Stilte in de hemel voordat de crisis losbarst

Deel 2 van 6 van het thema ‘Lessen uit Openbaring 8 door Gijs van den Brink

 

In Openbaring 8 ziet Johannes dat een aantal wereldwijde crises de aarde treffen. Ze worden aangekondigd door een engel die op een bazuin blaast (Op.8:6vv.) Maar voordat de engelen op hun bazuin blazen gebeurt er iets anders. Het wordt stil in de hemel, ongeveer een half uur lang (vs.1). Johannes ziet de zeven engelen die voor Gods aangezicht staan (vs.2). Het gaat om een groep hoofdengelen, de zogenaamde aangezichtsengelen die voortdurend voor God staan. Zij nemen onder de hemelse dienaren van God de hoogste plaats in. Twee van hen worden in de Bijbel met name genoemd, namelijk Gabriël (Dan.8:16; 9:21; Luc.1:19,26) en Michaël (Dan.10:13, 21; 12:1; Jud.1:9; Op.12:7).

Ze krijgen zeven bazuinen, trompetten, maar ze mogen er nog niet op blazen. Pas vanaf vers 6 gaan zij hun instrumenten gebruiken, nadat een andere engel de gebeden van de heiligen op aarde voor Gods aangezicht heeft gebracht (vs.3-5). De crisis die de zeven bazuinen zullen brengen, worden uitgesteld totdat de stilte in de hemel voorbij is. Een stilte in de hemel is heel erg ongewoon. We lezen nergens anders in de bijbel over een stilte in de hemel. Er wordt juist dag en nacht gezongen en aanbeden door engelen, oudsten, wezens (Op.4:8 etc.). Wat is hier aan de hand? Waarom gebeurt dit? Wat is er zo belangrijk dat de oordelen onderbroken worden?

Het antwoord krijgen we in de verzen 3-4. De gebeden van de heiligen, van de gelovigen op aarde, moeten eerst voor Gods troon gebracht worden. Beseffen we wat hier gebeurt? De gebeden van gelovigen op aarde veroorzaken een pauze in de hemel! Alle ogen zijn gericht op een engel die bij het altaar gaat staan. Wat een waardering in de hemel voor de biddende gemeente op aarde! Een half uur stilte! Het lijkt een korte tijd, maar als het werkelijk stil is, duren een paar minuten heel lang. Denk aan twee minuten stilte op 4 mei. Hier is er dertig minuten stilte!

Er wordt een pauze ingelast in het uitvoeren van Gods plan om eerst te horen wat de gemeente op aarde bidt. Wat een status hebben onze gebeden! Wij zijn als gemeente op aarde, maar in Christus ook in de hemel. Door de Heilige Geest hebben we nu al een hemelse status (zie ook bv. Ef.2:6).

Volgende keer: Gebeden worden in de hemel gezuiverd.

 

Kijk ook: Deel 1 van 6 van het thema ‘Lessen uit Openbaring 8  ’: Wereldwijde crisis in Openbaring 8

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 6 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring 8” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten aangesteld over een stad of streek

Deel 7 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Omdat de pastorale brieven om meerdere redenen een eenheid vormen, bespreken we de plaats van ‘oudsten’ in deze brieven samen. We beperken ons ook hier tot de vraagstelling, hoe de positie van de ‘oudste’ eruit ziet als we de teksten lezen tegen de achtergrond van de plaats van ‘oudsten’ in de joodse gemeenschap. De term ‘oudste’ (presbuteros) komt drie keer voor (1Tim.5:17,19 en Tit.1:5) en ‘oudstenraad’ (presbuterion) één keer (1Tim.4:14).

We beginnen met de meest duidelijke plaats, namelijk Tit.1:5 waar Paulus tegen Titus zegt: ‘Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en per stad (kata polin) oudsten aan te stellen.’ Het ‘per stad’ geeft aan dat we in de pastorale brieven te maken hebben met de gemeente in de zin van stads- of streekgemeente (1Tim.3:5,15; 5:16). We hebben hier een aanwijzing van het niveau waarop de oudsten werkzaam zijn. Het is niet aannemelijk dat er wel gemeenten waren, maar geen leiders. Het is wel begrijpelijk wanneer hier het leiderschap op stadsniveau (kata polin) wordt geregeld. Deze leiders zullen voortaan de verantwoordelijkheid dragen die voorheen door de apostel en zijn medewerkers werd genomen.

Deze oudsten krijgen nu de taak van ‘opziener’ (Tit.1:7), omdat ze niet alleen gezag hebben vanwege hun leeftijd, maar een functie hebben gekregen en de daarbij horende arbeid doen. Ongetwijfeld werden tegelijkertijd andere ‘oudsten’ tot dienaren of helpers benoemd.

De andere tekstplaats waar ‘oudsten’ ter sprake komen is 1Tim.5:17 en 19. ‘De oudsten die zich goede bestuurders tonen, verdienen dubbele eer/beloning, vooral als zij de zorg voor de prediking en het onderricht op zich hebben genomen’ (vs 17). Het gaat hier niet om een oudste in het algemeen, maar om die oudste, die goed leiding geeft. Met andere woorden het betreft een oudste met een uitvoerende taak.

Er zijn in de pastorale brieven maar twee functies: de opziener (episkopos) en de dienaar/helper (diakonos). De ‘oudsten’ zijn evenals in de joodse gemeenschap zeer gerespecteerde oudere leden van de christelijke gemeenschap.

Concluderend kunnen we stellen dat in de pastorale brieven de bestuurlijke oudsten leiding geven aan de hele christelijke gemeenschap in een stad of streek, die bestaat uit meerdere huiskerken.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 7 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!