Profetische interpretatie

Deel 4 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer hadden we het over verschillende manieren waarop het boek Openbaring wordt uitgelegd en bespraken de symbolische uitleg. Deze week willen we een aantal vormen van profetische uitleg noemen.

We kunnen vier soorten profetische benaderingen onderscheiden. Maar in alle gevallen gaat het om een werkelijke vervulling in de geschiedenis.

Ten eerste is er de contemporaine of preteristische benadering (van het Latijnse praeter ‘voorbij’). Alle profetieën zijn vervuld in de eerste eeuw. Alles speelt zich af in de tijd van Johannes, de eerste eeuw. Dit is de opvatting van de meeste moderne liberale uitleggers. Ze beschouwen ook meestal de profetieën als ex eventu, opgeschreven nadat het gebeurd is in de vorm van een profetie. Dit is natuurlijk in strijd met het gegeven van echte visioenen, waarin men dan doorgaans ook niet gelooft en de visioenen beschouwt als een literaire vorm. En zo komen we steeds verder van huis.

Ten tweede is er visie dat de profetieën vervuld zijn geworden in de loop van de geschiedenis. De visioenen gaan dan over de kerkgeschiedenis ofwel de wereldgeschiedenis. Er wordt verondersteld dat het verloop van de geschiedenis wordt beschreven en wel chronologisch. Men leest dus de geschiedenis terug in het boek. Deze visie heeft de laatste 100 jaar geen serieuze aanhangers meer. In het 19e eeuwse commentaar van Karl August Dächsel (1818-1901) kun je deze visie nog volop vinden.

Ten derde is er de futuristische uitleg, ook wel de dispensationalistische uitleg genoemd. Alles na hoofdstuk 4 gaat over de tijd na de opname van de gemeente. Vooral in Amerika, maar ook in Nederland is deze visie toch nog aardig levend. Er wordt een strak schema aan de Bijbel opgelegd.  Teksten worden vervolgens toegekend aan een bepaalde periode binnen het schema. Het schema gaat hier de betekenis van het bijbelgedeelte bepalen. Deze vooringenomenheid is voor mij niet aanvaardbaar.

Een vierde benadering is wel de heilshistorische uitleg genoemd. Dit is de klassieke orthodoxe benadering. Deze benadering hebben wij toegepast bij de uitleg van de StudieBijbel commentaren.

In deze benadering gaat het zowel over de eigen tijd van de profeet als over de toekomst. Deze benadering sluit dus de preteristische en futuristische in. Die wezen we af omdat de uitleg dan wordt bepaald door een vooringenomen stelling. Een heilshistorische lezing van de profetieën houdt ook in dat de profetieën alleen hoogtepunten weergeven en geen sluitende chronologie.

Voor Johannes zit er geen kloof tussen zijn eigen tijd en de eindtijd. Evenals de andere apostelen veronderstelt ook Johannes dat we sinds de eerste komst van Jezus in de laatste dagen leven.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Gaven van de Heilige Geest

Deel 6 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

We zijn in deze serie bezig met een overzicht van de betekenis van de Heilige Geest in het NT. De vorige keer spraken we over de volheid van de Geest of de vervulling met de Geest. Deze gebeurtenis die op het Pinksterfeest de eerste keer plaatsvond, heeft zich sindsdien vele malen herhaald in de levens van individuele gelovigen.

Waar gaat het dan over? Wat gaat die ‘toerusting’ of ‘zalving’ met de Geest’ ons brengen?

Deze vervulling brengt ‘geestelijke gaven’ met zich mee. Op meerdere plaatsen in het NT vinden we hier voorbeelden van.

De meest bekende opsomming staat in 1Kor.12:8-10.

De meest bekende opsomming

‘Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven; aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest; 9 aan een derde door dezelfde Geest het geloof; en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen, 10 de kracht om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, het vermogen om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen.’ (1Kor.12:8-10, WV95)

Het gaat hier om pneumatika, om uitingen die direct door de Geest worden gewerkt. En de opsomming lijkt ontleend aan de wijze waarop de Korintiërs hiermee omgaan. Ik kan niet op alle genoemde gaven ingaan, maar over twee gaven wil ik iets zeggen.

