Profetische interpretatie

Deel 4 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer hadden we het over verschillende manieren waarop het boek Openbaring wordt uitgelegd en bespraken de symbolische uitleg. Deze week willen we een aantal vormen van profetische uitleg noemen.

We kunnen vier soorten profetische benaderingen onderscheiden. Maar in alle gevallen gaat het om een werkelijke vervulling in de geschiedenis.

Ten eerste is er de contemporaine of preteristische benadering (van het Latijnse praeter ‘voorbij’). Alle profetieën zijn vervuld in de eerste eeuw. Alles speelt zich af in de tijd van Johannes, de eerste eeuw. Dit is de opvatting van de meeste moderne liberale uitleggers. Ze beschouwen ook meestal de profetieën als ex eventu, opgeschreven nadat het gebeurd is in de vorm van een profetie. Dit is natuurlijk in strijd met het gegeven van echte visioenen, waarin men dan doorgaans ook niet gelooft en de visioenen beschouwt als een literaire vorm. En zo komen we steeds verder van huis.

Ten tweede is er visie dat de profetieën vervuld zijn geworden in de loop van de geschiedenis. De visioenen gaan dan over de kerkgeschiedenis ofwel de wereldgeschiedenis. Er wordt verondersteld dat het verloop van de geschiedenis wordt beschreven en wel chronologisch. Men leest dus de geschiedenis terug in het boek. Deze visie heeft de laatste 100 jaar geen serieuze aanhangers meer. In het 19e eeuwse commentaar van Karl August Dächsel (1818-1901) kun je deze visie nog volop vinden.

Ten derde is er de futuristische uitleg, ook wel de dispensationalistische uitleg genoemd. Alles na hoofdstuk 4 gaat over de tijd na de opname van de gemeente. Vooral in Amerika, maar ook in Nederland is deze visie toch nog aardig levend. Er wordt een strak schema aan de Bijbel opgelegd.  Teksten worden vervolgens toegekend aan een bepaalde periode binnen het schema. Het schema gaat hier de betekenis van het bijbelgedeelte bepalen. Deze vooringenomenheid is voor mij niet aanvaardbaar.

Een vierde benadering is wel de heilshistorische uitleg genoemd. Dit is de klassieke orthodoxe benadering. Deze benadering hebben wij toegepast bij de uitleg van de StudieBijbel commentaren.

In deze benadering gaat het zowel over de eigen tijd van de profeet als over de toekomst. Deze benadering sluit dus de preteristische en futuristische in. Die wezen we af omdat de uitleg dan wordt bepaald door een vooringenomen stelling. Een heilshistorische lezing van de profetieën houdt ook in dat de profetieën alleen hoogtepunten weergeven en geen sluitende chronologie.

Voor Johannes zit er geen kloof tussen zijn eigen tijd en de eindtijd. Evenals de andere apostelen veronderstelt ook Johannes dat we sinds de eerste komst van Jezus in de laatste dagen leven.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Zo Meester zo leerling

Deel 4 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

In de vorige blogs hebben we gezien dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en op het Pinksterfeest na zijn hemelvaart.

We zien ook dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben. Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

Een paar voorbeelden. Jezus heeft in zijn gesprek met Nicodemus duidelijk gemaakt dat ook zijn volgelingen uit de Geest geboren moeten worden. Deze wedergeboorte is onmisbaar. Hij zegt namelijk ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ (Joh.3:3) en: ‘Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. (Joh.3:6).

Verder heeft Jezus onderwezen dat ook zijn volgelingen gedoopt moeten worden en dat ook voor hen de belofte van de vervulling met de Geest vervuld zal worden.
En na zijn opstanding heeft hij hen duidelijk gemaakt dat ook hun bediening en getuigenis niet zonder de kracht van de heilige Geest kan. Daarom moesten ze wachten in Jeruzalem.

Ook in de brieven van het Nieuwe Testament zien we dat de apostelen deze overeenkomst tussen meester en leerling leren. Paulus zegt in Rom.6:4-5 ‘We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven … Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.’

En in Efez.6:2 betrekt Paulus ook de hemelvaart in deze analogie. ‘Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelse sferen, in Christus Jezus.’

 

De volgende keer zullen we wat dieper ingaan op de betekenis van de uitstorting van de Geest op Pinksteren in de geloofsweg van de individuele gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!