Visie op maatschappij en cultuur

Deel 7 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring door Gijs van den Brink

 

In Op.18 gaat het over de Babylon-cultuur van de eindtijd. Godsdienst, politiek en economie vormen een eenheid en hoereren met Babylon.

In vers 3 lezen we: ‘Alle volken hebben door haar ontucht de ​wijn​ van haar wellust gedronken, de koningen op aarde hebben ontucht met haar gepleegd en de handelaars op aarde zijn van haar overvloedige weelde rijk geworden.’

Het is een cultuur waar godsdienst en politiek ondergeschikt zijn aan handel en economie!! Eigenlijk is het hart van de Babylon-cultuur een allesbeheersende en uitbuitende economie. En dat bevat een belangrijke boodschap voor onze tijd. Ook in onze tijd is economie en geld doorgaans de doorslaggevende factor bij het nemen van beslissingen. Niet alleen bij de overheid, maar ook wel in kerken.
En ook op mondiaal niveau zien we deze normen werken. Onze westerse wereld heeft door haar technologische ontwikkeling de mensen in de Derde Wereld niet meer nodig, alleen haar zeeën, grondstoffen en bossen. Het gebod tot naastenliefde is vervangen door een andere norm, de norm van Mammon, de god van het geld. Jezus sprak hier al over: ‘Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; u kunt niet God dienen èn Mammon’(Mat.6:24)

Het is belangrijk om er notie van te nemen tot welke houding wij worden opgeroepen in Op.18:4: ‘Gaat uit van haar, mijn volk om geen deel te krijgen aan haar zonden.

Wij kunnen natuurlijk niet uit de wereld stappen, maar wij horen bij het Koninkrijk van God en niet bij dit wereldsysteem. En daarom moeten we ons verre houden van de zondige praktijken in deze wereld.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 7 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Deel 6 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’:Een antichristelijke overheid

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in de synagoge

Deel 1 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Doorgaans worden de leiders in de vroege kerk ‘oudsten’ genoemd. Wie waren deze ‘oudsten’ en wat was hun verantwoordelijkheid? Zijn ze te vergelijken met ‘ouderlingen’ of ‘oudsten’ in onze kerken of ligt dit anders? In de meeste studies waar het onderwerp wordt behandeld, lees je dat het idee van ‘oudsten’ als leiders door Paulus en anderen is overgenomen van de synagoge . En men gaat er dan vanuit dat al in de tijd van het NT elke groep christenen die op zondag ergens samenkwam geleid werd door oudsten, die voor deze functie waren aangesteld. In deze en volgende blogs willen we de teksten in het NT nalopen om te zien of deze voorstelling van zaken juist is of niet. Omdat deze voorstelling uitgaat en afhankelijk is van de praktijk in de joodse synagoge, willen we daar eerst naar kijken.

Er wordt in het traditionele model zondermeer vanuit gegaan dat de oudsten in de synagoge een functie bekleedden. Dit blijkt echter niet zo te zijn. E. Schürer meldt eind 19e eeuw al in zijn vijfdelige geschiedenis van het Joodse volk dat de synagoge onder toezicht stond van de oudsten in de joodse gemeenschap, maar dat de synagoge wat betreft het dagelijks bestuur werd geleid door de archisunagōgos (het hoofd, verantwoordelijk voor de orde van dienst) en de hupēretēs (dienaar, helper, assistent, die o.a. voor de ruimte zorgde en de kinderen onderwees). Hierover is al een halve eeuw overeenstemming onder wetenschappers,  zoals verwoord door M.H. Shepherd in de breed geaccepteerde Interpreter’s Dictionary of the Bible: “Jewish elders were not responsible for worship in the synagogue, though they enjoyed seats of honour at the synagogue assemblies. Doubtless the synagogue rulers were frequently elected from among their number” (IDB II, 72).  De ‘oudsten’ waren door de gemeenschap gerespecteerde, meestal oudere wijze mannen (uit gerespecteerde families) die verantwoordelijk waren voor het reilen en zeilen van de gemeenschap (en dus ook, maar zeker niet alleen, van de synagoge). Dit is het eerste heilige huisje wat omvalt. Dat dit ook in het NT herkenbaar is en consequenties heeft voor de betekenis van de dienst van oudsten, zullen we in de volgende blogs gaan zien.

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 1 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!