Bij de gave van ‘geloof’ (vs.9) gaat hier niet over het geloof dat ons behoudt, maar de gave van het ‘wonderwerkend geloof’, die sommigen ontvangen.

Het is het geloof, dat ‘bergen kan verzetten’. Door dit geloof ontvang je bijzondere gebedsverhoringen en worden bijvoorbeeld bezetenen bevrijd.

Het is verder opmerkelijk dat er in het Grieks gesproken wordt over ‘gaven van genezingen’, in het meervoud dus. We zullen dit zo moeten opvatten, dat je deze gave niet permanent bezit, maar dat deze uitingen telkens opnieuw door de Geest gegeven worden. Dit geldt voor alle geestesuitingen die Paulus hier noemt.

Het zijn geen talenten die je bezit, maar de Geest bezit deze gaven en gebruikt ons als instrumenten. Een talent bezit je permanent, maar een geestelijke gave is het bezit van de Geest en Hij gebruikt ons telkens als Hij dat wil.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De volheid van de heilige Geest

Deel 5 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

We hebben voorgaande keren gezien dat alle hoogtepunten in het leven van Jezus ook betekenis hebben in ons geloofsleven. Zo ook de uitstorting van de Geest op Pinksteren.

Paulus spreekt in dit verband over het ‘zegel’ van de Geest (2Kor.1:22) of de ‘verzegeling’ met de Geest (Ef.1:13; 4:30). De Geest is dan het ‘onderpand’ (arrabon),  de aanbetaling van een veel grotere belofte.

Johannes noemt in zijn brieven dit persoonlijke pinksteren een ‘zalving’ van de Geest (1Joh.2:20,27; vgl. ook Lucas in Hand.10:38), die aan de gelovigen is gegeven.

Van prof. Graafland heb ik geleerd dat deze analogie tussen de heilsgeschiedenis en ons geestelijk leven in de dogmatiek ‘heilsorde’ wordt genoemd. Zo kun je heilshistorisch over de openbaring in de Schrift spreken en ‘heilsorderlijk’ over de geloofsweg van een mens. Er is een analogie tussen de heilsgeschiedenis en de persoonlijke heilsorde.

In de grote christelijke tradities, zoals de Rooms-katholieke en Orthodoxe kerken, maar ook in de Anglicaanse en Lutherse traditie, is de heilsorderlijke betekenis van Pinksteren altijd bewaard gebleven, namelijk in de leer en praktijk van het vormsel of de confirmatie.

Sinds Tertullianus (plm. 200 n. Chr.) is dit een eeuwenlange breed gedragen visie, die m.i. door en door bijbels is. De waterdoop is gericht op het behoud, de Geestesdoop of confirmatie op de toerusting van de christen met kracht van de Heilige Geest.

In de Gereformeerde traditie is dit geloofspunt helaas erg vervaagd. Wel heeft de missioloog prof . Dr. J.H. Bavinck zich sinds het midden van de 20e eeuw enorm ingezet om dit geloofspunt weer onder de aandacht te brengen. In zijn boekje “Ik geloof in de Heilige Geest” (1963) maakt ook hij onderscheid tussen de ‘wederbarende werking’ van de Geest en de ‘bekrachtiging’ met de Geest.

Het is de pinksterbeweging geweest die dit belangrijke thema in de 20 eeuw krachtig op de kaart heeft gezet, in geschrift, maar vooral in de praktijk. Waar het dan over gaat, komt in volgende bijdragen aan de orde.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Zo Meester zo leerling

Deel 4 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

In de vorige blogs hebben we gezien dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en op het Pinksterfeest na zijn hemelvaart.

We zien ook dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben. Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

Een paar voorbeelden. Jezus heeft in zijn gesprek met Nicodemus duidelijk gemaakt dat ook zijn volgelingen uit de Geest geboren moeten worden. Deze wedergeboorte is onmisbaar. Hij zegt namelijk ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ (Joh.3:3) en: ‘Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. (Joh.3:6).

