Een netwerk van kleine kerken

Deel 11 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring door Gijs van den Brink

 

In het boek Openbaring ontmoeten we een kerk die geen hiërarchische, maar een vrije en organische gemeentestructuur heeft. Het beeld dat het boek van de kerk schetst, bestaat uit kleine gemeentes, zoals duidelijk is in Filadelfia (Op.3:8).
Blijkbaar zijn de gemeentes nog niet op stadsniveau georganiseerd, want er is in het boek nog geen sprake van oudsten in de kerk. We moeten denken aan huiskerken met hoogstens 30-40 personen.

Johannes ziet Jezus in het midden van de zeven gouden kandelaren, de gemeenten.

“Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst” (Op.1:12-13).

Hij ziet Jezus dus niet staan boven de kandelaren, maar wandelend te midden van de kandelaren. Er is sprake van een netwerk van huiskerken. Zo trekken ook de ‘boodschappers’ langs de gemeenten. De aggeloi in Op.1:20 moeten we niet vertalen met ‘engelen’, maar met ‘boodschappers’ (zie comm. StudieBijbel). Het zijn rondreizende profeten en predikers die langs de gemeentes trekken.

De focus in Openbaring is niet op de organisatorische aspecten van het kerk-zijn, maar op de vertroosting en versterking van de gemeente van Christus. Dit is een belangrijke boodschap voor de herders in de kerk van vandaag, die evenals in de eerste eeuw vaak bestaat uit kleine gemeentes.

 

Kijk ook: Deel 10 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’: Openbaring: Door crisis naar behoud van de aarde

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 11 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Lessen uit Openbaring: Symbolische uitleg

Deel 3 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

Het boek Openbaring is een moeilijk boek. In eerdere blogs zagen we dat dit komt, omdat het boek vanaf hoofdstuk vier een aaneenschakeling van visioenen bevat. De beelden zijn vaak moeilijk te begrijpen.
Een andere moeilijkheid is hoe we het boek moeten lezen? Als een profetie over wat in de toekomst zal gebeuren of zuiver geestelijk en symbolisch? We kunnen voornamelijk twee hoofdstromen onderscheiden, de symbolische of idealistische uitleg en historische interpretaties. De eerste bespreken we hier.

De symbolische visie, ook wel de Alexandrijnse genoemd heeft de kerk te danken aan kerkvader Origenes uit Alexandrië (3e eeuw). Zijn volgeling, de al eerder genoemde Dionysius van Alexandrië (gest. 265), leest het boek Openbaring als een aaneenschakeling van tijdloze allegorieën, een soort symbolen of metaforen. Bij de idealisten gaat het niet over concrete gebeurtenissen, maar over principes.

Men spreekt over de strijd tussen het Koninkrijk van God en het kwaad. Zo is het ‘Beest’ in Op.13 bijvoorbeeld niet een historische persoon of instantie, maar een beeld van de macht van satan. En de strijd bij Harmageddon is niet iets wat op aarde gebeurt, maar een ideologisch conflict tussen geloof en ongeloof. Zoals Origenes het OT vergeestelijkte, zo vergeestelijken de idealisten het boek Openbaring.

Na Constantijn de Grote in de 4e eeuw n.Chr. toen het christendom staatsgodsdienst werd, is deze uitleg in de traditionele staatskerken het meest geliefd geworden, want de kerk had geen behoefte meer aan een vertroosting voor moeilijke tijden. Men zag niet langer vol verlangen uit naar een spoedige komst van Christus. En er was zeker geen behoefte aan een visie waarbij de overheid het kwaad vertegenwoordigt!

Met de meerderheid van nieuwtestamentische exegeten wijzen we de grondgedachte van de idealistische uitleg af. Johannes is een profeet als de oudtestamentische profeten en evenals zij spreekt hij concreet over de geschiedenis van God met Zijn volk en de wereld. Zo concreet als Jeremia de ballingschap voorzag, zo concreet spreekt Johannes over de verschijning van de antichrist (het ‘beest’ Op.13) en de komst van Christus om te oordelen (Op.19). Als het laatste, de komst van Christus, wel historisch bedoeld is, zou dan het voorlaatste niet historisch bedoeld zijn?

