Een netwerk van kleine kerken

Deel 11 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring door Gijs van den Brink

 

In het boek Openbaring ontmoeten we een kerk die geen hiërarchische, maar een vrije en organische gemeentestructuur heeft. Het beeld dat het boek van de kerk schetst, bestaat uit kleine gemeentes, zoals duidelijk is in Filadelfia (Op.3:8).
Blijkbaar zijn de gemeentes nog niet op stadsniveau georganiseerd, want er is in het boek nog geen sprake van oudsten in de kerk. We moeten denken aan huiskerken met hoogstens 30-40 personen.

Johannes ziet Jezus in het midden van de zeven gouden kandelaren, de gemeenten.

“Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst” (Op.1:12-13).

Hij ziet Jezus dus niet staan boven de kandelaren, maar wandelend te midden van de kandelaren. Er is sprake van een netwerk van huiskerken. Zo trekken ook de ‘boodschappers’ langs de gemeenten. De aggeloi in Op.1:20 moeten we niet vertalen met ‘engelen’, maar met ‘boodschappers’ (zie comm. StudieBijbel). Het zijn rondreizende profeten en predikers die langs de gemeentes trekken.

De focus in Openbaring is niet op de organisatorische aspecten van het kerk-zijn, maar op de vertroosting en versterking van de gemeente van Christus. Dit is een belangrijke boodschap voor de herders in de kerk van vandaag, die evenals in de eerste eeuw vaak bestaat uit kleine gemeentes.

 

Kijk ook: Deel 10 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’: Openbaring: Door crisis naar behoud van de aarde

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 11 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Jeruzalem

Deel 4 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer eindigden we met de vraag: in welke kerk worden oudsten aangesteld. In de huiskerk? Of over een groep van huiskerken in een bepaalde stad of regio? Of in de universele kerk?

De eerste keer dat er wordt gesproken over verantwoordelijke oudsten in de christelijke gemeente is in Hand.11:29-30: ‘De leerlingen besloten dat de broeders en zusters in Judea ondersteund moesten worden. Ze droegen elk naar vermogen bij en lieten hun gift door Barnabas en Saulus naar de oudsten brengen’. Er wordt hier gesproken over de aanwezigheid van (christelijke) ‘oudsten’ in Jeruzalem.

Het is opmerkelijk dat er niet meer alleen over de apostelen wordt gesproken (vgl. 4:34,37), maar ook over ‘de oudsten’. Enerzijds behoren de apostelen natuurlijk ook tot ‘de oudsten’. Petrus noemt zichzelf  bijvoorbeeld ‘medeoudste’ (1Petr.5:1) en ook de apostel Johannes noemt zichzelf ‘oudste’ (2 Joh.1). Anderzijds blijkt uit Hand.15:2,4,6,22,23; 16:4 dat er naast de apostelen ook oudsten waren, waarvan Jakobus, de broer van Jezus, de eerste was (vgl. 15:13; 21:18; Gal.2:9).

Over de aanstelling van deze oudsten bericht Lucas ons niet. Waarom dit niet gebeurt wordt duidelijker als we beseffen dat het bij de gemeente in Jeruzalem niet om een gemeente gaat die op één plaats samenkomt (een samenkomst aan huis of in een zaal), maar om de stadsgemeente in de zin van alle gelovigen in Jeruzalem.

 

Netwerk van dagelijkse samenkomsten

Hier moeten we iets zeggen over de structuur en aard van de gemeente in Jeruzalem. Het was een netwerk van kleine gemeenschappen met dagelijkse samenkomsten. In Hand.2:46 lezen we: ‘Elke dag kwamen ze [de gelovigen] trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde’ (zie ook Hand. 1:13; 4:32-35; 5:42; 12:12).

De gelovigen in Jeruzalem ontmoetten elkaar dagelijks aan huis. Wat ze dan deden lezen we in vers 42: ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed’.

Op grond van archeologisch onderzoek mogen we aannemen dat er gemiddeld 30 mensen per huis konden samenkomen. In dat geval betreft het dus minstens 165 huizen, want er waren in Jeruzalem en omstreken 5000 gelovigen (Hand. 4:4).

Wanneer we in het boek Handelingen dus lezen over ‘oudsten’ in Jeruzalem, die samen met de apostelen worden genoemd, betreft het dus de verantwoordelijke oudsten van een stadsgemeente ofwel van alle gelovigen in Jeruzalem en omstreken. Het gaat hier niet over oudsten van één lokale (huis)kerk.

Tegen de achtergrond van de oudsten in de joodse gemeenschap hoeven we er niet aan te twijfelen dat ook in de christengemeenschap van Jeruzalem de oudsten die hier genoemd worden de meest gerespecteerde oudere broeders zijn uit diverse huisgemeenten.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Antiochië, Kreta en Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!