Verder heeft Jezus onderwezen dat ook zijn volgelingen gedoopt moeten worden en dat ook voor hen de belofte van de vervulling met de Geest vervuld zal worden.
En na zijn opstanding heeft hij hen duidelijk gemaakt dat ook hun bediening en getuigenis niet zonder de kracht van de heilige Geest kan. Daarom moesten ze wachten in Jeruzalem.

Ook in de brieven van het Nieuwe Testament zien we dat de apostelen deze overeenkomst tussen meester en leerling leren. Paulus zegt in Rom.6:4-5 ‘We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven … Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.’

En in Efez.6:2 betrekt Paulus ook de hemelvaart in deze analogie. ‘Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelse sferen, in Christus Jezus.’

 

De volgende keer zullen we wat dieper ingaan op de betekenis van de uitstorting van de Geest op Pinksteren in de geloofsweg van de individuele gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren

Deel 3 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Na zijn opstanding zegt Jezus tegen zijn discipelen:

‘‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. (Hand.1:4)

Ze moesten wachten in Jeruzalem en niet terugkeren naar hun geboortestreek Galilea. En dat laatste  lag toch voor de hand!? Waarom Jeruzalem niet verlaten? Wachten op de komst van de Heilige Geest.

Het zal over een paar dagen gebeuren, zegt Jezus in Hand.1:5. Wist hij dat dit op het Pinksterfeest zou zijn? Wát zal er dan gebeuren? Ook dat wordt door Jezus duidelijk gezegd:

Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ (Hand.1:8).

En dan komt de dag van het Pinksterfeest. Hand.2:1-4.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

En dan komt Petrus naar voren en zegt: Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël (Hand. 2:16).

Het pinkstergebeuren was geen eenmalige gebeurtenis, maar blijft zich herhalen. Het gebeurt nog eens in Samaria wanneer Petrus en Johannes daar komen (Hand.8) en ook weer in het huis van Cornelius in Caesarea, een Romeinse centurio, een hoofdman over honderd (Hand.10).

Wat hebben we tot nu toe gezien? Ten eerste dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart. Het laatste wordt ook wel zijn wederkomst in de Geest genoemd.

Ten tweede zien we dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben.

Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

De volgende keer meer over deze overeenkomst tussen Jezus en ons als gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De Geest en de bediening van Jezus

Deel 2 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer lazen we over de belofte van de Heilige Geest in het OT en concludeerden we dat de Geest in het leven van de Messias een cruciale fundamentele rol zal spelen. En dat is precies wat we zien in het leven van Jezus als we het NT lezen.

De engel zegt tegen Jozef wanneer Maria zwanger is:
Mat.1:20 ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
Dus Jezus is geboren uit Maria, maar verwekt door de Heilige Geest.

En ook bij de volgende belangrijke gebeurtenis in Jezus’ leven, zijn doop, heeft de heilige Geest een centrale rol.
We lezen in Mat.3:16-17 het volgende: ‘Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde.

Hierna begint de openbare bediening van Jezus, een bediening van verkondiging, maar ook van verlossing, bevrijding en genezing.
En hoe gebeurt die bevrijding? Jezus zegt: ‘als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.’ (Mat.12:28)
Dus ook in zijn openbare bediening speelt de heilige Geest een essentiële rol.

In het evangelie naar Johannes bereidt Jezus zijn leerlingen voor op zijn vertrek. Hij spreekt veel met hen over de andere Trooster, de andere Helper die zal komen nadat hij is heengegaan. Hij zegt: ‘Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere helper [pleitbezorger] te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid.’ (Joh.14:16; vgl. 14:26; 15:26; 16:7)
Niet alleen zegt Jezus dat ook na zijn vertrek de heilige Geest centraal zal blijven staan, maar ook blijkt nergens in het NT duidelijker dan hier dat de heilige Geest een persoon is.