Dit staat los van de vele symboliek die er in het boek voorkomt en dat je de beelden uit de visioenen natuurlijk niet letterlijk kunt nemen. Dit hebben we eerder al gezien. Dit geldt ook voor getallen als 144.000, 7 of 10. De kernvraag is voortdurend hoe beelden en gebeurtenissen zich verhouden.

 

De volgende keer bespreken de historische interpretatie.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Visioenen

Deel 1 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

We zijn in het westen in de 21e eeuw niet zo vertrouwd met visioenen. Onze westerse cultuur is sinds de verlichting op een weg waarin visioenen en openbaringen niet als een betrouwbare bron van informatie worden opgevat. Het is overigens wel zo dat de aanwas van migranten uit Azië en Afrika ons dwingt hierover na te denken. De IND (de Immigratie en Naturalisatiedienst) publiceerde onlangs nog een nieuwe werkinstructie, waarin wordt ingegaan op het toetsen van dromen en visioenen waardoor veel moslims tot bekering zijn gekomen.

De apostel Johannes kreeg veel visioenen en die zijn vaak heel beeldend en cryptisch. Bijvoorbeeld Op.5:6 ‘Toen zag ik midden voor de troon en omgeven door de vier wezens en de oudsten een lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en Het had zeven horens en zeven ogen …’ . Johannes ziet het lam ‘als zijnde geslacht’. Maar het wonderlijke is dat hij het lam ook ziet ‘staan’! Dat kan helemaal niet, een geslacht lam ligt. En het is een lam met zeven horens en zeven ogen. Vreemde beelden.

De visioenen in Openbaring zijn de reden dat de inhoud, de stijl en zelfs de taal in dit boek anders zijn dan in het evangelie en de brieven. Het is interessant te lezen hoe Johannes zelf zijn geestelijke ervaringen beschrijft.
Daarover zullen de volgende keer iets zeggen.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 1 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Gaven van de Heilige Geest

Deel 6 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

We zijn in deze serie bezig met een overzicht van de betekenis van de Heilige Geest in het NT. De vorige keer spraken we over de volheid van de Geest of de vervulling met de Geest. Deze gebeurtenis die op het Pinksterfeest de eerste keer plaatsvond, heeft zich sindsdien vele malen herhaald in de levens van individuele gelovigen.

Waar gaat het dan over? Wat gaat die ‘toerusting’ of ‘zalving’ met de Geest’ ons brengen?

Deze vervulling brengt ‘geestelijke gaven’ met zich mee. Op meerdere plaatsen in het NT vinden we hier voorbeelden van.

De meest bekende opsomming staat in 1Kor.12:8-10.

De meest bekende opsomming

‘Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven; aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest; 9 aan een derde door dezelfde Geest het geloof; en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen, 10 de kracht om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, het vermogen om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen.’ (1Kor.12:8-10, WV95)

Het gaat hier om pneumatika, om uitingen die direct door de Geest worden gewerkt. En de opsomming lijkt ontleend aan de wijze waarop de Korintiërs hiermee omgaan. Ik kan niet op alle genoemde gaven ingaan, maar over twee gaven wil ik iets zeggen.

Bij de gave van ‘geloof’ (vs.9) gaat hier niet over het geloof dat ons behoudt, maar de gave van het ‘wonderwerkend geloof’, die sommigen ontvangen.

Het is het geloof, dat ‘bergen kan verzetten’. Door dit geloof ontvang je bijzondere gebedsverhoringen en worden bijvoorbeeld bezetenen bevrijd.

Het is verder opmerkelijk dat er in het Grieks gesproken wordt over ‘gaven van genezingen’, in het meervoud dus. We zullen dit zo moeten opvatten, dat je deze gave niet permanent bezit, maar dat deze uitingen telkens opnieuw door de Geest gegeven worden. Dit geldt voor alle geestesuitingen die Paulus hier noemt.

Het zijn geen talenten die je bezit, maar de Geest bezit deze gaven en gebruikt ons als instrumenten. Een talent bezit je permanent, maar een geestelijke gave is het bezit van de Geest en Hij gebruikt ons telkens als Hij dat wil.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De volheid van de heilige Geest

Deel 5 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

We hebben voorgaande keren gezien dat alle hoogtepunten in het leven van Jezus ook betekenis hebben in ons geloofsleven. Zo ook de uitstorting van de Geest op Pinksteren.

