijzonder heeft toebedeeld’ (vs 3 NBG51).

Ook bij deze gave gaat het dus niet om het geloof dat behoudt, maar om de mate van persoonlijk geloofsvertrouwen.

Waar het Paulus in Rom.12 om gaat is dit: hoe gaat iemand met zijn/haar gaven om? Is iemands leven een heilig en God welgevallig offer? Hiermee begint hij namelijk in vs.1.

De lijst bevat ook hier slechts voorbeelden, hij is niet geordend naar prioriteiten en is ook niet volledig, zoals blijkt als je deze met de andere opsommingen vergelijkt.

Verder veronderstelt Paulus zowel in de brief aan de Korintiërs als hier in Rom.12 dat iedere gelovige gaven heeft.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 8 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De Geest en de bediening van Jezus

Deel 2 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer lazen we over de belofte van de Heilige Geest in het OT en concludeerden we dat de Geest in het leven van de Messias een cruciale fundamentele rol zal spelen. En dat is precies wat we zien in het leven van Jezus als we het NT lezen.

De engel zegt tegen Jozef wanneer Maria zwanger is:
Mat.1:20 ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
Dus Jezus is geboren uit Maria, maar verwekt door de Heilige Geest.

En ook bij de volgende belangrijke gebeurtenis in Jezus’ leven, zijn doop, heeft de heilige Geest een centrale rol.
We lezen in Mat.3:16-17 het volgende: ‘Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde.

Hierna begint de openbare bediening van Jezus, een bediening van verkondiging, maar ook van verlossing, bevrijding en genezing.
En hoe gebeurt die bevrijding? Jezus zegt: ‘als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.’ (Mat.12:28)
Dus ook in zijn openbare bediening speelt de heilige Geest een essentiële rol.

In het evangelie naar Johannes bereidt Jezus zijn leerlingen voor op zijn vertrek. Hij spreekt veel met hen over de andere Trooster, de andere Helper die zal komen nadat hij is heengegaan. Hij zegt: ‘Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere helper [pleitbezorger] te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid.’ (Joh.14:16; vgl. 14:26; 15:26; 16:7)
Niet alleen zegt Jezus dat ook na zijn vertrek de heilige Geest centraal zal blijven staan, maar ook blijkt nergens in het NT duidelijker dan hier dat de heilige Geest een persoon is.

We zien dus dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart.
De volgende keer meer over de Geest na de opstanding van Jezus.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De Geest beloofd in het Oude Testament

Deel 1 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

De aanwezigheid van de Geest van God zal volgens de beloften in het Oude Testament een fundamenteel gegeven zijn in het leven van de Messias en het volk van het nieuwe verbond.

De profeet Jesaja zegt: Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de HEER. (Jes.11:1-2)

En dezelfde profeet Jesaja spreekt in Jes. 61:1 over de opdracht van de Messias als volgt: ‘De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding.

En de profeet Ezechiël profeteert over het volk van het nieuwe verbond: Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. (Eze.36:27)

En de profeet Joel profeteert over de komende Dag van de Heer: Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen, en jongeren zullen visioenen zien; zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten. (Joel 3:1-2)

Dus zowel in het leven van de Messias als in het leven van zijn volk zal de Geest van God een cruciale en fundamentele rol spelen.

En dat is precies wat we zien in het leven van Jezus en zijn volgelingen. Hierover in de volgende blogs meer.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 1 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten aangesteld over een stad of streek

Deel 7 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Omdat de pastorale brieven om meerdere redenen een eenheid vormen, bespreken we de plaats van ‘oudsten’ in deze brieven samen. We beperken ons ook hier tot de vraagstelling, hoe de positie van de ‘oudste’ eruit ziet als we de teksten lezen tegen de achtergrond van de plaats van ‘oudsten’ in de joodse gemeenschap. De term ‘oudste’ (presbuteros) komt drie keer voor (1Tim.5:17,19 en Tit.1:5) en ‘oudstenraad’ (presbuterion) één keer (1Tim.4:14).

We beginnen met de meest duidelijke plaats, namelijk Tit.1:5 waar Paulus tegen Titus zegt: ‘Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en per stad (kata polin) oudsten aan te stellen.’ Het ‘per stad’ geeft aan dat we in de pastorale brieven te maken hebben met de gemeente in de zin van stads- of streekgemeente (1Tim.3:5,15; 5:16). We hebben hier een aanwijzing van het niveau waarop de oudsten werkzaam zijn. Het is niet aannemelijk dat er wel gemeenten waren, maar geen leiders. Het is wel begrijpelijk wanneer hier het leiderschap op stadsniveau (kata polin) wordt geregeld. Deze leiders zullen voortaan de verantwoordelijkheid dragen die voorheen door de apostel en zijn medewerkers werd genomen.

Deze oudsten krijgen nu de taak van ‘opziener’ (Tit.1:7), omdat ze niet alleen gezag hebben vanwege hun leeftijd, maar een functie hebben gekregen en de daarbij horende arbeid doen. Ongetwijfeld werden tegelijkertijd andere ‘oudsten’ tot dienaren of helpers benoemd.