We zien dus dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart.
De volgende keer meer over de Geest na de opstanding van Jezus.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in de synagoge

Deel 1 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Doorgaans worden de leiders in de vroege kerk ‘oudsten’ genoemd. Wie waren deze ‘oudsten’ en wat was hun verantwoordelijkheid? Zijn ze te vergelijken met ‘ouderlingen’ of ‘oudsten’ in onze kerken of ligt dit anders? In de meeste studies waar het onderwerp wordt behandeld, lees je dat het idee van ‘oudsten’ als leiders door Paulus en anderen is overgenomen van de synagoge . En men gaat er dan vanuit dat al in de tijd van het NT elke groep christenen die op zondag ergens samenkwam geleid werd door oudsten, die voor deze functie waren aangesteld. In deze en volgende blogs willen we de teksten in het NT nalopen om te zien of deze voorstelling van zaken juist is of niet. Omdat deze voorstelling uitgaat en afhankelijk is van de praktijk in de joodse synagoge, willen we daar eerst naar kijken.

Er wordt in het traditionele model zondermeer vanuit gegaan dat de oudsten in de synagoge een functie bekleedden. Dit blijkt echter niet zo te zijn. E. Schürer meldt eind 19e eeuw al in zijn vijfdelige geschiedenis van het Joodse volk dat de synagoge onder toezicht stond van de oudsten in de joodse gemeenschap, maar dat de synagoge wat betreft het dagelijks bestuur werd geleid door de archisunagōgos (het hoofd, verantwoordelijk voor de orde van dienst) en de hupēretēs (dienaar, helper, assistent, die o.a. voor de ruimte zorgde en de kinderen onderwees). Hierover is al een halve eeuw overeenstemming onder wetenschappers,  zoals verwoord door M.H. Shepherd in de breed geaccepteerde Interpreter’s Dictionary of the Bible: “Jewish elders were not responsible for worship in the synagogue, though they enjoyed seats of honour at the synagogue assemblies. Doubtless the synagogue rulers were frequently elected from among their number” (IDB II, 72).  De ‘oudsten’ waren door de gemeenschap gerespecteerde, meestal oudere wijze mannen (uit gerespecteerde families) die verantwoordelijk waren voor het reilen en zeilen van de gemeenschap (en dus ook, maar zeker niet alleen, van de synagoge). Dit is het eerste heilige huisje wat omvalt. Dat dit ook in het NT herkenbaar is en consequenties heeft voor de betekenis van de dienst van oudsten, zullen we in de volgende blogs gaan zien.

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 1 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Overheid in dienst van God?

Deel 2 van 5 van het thema ‘Christen en politiek’ door Gijs van den Brink

 

Wanneer het over politiek gaat, is Romeinen 13 ongetwijfeld de meest aangehaalde Schriftplaats. Het is zowel voor protestanten als katholieken een standaardtekst. Men spreekt dan vanuit deze tekst over de christelijke plicht om de overheid te gehoorzamen en een verantwoordelijke bijdrage te leveren aan deze ‘dienares van God’. Maar is dat eigenlijk wel de kern van de boodschap die Paulus aan de gemeente in Rome doorgaf?
Als we op zoek gaan naar de betekenis van de bijbeltekst voor de eerste hoorders, in dit geval de joodse christenen in Rome in het midden van de eerste eeuw, dan krijgt de boodschap toch een andere spits. We hebben het over de alleenheerschappij van de Romeinse keizer, die zich ook nog eens als god liet vereren. Dat Paulus zou oproepen tot het leveren van een bijdrage aan deze overheid kan dus geen sprake zijn.
Maar ook bij de veel gehoorde oproep vanuit deze tekst om de overheid te gehoorzamen moeten belangrijke kanttekeningen gemaakt worden. Wanneer we de historische context in acht nemen, krijgen we een beter beeld van wat Paulus wil zeggen. Hij schrijft zijn brief ten tijde van de regering van keizer Nero. Deze beruchte keizer begon zijn ambtstermijn eigenlijk heel goed. Hij kwam aan de macht in 54 n.Chr. en de eerste jaren van zijn bewind werden gekenmerkt door rust, vrede en welvaart. Dit in vergelijking met het bewind van zijn voorganger Claudius. Claudius had joden en joodse christenen uit Rome verbannen. Nero had dit edict direct bij zijn aantreden ongedaan gemaakt. Het begin van zijn regeringsperiode was dus een soort mini gouden eeuw (van 54-59 n.Chr., ook wel quinquennium Neronis genoemd), de mooiste en rustigste tijd sinds keizer Augustus.  Pas daarna ontpopte Nero zich als een machtswellusteling en wreed vervolger van christenen.
In deze eerste periode van relatieve rust schreef Paulus de brief aan de Romeinen (tussen 56-58 n.Chr.). De christenen bezaten een behoorlijke mate van vrijheid, maar je moest natuurlijk wel op je tellen passen. Opstand zou de stabiliteit in gevaar brengen!

