Oudsten in Antiochië

Deel 5 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer zagen we hoe ‘oudsten’ functioneerden in de christelijke gemeente in Jeruzalem. Het zijn geen oudsten van één plaatselijke gemeente, maar oudsten voor de hele stad, voor alle gelovigen in Jeruzalem. En dat waren wel 5000 gelovigen verspreid over minstens 150-165 huiskerken. Hoe was dat in steden en gebieden buiten Israël? Vandaag kijken we naar Antiochië in Syrië.

In Hand.14:23 gaat het over oudsten in Antiochië. Is de situatie hier te vergelijken is met die in Jeruzalem? In 14:23 zegt Lucas dat Paulus en Barnabas in allerlei plaatsen oudsten aanstelden of bevestigden kat’ ekklēsian (per gemeente). Dit staat in contrast met het elders gebruikte kat’ oikon (per huis, bijvoorbeeld in 2:46, Jeruzalem en 20:20, Efeze).

De omschrijving van de gemeente in 13:1 wijst er op dat Lucas hier spreekt over de Antiocheense gemeente in haar geheel en dat de daar genoemde profeten en leraren een erkenning genoten bij de hele gemeente. Ook de beschrijving van de werkzaamheden in Antiochië in Hand.11:19vv wijst in deze richting, namelijk dat al ten tijde van Paulus en Barnabas deze gemeente uit meerdere huisgroepen bestond (zoals in Jeruzalem). In een paar verzen wordt tot driemaal toe herhaald dat hier een groot aantal mensen tot geloof kwam (vs.21, 24, 26). Als Lucas in Jeruzalem over aantallen spreekt heeft hij het over 3000 en 5000 personen (2:41; 4:4). Het is daarom onmogelijk dat hij met een ‘groot aantal’ in Antiochië niet meer dan dertig, veertig personen zou bedoelen. Het is dan ook heel aannemelijk dat de in 13:1 genoemde mannen leiders van verschillende huisgemeenten zijn en dat zij gezamenlijk het leiderschap vormden wanneer de gelovigen te Antiochië kat’ ekklēsian bij elkaar kwamen. We mogen dus aannemen dat met ‘gemeente’ in 14:23 niet de huisgemeente bedoeld is, de gemeente die op één plaats samenkomt, maar de stadsgemeente, de gemeente in de zin van alle gelovigen in die stad. Over die stadsgemeente worden oudsten bevestigd.

Er is nog een tweede reden waarom Hand.13:1 van belang is om de werkzaamheden in 14:23 te begrijpen. In Hand.13 worden Paulus en Barnabas zelf uitgezegend onder handoplegging met bidden en vasten. In 14:23 gebeurt dit ook, maar nu zijn zij degenen die anderen de handen opleggen en zegenen. Deze sterke overeenkomst helpt ons ook om het woord cheirotoneo dat een heel breed betekenisveld heeft (kiezen [met handopsteking], selecteren, nomineren, aanwijzen, aanstellen, bevestigen [onder handoplegging])  hier op de juiste wijze te begrijpen. Tegen de joodse achtergrond van de plaats van oudsten als gerespecteerde wijze mannen binnen de gemeenschap, moeten we hier denken aan bevestigen en inzegenen, d.w.z het aan de Heer opdragen van deze mannen in hun verantwoordelijkheid van ‘oudsten’ van de christelijke gemeenschap op stadsniveau. De ‘oudsten’ worden dus niet gekozen of aangesteld, maar zijn vanwege hun leeftijd, status en bijdrage aan de gemeente naar voren gekomen en dat wordt nu door de rondreizende apostelen bevestigd.  Zoals Paulus en Barnabas zelf aan de Heer waren opgedragen voor hun reis, zo vertrouwen zij nu op hun beurt anderen toe aan de genade van God.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Kreta en de wereldstad Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten of ouderen?

Deel 3 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

In de eerste bijdrage hebben we gezien dat oudsten in de Joodse synagoge geen functie hadden. Ze waren echter wel de uiteindelijk verantwoordelijken. Het was een collectief van oude wijze mannen die de gemeenschap naar buiten toe vertegenwoordigde. Een oudste hoefde in de synagoge dus geen concrete taak te hebben, maar was wel verantwoordelijk en op leeftijd.

Omdat het begrip ‘oudste’ in het Nieuwe Testament nergens wordt uitgelegd, nemen we aan dat de synagoge model stond voor het accepteren van de term ‘oudsten’ in de christelijke gemeente. Maar is dit functioneren van ‘oudsten’ ook herkenbaar in het Nieuwe Testament?

Vandaag kijken we naar de betekenis van het Griekse woord.