Paulus spreekt in dit verband over het ‘zegel’ van de Geest (2Kor.1:22) of de ‘verzegeling’ met de Geest (Ef.1:13; 4:30). De Geest is dan het ‘onderpand’ (arrabon),  de aanbetaling van een veel grotere belofte.

Johannes noemt in zijn brieven dit persoonlijke pinksteren een ‘zalving’ van de Geest (1Joh.2:20,27; vgl. ook Lucas in Hand.10:38), die aan de gelovigen is gegeven.

Van prof. Graafland heb ik geleerd dat deze analogie tussen de heilsgeschiedenis en ons geestelijk leven in de dogmatiek ‘heilsorde’ wordt genoemd. Zo kun je heilshistorisch over de openbaring in de Schrift spreken en ‘heilsorderlijk’ over de geloofsweg van een mens. Er is een analogie tussen de heilsgeschiedenis en de persoonlijke heilsorde.

In de grote christelijke tradities, zoals de Rooms-katholieke en Orthodoxe kerken, maar ook in de Anglicaanse en Lutherse traditie, is de heilsorderlijke betekenis van Pinksteren altijd bewaard gebleven, namelijk in de leer en praktijk van het vormsel of de confirmatie.

Sinds Tertullianus (plm. 200 n. Chr.) is dit een eeuwenlange breed gedragen visie, die m.i. door en door bijbels is. De waterdoop is gericht op het behoud, de Geestesdoop of confirmatie op de toerusting van de christen met kracht van de Heilige Geest.

In de Gereformeerde traditie is dit geloofspunt helaas erg vervaagd. Wel heeft de missioloog prof . Dr. J.H. Bavinck zich sinds het midden van de 20e eeuw enorm ingezet om dit geloofspunt weer onder de aandacht te brengen. In zijn boekje “Ik geloof in de Heilige Geest” (1963) maakt ook hij onderscheid tussen de ‘wederbarende werking’ van de Geest en de ‘bekrachtiging’ met de Geest.

Het is de pinksterbeweging geweest die dit belangrijke thema in de 20 eeuw krachtig op de kaart heeft gezet, in geschrift, maar vooral in de praktijk. Waar het dan over gaat, komt in volgende bijdragen aan de orde.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Zo Meester zo leerling

Deel 4 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

In de vorige blogs hebben we gezien dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en op het Pinksterfeest na zijn hemelvaart.

We zien ook dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben. Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

Een paar voorbeelden. Jezus heeft in zijn gesprek met Nicodemus duidelijk gemaakt dat ook zijn volgelingen uit de Geest geboren moeten worden. Deze wedergeboorte is onmisbaar. Hij zegt namelijk ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ (Joh.3:3) en: ‘Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. (Joh.3:6).

Verder heeft Jezus onderwezen dat ook zijn volgelingen gedoopt moeten worden en dat ook voor hen de belofte van de vervulling met de Geest vervuld zal worden.
En na zijn opstanding heeft hij hen duidelijk gemaakt dat ook hun bediening en getuigenis niet zonder de kracht van de heilige Geest kan. Daarom moesten ze wachten in Jeruzalem.

Ook in de brieven van het Nieuwe Testament zien we dat de apostelen deze overeenkomst tussen meester en leerling leren. Paulus zegt in Rom.6:4-5 ‘We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven … Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.’

En in Efez.6:2 betrekt Paulus ook de hemelvaart in deze analogie. ‘Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelse sferen, in Christus Jezus.’

 

De volgende keer zullen we wat dieper ingaan op de betekenis van de uitstorting van de Geest op Pinksteren in de geloofsweg van de individuele gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren

Deel 3 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Na zijn opstanding zegt Jezus tegen zijn discipelen:

‘‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. (Hand.1:4)

Ze moesten wachten in Jeruzalem en niet terugkeren naar hun geboortestreek Galilea. En dat laatste  lag toch voor de hand!? Waarom Jeruzalem niet verlaten? Wachten op de komst van de Heilige Geest.

Het zal over een paar dagen gebeuren, zegt Jezus in Hand.1:5. Wist hij dat dit op het Pinksterfeest zou zijn? Wát zal er dan gebeuren? Ook dat wordt door Jezus duidelijk gezegd:

Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ (Hand.1:8).