De andere tekstplaats waar ‘oudsten’ ter sprake komen is 1Tim.5:17 en 19. ‘De oudsten die zich goede bestuurders tonen, verdienen dubbele eer/beloning, vooral als zij de zorg voor de prediking en het onderricht op zich hebben genomen’ (vs 17). Het gaat hier niet om een oudste in het algemeen, maar om die oudste, die goed leiding geeft. Met andere woorden het betreft een oudste met een uitvoerende taak.

Er zijn in de pastorale brieven maar twee functies: de opziener (episkopos) en de dienaar/helper (diakonos). De ‘oudsten’ zijn evenals in de joodse gemeenschap zeer gerespecteerde oudere leden van de christelijke gemeenschap.

Concluderend kunnen we stellen dat in de pastorale brieven de bestuurlijke oudsten leiding geven aan de hele christelijke gemeenschap in een stad of streek, die bestaat uit meerdere huiskerken.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 7 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Jeruzalem

Deel 4 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer eindigden we met de vraag: in welke kerk worden oudsten aangesteld. In de huiskerk? Of over een groep van huiskerken in een bepaalde stad of regio? Of in de universele kerk?

De eerste keer dat er wordt gesproken over verantwoordelijke oudsten in de christelijke gemeente is in Hand.11:29-30: ‘De leerlingen besloten dat de broeders en zusters in Judea ondersteund moesten worden. Ze droegen elk naar vermogen bij en lieten hun gift door Barnabas en Saulus naar de oudsten brengen’. Er wordt hier gesproken over de aanwezigheid van (christelijke) ‘oudsten’ in Jeruzalem.

Het is opmerkelijk dat er niet meer alleen over de apostelen wordt gesproken (vgl. 4:34,37), maar ook over ‘de oudsten’. Enerzijds behoren de apostelen natuurlijk ook tot ‘de oudsten’. Petrus noemt zichzelf  bijvoorbeeld ‘medeoudste’ (1Petr.5:1) en ook de apostel Johannes noemt zichzelf ‘oudste’ (2 Joh.1). Anderzijds blijkt uit Hand.15:2,4,6,22,23; 16:4 dat er naast de apostelen ook oudsten waren, waarvan Jakobus, de broer van Jezus, de eerste was (vgl. 15:13; 21:18; Gal.2:9).

Over de aanstelling van deze oudsten bericht Lucas ons niet. Waarom dit niet gebeurt wordt duidelijker als we beseffen dat het bij de gemeente in Jeruzalem niet om een gemeente gaat die op één plaats samenkomt (een samenkomst aan huis of in een zaal), maar om de stadsgemeente in de zin van alle gelovigen in Jeruzalem.

 

Netwerk van dagelijkse samenkomsten

Hier moeten we iets zeggen over de structuur en aard van de gemeente in Jeruzalem. Het was een netwerk van kleine gemeenschappen met dagelijkse samenkomsten. In Hand.2:46 lezen we: ‘Elke dag kwamen ze [de gelovigen] trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde’ (zie ook Hand. 1:13; 4:32-35; 5:42; 12:12).

De gelovigen in Jeruzalem ontmoetten elkaar dagelijks aan huis. Wat ze dan deden lezen we in vers 42: ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed’.

Op grond van archeologisch onderzoek mogen we aannemen dat er gemiddeld 30 mensen per huis konden samenkomen. In dat geval betreft het dus minstens 165 huizen, want er waren in Jeruzalem en omstreken 5000 gelovigen (Hand. 4:4).

Wanneer we in het boek Handelingen dus lezen over ‘oudsten’ in Jeruzalem, die samen met de apostelen worden genoemd, betreft het dus de verantwoordelijke oudsten van een stadsgemeente ofwel van alle gelovigen in Jeruzalem en omstreken. Het gaat hier niet over oudsten van één lokale (huis)kerk.

Tegen de achtergrond van de oudsten in de joodse gemeenschap hoeven we er niet aan te twijfelen dat ook in de christengemeenschap van Jeruzalem de oudsten die hier genoemd worden de meest gerespecteerde oudere broeders zijn uit diverse huisgemeenten.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Antiochië, Kreta en Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten of ouderen?

Deel 3 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

In de eerste bijdrage hebben we gezien dat oudsten in de Joodse synagoge geen functie hadden. Ze waren echter wel de uiteindelijk verantwoordelijken. Het was een collectief van oude wijze mannen die de gemeenschap naar buiten toe vertegenwoordigde. Een oudste hoefde in de synagoge dus geen concrete taak te hebben, maar was wel verantwoordelijk en op leeftijd.

Omdat het begrip ‘oudste’ in het Nieuwe Testament nergens wordt uitgelegd, nemen we aan dat de synagoge model stond voor het accepteren van de term ‘oudsten’ in de christelijke gemeente. Maar is dit functioneren van ‘oudsten’ ook herkenbaar in het Nieuwe Testament?