Het bijvoeglijk naamwoord presbuteros betekent (1) ‘ouder, eerbiedwaardiger’, en zelfstandig gebruikt (2) ‘voorouder, voorvader’, en (3) ‘oudste’. Het woord wordt in het Nieuwe Testament breed gebruikt. Het wordt in eerste instantie gebruikt met betrekking tot de leeftijd die iemand in vergelijking met anderen bereikt heeft. Zo betreft het in Luc.15:25 bijvoorbeeld de ‘oudere’ van twee zoons. Het kan ook als zelfstandig naamwoord functioneren, bijvoorbeeld de ‘ouderen’ in het algemeen in tegenstelling tot de ‘jongeren’ (Hand.2:17) of de ‘oudere (man)’ en ‘de oudere (vrouwen)’ in tegenstelling tot de jongere mannen en vrouwen (1Tim.5:1,2).

Ten tweede wordt het gebruikt voor de ‘ouderen’ in vergelijking met de nu levenden, dat wil zeggen de voorouders of voorvaderen (Mat.15:2; Mar.7:3,5; Hebr.11:2).

Ten derde betekent het, in het verlengde van de eerste betekenis, ‘oudste’ als titel voor iemand die een speciale verantwoordelijkheid draagt voor de joodse of christelijke gemeenschap. In de joodse gemeenschap kan het een oudste van een plaatselijke gemeenschap betreffen (bv. Luc.7:3), maar ook een lid van een van de drie groepen waaruit de Hoge Raad in Jeruzalem bestond (bv. Mar.11:27; Luc.20:1).

Wij zien dat de term presbuteros in het NT laat zien dat het woord overeenkomt met het gebruik in de Joodse literatuur. Dit is ook wat we verwacht hadden, omdat de term in het NT nergens wordt uitgelegd. Het betreft een oudere persoon die verantwoordelijk is voor de gemeenschap.

In de volgende bijdragen gaan we de teksten in het NT lezen om een antwoord te krijgen op een andere belangrijke vraag: in welke kerk worden oudsten aangesteld. In de huiskerk? Of over een groep van huiskerken in een bepaalde stad of regio? Of in de universele kerk?

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in de kerk. Welke kerk?

Deel 2 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer spraken we over de oudsten in de synagoge. We zagen dat deze oudsten niet de leidinggevenden in de synagoge waren, maar oudsten van het dorp of de stad. Daarmee waren zij voor veel meer verantwoordelijk dan alleen de plaatselijke synagoge.

Vandaag kijken we naar de kerk in het Nieuwe Testament. Wat bedoelen de apostelen wanneer ze over de ‘kerk’ spreken? Het blijkt dat ze hiermee niet altijd hetzelfde bedoelen. Er is al een halve eeuw een consensus dat het begrip ekklēsia (kerk, gemeente) in het Nieuwe Testament niet twee, maar drie vormen of gestalten kent. Met andere woorden, we komen in het woord ‘kerk’ (ekklēsia) tegen in drie betekenissen:

  1. In aansluiting bij het oudtestamentische woordgebruik wordt het woord gebruikt voor de ‘universele gemeente’ waartoe alle christenen behoren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Efez.1:22-23,
    ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.’
  2. Ten tweede wordt het gebruikt in de betekenis van ‘plaatselijke gemeente’, dat wil zeggen de gemeenschap van alle christenen in een bepaalde plaats of streek. In het begin was er natuurlijk geen onderscheid tussen de universele gemeente en de stadsgemeente te Jeruzalem (bv. Hand.5:11: ‘de gehele gemeente’). Maar al spoedig vernemen we naast ‘de gemeente van Jeruzalem’ (Hand.11:22), ook van een ‘gemeente door geheel Judea, Galilea en Samaria’ (Hand.9:31). Het gaat dan over stads- of streekgemeenten in een bepaald gebied.
  3. Ten derde is er sprake van een ‘gemeente aan huis’. In Rom.16:5 te Rome, in 1Kor.16:19 te Efeze (beide ten huize van Aquila en Priscilla, maar op verschillende tijdstippen), in Kol.4:15 te Laodicea bij zuster Nymfa aan huis en in Filem.2 te Kolosse bij Filemon. Van deze ‘gemeenten die op één plaats samenkomen’ waren er blijkbaar meer in één stad, zoals uit Rom.16:5 op te maken is. Dit is ook het geval in Hand.2:41-47, waar de minstens 3000 gelovigen te Jeruzalem kennelijk in minsten 100 kleine huisgemeenten samenkwamen.

Het is dus van belang dat wanneer we in het NT het woord ‘kerk’ tegenkomen, we uit de context moeten opmaken over welke betekenis het gaat. En als we spreken over oudsten in de kerk, over welke kerkvorm gaat het dan? Over welke ‘kerk’ hebben Paulus en de andere apostelen oudstan aangesteld? De eerste, de tweede of de derde? Dat onderscheid is natuurlijk wel van wezenlijk belang. De volgende keer meer hierover.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De praktijk

Deel 5 van 5 van het thema ‘Christen en politiek’ door Gijs van den Brink

 

Vandaag het laatste deel over ‘christen en politiek’. Wanneer we de voorgaande vier bijbellessen proberen om te zetten in praktische daden, hoe zou dit er vandaag dan uit kunnen zien? Ik wil een paar grote lijnen schetsen.