En dan komt de dag van het Pinksterfeest. Hand.2:1-4.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

En dan komt Petrus naar voren en zegt: Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël (Hand. 2:16).

Het pinkstergebeuren was geen eenmalige gebeurtenis, maar blijft zich herhalen. Het gebeurt nog eens in Samaria wanneer Petrus en Johannes daar komen (Hand.8) en ook weer in het huis van Cornelius in Caesarea, een Romeinse centurio, een hoofdman over honderd (Hand.10).

Wat hebben we tot nu toe gezien? Ten eerste dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart. Het laatste wordt ook wel zijn wederkomst in de Geest genoemd.

Ten tweede zien we dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben.

Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

De volgende keer meer over deze overeenkomst tussen Jezus en ons als gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De Geest en de bediening van Jezus

Deel 2 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer lazen we over de belofte van de Heilige Geest in het OT en concludeerden we dat de Geest in het leven van de Messias een cruciale fundamentele rol zal spelen. En dat is precies wat we zien in het leven van Jezus als we het NT lezen.

De engel zegt tegen Jozef wanneer Maria zwanger is:
Mat.1:20 ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
Dus Jezus is geboren uit Maria, maar verwekt door de Heilige Geest.

En ook bij de volgende belangrijke gebeurtenis in Jezus’ leven, zijn doop, heeft de heilige Geest een centrale rol.
We lezen in Mat.3:16-17 het volgende: ‘Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde.

Hierna begint de openbare bediening van Jezus, een bediening van verkondiging, maar ook van verlossing, bevrijding en genezing.
En hoe gebeurt die bevrijding? Jezus zegt: ‘als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.’ (Mat.12:28)
Dus ook in zijn openbare bediening speelt de heilige Geest een essentiële rol.

In het evangelie naar Johannes bereidt Jezus zijn leerlingen voor op zijn vertrek. Hij spreekt veel met hen over de andere Trooster, de andere Helper die zal komen nadat hij is heengegaan. Hij zegt: ‘Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere helper [pleitbezorger] te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid.’ (Joh.14:16; vgl. 14:26; 15:26; 16:7)
Niet alleen zegt Jezus dat ook na zijn vertrek de heilige Geest centraal zal blijven staan, maar ook blijkt nergens in het NT duidelijker dan hier dat de heilige Geest een persoon is.

We zien dus dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart.
De volgende keer meer over de Geest na de opstanding van Jezus.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in brieven van Jakobus, Petrus en Johannes

Deel 8 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

In de vorige bijdragen zagen we hoe oudsten functioneerden in het boek Handelingen en in de pastorale brieven Timoteüs en Titus.

In de overige boeken van het Nieuwe Testament komen de oudsten, hoewel minder pregnant, nog voor in de brieven van Jakobus, Petrus en Johannes. We zullen de plaatsen kort bespreken en zien of ze passen in het beeld dat we tot nu toe hebben gekregen.

In Jak.5:14 lezen we dat zieken worden aangemoedigd de oudsten van de gemeente te roepen en voor zich te laten bidden. Omdat Jakobus niets zegt over de kerkstructuur, weten we niet of hij met ‘gemeente’ de huisgemeente bedoelt of de stadsgemeente. Beide is mogelijk. In het eerste geval spreekt Jakobus over oudere, wijze, gerespecteerde broeders (vgl. 1Tim.5:1). In het tweede geval over leiders van de gemeente op stads- of streekniveau.

Ook Petrus spreekt in zijn brief over ‘oudsten’ en noemt zichzelf ‘medeoudste’ (1Pet.5:1,5). In lijn met het joodse gebruik gaat het bij een ‘oudste’ blijkens de tegenstelling met ‘jongeren’ (vs.5) om een oudere wijze gelovige, wiens leiding men moet respecteren en volgen.  Maar ook in de Petrusbrief is de gemeentestructuur niet duidelijk beschreven en we weten daarom niet hoe een ‘oudste’ hier precies functioneert.