Vandaag kijken we naar de betekenis van het Griekse woord.

Het bijvoeglijk naamwoord presbuteros betekent (1) ‘ouder, eerbiedwaardiger’, en zelfstandig gebruikt (2) ‘voorouder, voorvader’, en (3) ‘oudste’. Het woord wordt in het Nieuwe Testament breed gebruikt. Het wordt in eerste instantie gebruikt met betrekking tot de leeftijd die iemand in vergelijking met anderen bereikt heeft. Zo betreft het in Luc.15:25 bijvoorbeeld de ‘oudere’ van twee zoons. Het kan ook als zelfstandig naamwoord functioneren, bijvoorbeeld de ‘ouderen’ in het algemeen in tegenstelling tot de ‘jongeren’ (Hand.2:17) of de ‘oudere (man)’ en ‘de oudere (vrouwen)’ in tegenstelling tot de jongere mannen en vrouwen (1Tim.5:1,2).

Ten tweede wordt het gebruikt voor de ‘ouderen’ in vergelijking met de nu levenden, dat wil zeggen de voorouders of voorvaderen (Mat.15:2; Mar.7:3,5; Hebr.11:2).

Ten derde betekent het, in het verlengde van de eerste betekenis, ‘oudste’ als titel voor iemand die een speciale verantwoordelijkheid draagt voor de joodse of christelijke gemeenschap. In de joodse gemeenschap kan het een oudste van een plaatselijke gemeenschap betreffen (bv. Luc.7:3), maar ook een lid van een van de drie groepen waaruit de Hoge Raad in Jeruzalem bestond (bv. Mar.11:27; Luc.20:1).

Wij zien dat de term presbuteros in het NT laat zien dat het woord overeenkomt met het gebruik in de Joodse literatuur. Dit is ook wat we verwacht hadden, omdat de term in het NT nergens wordt uitgelegd. Het betreft een oudere persoon die verantwoordelijk is voor de gemeenschap.

In de volgende bijdragen gaan we de teksten in het NT lezen om een antwoord te krijgen op een andere belangrijke vraag: in welke kerk worden oudsten aangesteld. In de huiskerk? Of over een groep van huiskerken in een bepaalde stad of regio? Of in de universele kerk?

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in de kerk. Welke kerk?

Deel 2 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer spraken we over de oudsten in de synagoge. We zagen dat deze oudsten niet de leidinggevenden in de synagoge waren, maar oudsten van het dorp of de stad. Daarmee waren zij voor veel meer verantwoordelijk dan alleen de plaatselijke synagoge.

Vandaag kijken we naar de kerk in het Nieuwe Testament. Wat bedoelen de apostelen wanneer ze over de ‘kerk’ spreken? Het blijkt dat ze hiermee niet altijd hetzelfde bedoelen. Er is al een halve eeuw een consensus dat het begrip ekklēsia (kerk, gemeente) in het Nieuwe Testament niet twee, maar drie vormen of gestalten kent. Met andere woorden, we komen in het woord ‘kerk’ (ekklēsia) tegen in drie betekenissen:

  1. In aansluiting bij het oudtestamentische woordgebruik wordt het woord gebruikt voor de ‘universele gemeente’ waartoe alle christenen behoren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Efez.1:22-23,
    ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.’
  2. Ten tweede wordt het gebruikt in de betekenis van ‘plaatselijke gemeente’, dat wil zeggen de gemeenschap van alle christenen in een bepaalde plaats of streek. In het begin was er natuurlijk geen onderscheid tussen de universele gemeente en de stadsgemeente te Jeruzalem (bv. Hand.5:11: ‘de gehele gemeente’). Maar al spoedig vernemen we naast ‘de gemeente van Jeruzalem’ (Hand.11:22), ook van een ‘gemeente door geheel Judea, Galilea en Samaria’ (Hand.9:31). Het gaat dan over stads- of streekgemeenten in een bepaald gebied.
  3. Ten derde is er sprake van een ‘gemeente aan huis’. In Rom.16:5 te Rome, in 1Kor.16:19 te Efeze (beide ten huize van Aquila en Priscilla, maar op verschillende tijdstippen), in Kol.4:15 te Laodicea bij zuster Nymfa aan huis en in Filem.2 te Kolosse bij Filemon. Van deze ‘gemeenten die op één plaats samenkomen’ waren er blijkbaar meer in één stad, zoals uit Rom.16:5 op te maken is. Dit is ook het geval in Hand.2:41-47, waar de minstens 3000 gelovigen te Jeruzalem kennelijk in minsten 100 kleine huisgemeenten samenkwamen.

Het is dus van belang dat wanneer we in het NT het woord ‘kerk’ tegenkomen, we uit de context moeten opmaken over welke betekenis het gaat. En als we spreken over oudsten in de kerk, over welke kerkvorm gaat het dan? Over welke ‘kerk’ hebben Paulus en de andere apostelen oudstan aangesteld? De eerste, de tweede of de derde? Dat onderscheid is natuurlijk wel van wezenlijk belang. De volgende keer meer hierover.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!