Doe niet mee aan rebellie en opstand
En dit is precies de boodschap van Paulus: doe niet mee aan rebellie en opstand. Hij kiest zijn woorden heel nauwkeurig. Hij gebruikt het woord hupotassō, dat onderwerpen betekent in de zin van zich schikken naar, zich voegen. Het Grieks heeft een eigen woord voor het gehoorzamen van overheden (peith-archeō ‘aan de overheid gehoor geven of gehoorzamen’, bv. Tit.3:1), maar dat gebruikt Paulus hier niet. Het evenwicht van de nieuwe tijd is fragiel en daarom roept hij de gelovigen op zich te onderwerpen, zich te voegen, zich te schikken. De kernbetekenis van dit woord is ‘orde’, ordening. Dit is niet hetzelfde als een oproep tot gehoorzaamheid. Een christen die weigert de keizer te aanbidden, maar accepteert dat hij de doodstraf krijgt, onderwerpt zich wel, maar is niet gehoorzaam.
De sfeer in het Romeinse Rijk verandert compleet in 64 n.Chr. wanneer Nero de christenen de schuld geeft van de enorme brand die Rome trof. Het is de tijd dat Nero zich ontpopt als een heerser die handelt als een niets en niemand ontziend beest. In het boek Openbaring, waarschijnlijk geschreven tijdens de tirannieke periode van Nero’s bewind, is de situatie zodanig verslechterd dat er van een oproep om zich te schikken geen sprake meer is en de overheid als een werktuig van satan wordt getypeerd (Openb.13).
We kunnen dus in de woorden van Paulus in Rom.13 geen directe boodschap horen dat christenen moeten participeren in de overheid als dienares van God.  Wel kunnen we daarentegen in de woorden van Paulus een kritische noot horen, als hij zegt dat de overheid door God is ingesteld. En die God is niet de keizer, maar de God van Abraham, Isaak en Jakob.
Dus moeten we verder zoeken naar de wijze waarop van gelovigen wordt verwacht zich verdienstelijk te maken in politieke zin (politeuō). Hierover in de blog van volgende week.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 5 beknopte blog over het thema “Christen en politiek” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Definities van politiek

Deel 1 van 5  van het thema ‘Christen en politiek’ door Gijs van den Brink

 

Waren gelovigen in de tijd van Jezus en de apostelen politiek actief? Op deze vraag geven christenen verschillende antwoorden. Voordat we hier iets over kunnen zeggen, moeten we eerst duidelijk hebben wat we onder ‘politiek’ verstaan.  Als we over politiek spreken, wat bedoelen we daar dan mee? En komt het woord of een afgeleide ervan voor in het NT? En wat is de betekenis dan? Het is belangrijk te weten dat we het over hetzelfde hebben, want anders praten we langs elkaar heen.

Definities’

Er worden globaal drie definities van politiek gegeven.

  1. Politiek is het streven naar een goede samenleving. Deze definitie gaat terug op de Griekse oudheid (Plato, Aristoteles).
  2. Politiek als de strijd om de macht. In Europa is het vooral de Italiaanse geschiedschrijver Machiavelli (1469-1527) geweest die het politiek bezig zijn in deze richting uitwerkte.
  3. Politiek als de totstandkoming en doorwerking van het openbaar beleid. Overheid en bestuursapparaat spelen hier een sleutelrol omdat zij wensen, eisen, belangen etc. vanuit de maatschappij via een proces van selectie, bundeling en keuze omzetten in bindende beslissingen.

