Wereldwijde crisis in Openbaring 8

Deel 1 van 6 van het thema ‘Lessen uit Openbaring 8  door Gijs van den Brink

 

We maken momenteel met Covid-19 een ongekende wereldwijde infectiecrisis mee. Dit is een ongeëvenaarde gebeurtenis in ons aller leven, hoewel niet in de geschiedenis van de mensheid. En dan zoek je in de Bijbel naar aanwijzingen hoe we deze dingen moeten plaatsen. Er zijn meerdere antwoorden te geven, maar ik wil me hier beperken tot het visioen dat Johannes op Patmos krijgt en dat hij heeft opgeschreven in Openbaring 8.

In Openbaring 5 lezen we over de boekrol met de zeven zegels die het plan van God voor de toekomst bevat. Alleen Jezus kon deze rol openen. In het volgende hoofdstuk (Op.6) worden de eerste zes zegels geopend. De inhoud van de zegels komt overeen met Matteüs 24 en beschrijft de tijd tussen Pinksteren en eindtijd. We horen over kenmerken als wereldwijde evangelieverkondiging, oorlogen, honger en vervolging. In hoofdstuk 7 worden de eindtijdoordelen tegengehouden totdat de gelovigen verzegeld zijn. Johannes ziet wie er behouden worden, namelijk een volheid uit Israël en een grote schare uit de andere volkeren.

Dan komen we in hoofdstuk 8, waar we lezen dat het Lam het zevende en laatste zegel verbreekt (vs.1). De eerste vier van zeven engelen blazen op een bazuin om een oordeel aan te kondigen en Johannes ziet dat een aantal ecologische rampen de aarde treft.

Johannes ziet dat de natuur zich op een overweldigende manier tegen de mensheid keert. Maar daarvoor ziet Johannes iets anders gebeuren.

Volgende keer: Stilte in de hemel voordat de crisis losbarst.

 

Kijk ook: Deel 12 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’: Openbaring: Kerk als minderheid

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 1 van 6 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring 8” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Antiochië

Deel 5 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer zagen we hoe ‘oudsten’ functioneerden in de christelijke gemeente in Jeruzalem. Het zijn geen oudsten van één plaatselijke gemeente, maar oudsten voor de hele stad, voor alle gelovigen in Jeruzalem. En dat waren wel 5000 gelovigen verspreid over minstens 150-165 huiskerken. Hoe was dat in steden en gebieden buiten Israël? Vandaag kijken we naar Antiochië in Syrië.

In Hand.14:23 gaat het over oudsten in Antiochië. Is de situatie hier te vergelijken is met die in Jeruzalem? In 14:23 zegt Lucas dat Paulus en Barnabas in allerlei plaatsen oudsten aanstelden of bevestigden kat’ ekklēsian (per gemeente). Dit staat in contrast met het elders gebruikte kat’ oikon (per huis, bijvoorbeeld in 2:46, Jeruzalem en 20:20, Efeze).

De omschrijving van de gemeente in 13:1 wijst er op dat Lucas hier spreekt over de Antiocheense gemeente in haar geheel en dat de daar genoemde profeten en leraren een erkenning genoten bij de hele gemeente. Ook de beschrijving van de werkzaamheden in Antiochië in Hand.11:19vv wijst in deze richting, namelijk dat al ten tijde van Paulus en Barnabas deze gemeente uit meerdere huisgroepen bestond (zoals in Jeruzalem). In een paar verzen wordt tot driemaal toe herhaald dat hier een groot aantal mensen tot geloof kwam (vs.21, 24, 26). Als Lucas in Jeruzalem over aantallen spreekt heeft hij het over 3000 en 5000 personen (2:41; 4:4). Het is daarom onmogelijk dat hij met een ‘groot aantal’ in Antiochië niet meer dan dertig, veertig personen zou bedoelen. Het is dan ook heel aannemelijk dat de in 13:1 genoemde mannen leiders van verschillende huisgemeenten zijn en dat zij gezamenlijk het leiderschap vormden wanneer de gelovigen te Antiochië kat’ ekklēsian bij elkaar kwamen. We mogen dus aannemen dat met ‘gemeente’ in 14:23 niet de huisgemeente bedoeld is, de gemeente die op één plaats samenkomt, maar de stadsgemeente, de gemeente in de zin van alle gelovigen in die stad. Over die stadsgemeente worden oudsten bevestigd.

Er is nog een tweede reden waarom Hand.13:1 van belang is om de werkzaamheden in 14:23 te begrijpen. In Hand.13 worden Paulus en Barnabas zelf uitgezegend onder handoplegging met bidden en vasten. In 14:23 gebeurt dit ook, maar nu zijn zij degenen die anderen de handen opleggen en zegenen. Deze sterke overeenkomst helpt ons ook om het woord cheirotoneo dat een heel breed betekenisveld heeft (kiezen [met handopsteking], selecteren, nomineren, aanwijzen, aanstellen, bevestigen [onder handoplegging])  hier op de juiste wijze te begrijpen. Tegen de joodse achtergrond van de plaats van oudsten als gerespecteerde wijze mannen binnen de gemeenschap, moeten we hier denken aan bevestigen en inzegenen, d.w.z het aan de Heer opdragen van deze mannen in hun verantwoordelijkheid van ‘oudsten’ van de christelijke gemeenschap op stadsniveau. De ‘oudsten’ worden dus niet gekozen of aangesteld, maar zijn vanwege hun leeftijd, status en bijdrage aan de gemeente naar voren gekomen en dat wordt nu door de rondreizende apostelen bevestigd.  Zoals Paulus en Barnabas zelf aan de Heer waren opgedragen voor hun reis, zo vertrouwen zij nu op hun beurt anderen toe aan de genade van God.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Kreta en de wereldstad Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!