  1. Wees als kerk een voorbeeld en wees zichtbaar in de buurt. We zijn ongehoorzaam aan de Schepper als we de andere mensen links laten liggen. Getuige zijn van Jezus Christus op veilige afstand kan niet. Breng een offer. Er wordt van ons als christelijke gemeente verwacht dat wij evenals Jezus Christus ‘vlees worden’, mens worden met en onder de mensen.
  2. Betoon medeleven. De grote opdracht om het Evangelie te verkondigen (Mat.28:18-20) moet gepaard gaan met de grote opdracht om medeleven te betonen (Mat.25:35-36). Laten we als kerk ook verantwoordelijkheid nemen in maatschappelijke zin. Een mens is geest, ziel en lichaam. Evangelieverkondiging zonder praktische hulp is oneigenlijk. Als je weet goed te doen, maar het niet doet, is dit zonde (Jak.4:17). Jezus is onze Redder en ons Voorbeeld.
  3. Geef als christelijke gemeente blijk van geloofwaardigheid. Hoe men hoort is afhankelijk van wat men ziet. Er is grote behoefte aan geloofwaardige boodschappers die geloofwaardige gemeenschappen vertegenwoordigen. Alleen dan is er sprake van een geloofwaardige boodschap.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 5 beknopte blog over het thema “Christen en politiek” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Geweldloosheid is een boodschap voor volgelingen

Deel 3 van 6 van het thema ‘Geweldloosheid’ door Gijs van den Brink

 

In de Bergrede (Mat.5-7) blijkt duidelijk dat Jezus de geweldloze boodschap van de ‘Knecht van de Heer’ predikt. Hij roept op tot geweldloosheid, geheel in lijn met wat over de ‘Knecht’ werd geprofeteerd door Jesaja.
Het is van belang op te merken tot wie Hij hier spreekt. Hij spreekt in deze toespraak op de berg niet tot alle mensen en Hij geeft al helemaal geen manifest af voor een overheid. Een overheid kan niet geven aan iedereen die iets vraagt of de andere wang toekeren aan iemand die geweld gebruikt (Rom.13:4).

In Mat.5:1-2 blijkt duidelijk voor wie de boodschap van Jezus hier is bedoeld. “Bij het zien van deze menigte ging Hij de berg op, en toen Hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak.” ‘Zijn leerlingen kwamen tot Hem’. Jezus richtte zich in het hierna volgend onderwijs (Mat.5:3-7:27) primair tot Zijn discipelen (vs.2: hen), tot hen, die zich bij Hem hadden aangesloten, terwijl het volk op enige afstand meeluisterde (Mat.7:28). De Bergrede bevat niet een algemene moraal of leefregel. Binnen de historische context waarin Jezus deze rede heeft uitgesproken, zijn de woorden een oproep aan zijn volgelingen als het nieuwe messiaanse volk van God. Het betreft een leefwijze die hoort bij het Koninkrijk van God. Door zo te leven zullen zij een voorbeeld en een teken zijn van de vrede die God aan de wereld wil geven (Mat.5:16).

De volgende keer zullen we bespreken hoe Jezus zich dit praktisch voorstelt en ingaan op het toekeren van de andere wang.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 6 beknopte blog over het thema “Geweldloosheid” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Geweldloosheid is beloofd in het OT

Deel 1 van 6 van het thema ‘Geweldloosheid’ door Gijs van den Brink

In onze tijd horen we vaak spreken over een islamisering van onze samenleving. En dan gaat het over de opkomst van de Islam, waarin men geweld een grote rol toekent. Dit gebeurt in ieder geval in de presentatie door de media en komt daarmee ook in de perceptie van veel mensen. Dit is al een behoorlijk snelle conclusie, maar het is nog kwalijker. Want in de slipstream van de Islam worden ook de andere twee boekreligies, jodendom en christendom, genoemd en in verband gebracht met geweld. Volgens die opvatting betekent religie oorlog. Hoe anders is het gesteld met de feiten. De wortels van geweldloosheid in het christendom vinden we bij de profeet Jesaja in het OT.

De Knecht van de Heer in Jesaja

Over radicale geweldloosheid wordt al in de 8e eeuw v.Chr. door de profeet Jesaja gesproken als hij zijn profetieën over de ‘Knecht van de Heer’ doorgeeft (Jes.40-55). Deze Knecht ‘schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar’ (Jes.42:2). Hij ziet op God en zegt ‘de Heer zal me recht doen, mijn God zal me belonen’ (Jes.49:4). Hij heeft zijn rug blootgesteld aan zijn folteraars, en die hem de baard uittrokken, bood hij zijn wangen aan (Jes.50:6). En dan nog de overbekende verzen uit Jes.53 ‘Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open’ (53:7).
Jesaja spreekt over een Knecht die wordt geslagen en mishandeld, die zich desondanks niet verzet, maar geheel afziet van geweld. Hij verwacht het alleen van God en brengt zo verlossing voor Israël en de volkeren (Jes.42:4,6; 49:6,8).

Wie is deze knecht? Daarover volgende week.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 1 van 6 beknopte blog over het thema ‘Geweldloosheid’ uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!