politeuō in het NT

De tweede definitie is in onze tijd een hele populaire gedachte. De derde is gangbaar onder politici en bestuurders. Maar de eerste heeft de oudste papieren, sluit het beste aan bij het woordgebruik politeuo in het NT (zich als burger gedragen) en komt overeen met de wijze waarop de apostelen hierover spreken. Politiek is in de kern de wijze waarop mensen met elkaar omgaan en hoe besluiten in een gemeenschap worden genomen.
Afgeleid van politēs ‘burger; medeburger’ komt het werkwoord politeuō in het NT alleen voor in de ruimere betekenis ‘zich (als burger) gedragen’, waarbij het element van zich gedragen in relatie tot anderen, als onderdeel van een gemeenschap, nog wel herkenbaar is. In Hand.23:1 zegt Paulus in zijn verhoor door het Sanhedrin het volgende: ‘Broeders, mijn hele leven tot op de dag van vandaag heb ik me als burger gedragen (pepoliteumai) met een volkomen zuiver geweten voor God.’ In dit verband is sprake van een goed ‘gedrag in het openbaar’. En in Fil.1:27 zegt Paulus ‘Maar u moet wel een leven leiden dat het evangelie van Christus waardig is.’ Letterlijk: ‘Gedraagt u (politeuesthe) als burger, waardig het Evangelie van Christus’. Men zou kunnen zeggen dat het gaat om een zich waardig gedragen zoals het iemand met een hemels burgerschap betaamt.
Paulus en Lucas spreken dus over politiek in de zin van betekenis 1 ‘zich als (goede) burger gedragen’. Zo bezien is politiek iets waarbij iedereen betrokken is en zijn wij allemaal politiek actief.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 1 van 5 beknopte blog over het thema “Christen en politiek” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Geweldloosheid en vijanden

Deel 6 van 6 van het thema ‘Geweldloosheid’ door Gijs van den Brink

 

Het belang van geweldloosheid bij Jezus blijkt ook uit zijn uitspraak over vijanden: “U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen” (Mat.5:43-44, HSV). Jezus citeert een verkorte vorm van Lev.19:18. De kern van het vers wordt verbonden met een ingeburgerde consequentie: uw vijand zult u haten. Zo leerde men in Qumran bv. expliciet het haten van vijanden (1QS 1:4,10-11; 9:21-26).
In dit vers blijkt ook wat Jezus onder vijanden verstaat. Het zijn niet alleen persoonlijke tegenstanders, maar ook mensen die de discipelen vervolgen en gewelddadig behandelen, d.w.z. tegenstanders en vijanden van God. Jezus benadrukt het gebod ‘u zult uw naaste liefhebben’ en legt het duidelijk uit: als onze naaste zich vijandig tegen ons opstelt, ons bijvoorbeeld vervloekt, haat, bedreigt of vervolgt, moeten wij hem nog liefhebben. Toch heeft de liefde voor onze vijanden een ander karakter dan die voor onze vrienden. Als het om onze geliefden gaat, is er sprake van een natuurlijke liefde, die in ons hart geboren wordt, terwijl bij het liefhebben van onze vijanden de wil en de daad een veel grotere rol spelen. Dit blijkt hier uit de andere geboden, die Jezus geeft (zegent, doet wel en bidt voor hen). Het zegenen van hen die ons vervloeken en het bidden voor onze vervolgers vooronderstelt dat we hen vergeven hebben en spreekt dus over onze gezindheid bij het liefhebben van vijanden.

Goed met kwaad vergelden is wat de duivel doet, goed met goed en kwaad met kwaad is wat de mens doet, en kwaad met goed vergelden is Gods weg. Dit laatste is ook de houding die van ons christenen vandaag gevraagd wordt, in de tijd vóór de wederkomst van Christus. We laten het oordeel aan God over. In de toekomst zal Hij ieder mens beoordelen naar wat op aarde gedaan is, en dan zal er ofwel vrijspraak zijn ofwel vergelding.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 6 beknopte blog over het thema “Geweldloosheid” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Geweldloosheid en de andere wang toekeren

Deel 4 van 6 van het thema ‘Geweldloosheid’ door Gijs van den Brink

 

Hoe Jezus zich dit praktisch voorstelt, blijkt bijvoorbeeld uit de volgende uitspraak: “Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand. En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.” (Mat.5:38-39)
De tekst veronderstelt de onschuld van de discipelen. De andere wang toekeren betekent afzien van vergelding (vgl. Spr.20:22; 24:29) en ervoor kiezen zich kwetsbaar op te stellen. Jezus zelf is ons in deze houding voorgegaan (Mat.26:67-68; 27:30; 1Pet.2:23) .

Er is overigens meer aan de hand. Het slaan op de rechterwang betekent meer dan een fysieke klap op het gezicht krijgen. Als je iemand op de rechterwang wilt slaan, dan moet je dat met de rug van de hand doen. Zo’n slag werd door de joden en wordt tot op heden in het Oosten nog als de ergste belediging beschouwd. Jezus geeft hier dus geen voorbeeld van een vuistgevecht, maar van een ernstige vernedering en belediging, waarbij fysiek geweld wordt gebruikt. Dit soort vernederingen vinden doorgaans plaats in ongelijke relaties. Meesters vernederen hun slaven op deze manier.

Jezus vraagt zijn volgelingen om bij dergelijke gewelddadige vernederingen af te zien van geweld. Hij roept zijn volgelingen op zich niet te verzetten (antistènai, meestal gebruikt voor verzet met gebruik van geweld) en geen kwaad met kwaad te vergelden. Hij wijst een andere weg, een andere houding t.o.v. de naaste, een houding die, als zij consequent aanwezig is, geweld beperkt en zelfs kan uitbannen.
Het is geen oproep om de status quo te bevestigen, zoals wel beweerd is. Dat zou in regelrechte strijd zijn met de beginselen van het Koninkrijk van God, een Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid. Nee, het tegendeel is het geval. Het afzien van verzet en geweld ontneemt de onderdrukker zijn macht om te vernederen. Wie de andere wang toekeert, laat daarmee zien dat het vernederende effect niet bereikt wordt. En zo wordt de onderdrukker bij die daad van zijn vernederende macht beroofd.

Afzien van geweld is dus geen daad van passiviteit en lafheid. Het is een daad van moed en van liefde voor God en voor Zijn Koninkrijk. Daarom is volgens de 16e eeuwse dopers die principieel geweldloos leefden ‘Gelassenheit’ geen passieve houding, maar een positieve geestelijke actieve houding, die zij als hoger waardeerden dan geloof en werken. Het is een houding van zich ‘in Christus still halten’ die uiteindelijk tot God leidt.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 6 beknopte blog over het thema “Geweldloosheid” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Geweldloosheid is een boodschap voor volgelingen

Deel 3 van 6 van het thema ‘Geweldloosheid’ door Gijs van den Brink

 

In de Bergrede (Mat.5-7) blijkt duidelijk dat Jezus de geweldloze boodschap van de ‘Knecht van de Heer’ predikt. Hij roept op tot geweldloosheid, geheel in lijn met wat over de ‘Knecht’ werd geprofeteerd door Jesaja.
Het is van belang op te merken tot wie Hij hier spreekt. Hij spreekt in deze toespraak op de berg niet tot alle mensen en Hij geeft al helemaal geen manifest af voor een overheid. Een overheid kan niet geven aan iedereen die iets vraagt of de andere wang toekeren aan iemand die geweld gebruikt (Rom.13:4).

In Mat.5:1-2 blijkt duidelijk voor wie de boodschap van Jezus hier is bedoeld. “Bij het zien van deze menigte ging Hij de berg op, en toen Hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak.” ‘Zijn leerlingen kwamen tot Hem’. Jezus richtte zich in het hierna volgend onderwijs (Mat.5:3-7:27) primair tot Zijn discipelen (vs.2: hen), tot hen, die zich bij Hem hadden aangesloten, terwijl het volk op enige afstand meeluisterde (Mat.7:28). De Bergrede bevat niet een algemene moraal of leefregel. Binnen de historische context waarin Jezus deze rede heeft uitgesproken, zijn de woorden een oproep aan zijn volgelingen als het nieuwe messiaanse volk van God. Het betreft een leefwijze die hoort bij het Koninkrijk van God. Door zo te leven zullen zij een voorbeeld en een teken zijn van de vrede die God aan de wereld wil geven (Mat.5:16).

De volgende keer zullen we bespreken hoe Jezus zich dit praktisch voorstelt en ingaan op het toekeren van de andere wang.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 6 beknopte blog over het thema “Geweldloosheid” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!