Dan hebben we nog het gebruik van ‘oudste’ door de apostel Johannes. Hij gebruikt de term in de aanhef van twee van zijn brieven om zichzelf aan te duiden: de oudste aan … (2Joh.1; 3Joh.1).  Uit het gegeven dat hij dit in twee brieven doet aan een verschillende groep gelovigen, blijkt dat hij met ‘oudste’ een waardigheid aangeeft die niet tot één (huis)gemeente beperkt is. Hij is dé (bekende) oudste, de apostel, die in meerdere gemeenten groot respect en gezag genoot.  Dit komt overeen met het gebruik van de term in de joodse gemeenschap en ook met wat we tot nu toe zagen, dat de term oudste pas gebruikt gaat worden waar sprake is van de gemeente op stads- en streekniveau. Er is ook hier geen indicatie dat we aan een functie moeten denken.

In de volgende en laatste bijdrage over oudsten in het NT zullen we met een afsluitende conclusie komen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 8 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten aangesteld over een stad of streek

Deel 7 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Omdat de pastorale brieven om meerdere redenen een eenheid vormen, bespreken we de plaats van ‘oudsten’ in deze brieven samen. We beperken ons ook hier tot de vraagstelling, hoe de positie van de ‘oudste’ eruit ziet als we de teksten lezen tegen de achtergrond van de plaats van ‘oudsten’ in de joodse gemeenschap. De term ‘oudste’ (presbuteros) komt drie keer voor (1Tim.5:17,19 en Tit.1:5) en ‘oudstenraad’ (presbuterion) één keer (1Tim.4:14).

We beginnen met de meest duidelijke plaats, namelijk Tit.1:5 waar Paulus tegen Titus zegt: ‘Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en per stad (kata polin) oudsten aan te stellen.’ Het ‘per stad’ geeft aan dat we in de pastorale brieven te maken hebben met de gemeente in de zin van stads- of streekgemeente (1Tim.3:5,15; 5:16). We hebben hier een aanwijzing van het niveau waarop de oudsten werkzaam zijn. Het is niet aannemelijk dat er wel gemeenten waren, maar geen leiders. Het is wel begrijpelijk wanneer hier het leiderschap op stadsniveau (kata polin) wordt geregeld. Deze leiders zullen voortaan de verantwoordelijkheid dragen die voorheen door de apostel en zijn medewerkers werd genomen.

Deze oudsten krijgen nu de taak van ‘opziener’ (Tit.1:7), omdat ze niet alleen gezag hebben vanwege hun leeftijd, maar een functie hebben gekregen en de daarbij horende arbeid doen. Ongetwijfeld werden tegelijkertijd andere ‘oudsten’ tot dienaren of helpers benoemd.

De andere tekstplaats waar ‘oudsten’ ter sprake komen is 1Tim.5:17 en 19. ‘De oudsten die zich goede bestuurders tonen, verdienen dubbele eer/beloning, vooral als zij de zorg voor de prediking en het onderricht op zich hebben genomen’ (vs 17). Het gaat hier niet om een oudste in het algemeen, maar om die oudste, die goed leiding geeft. Met andere woorden het betreft een oudste met een uitvoerende taak.

Er zijn in de pastorale brieven maar twee functies: de opziener (episkopos) en de dienaar/helper (diakonos). De ‘oudsten’ zijn evenals in de joodse gemeenschap zeer gerespecteerde oudere leden van de christelijke gemeenschap.

Concluderend kunnen we stellen dat in de pastorale brieven de bestuurlijke oudsten leiding geven aan de hele christelijke gemeenschap in een stad of streek, die bestaat uit meerdere huiskerken.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 7 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Efeze

Deel 6 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Eerder zagen we hoe ‘oudsten’ functioneerden in de christelijke gemeente in Jeruzalem en Antiochië. Het zijn geen oudsten van één plaatselijke gemeente, maar oudsten voor de hele stad, voor alle gelovigen verspreid over meerdere huiskerken. En dat waren in Jeruzalem wel 5000 gelovigen verspreid over minstens 150-165 huiskerken. Vandaag kijken we naar de situatie in Efeze in Klein Azië, het huidige Turkije.

Met betrekking tot de stad Efeze is in het boek Handelingen het zelfde onderscheid tussen de gemeente ‘aan huis’ en de gemeente ‘per stad’ aan de orde (Hand.20:17). Vanuit Milete stuurde Paulus een boodschap naar Efeze om de oudsten van de gemeente bij zich te roepen. Het gaat hierbij in het woordgebruik van Lucas evenals bij de gemeente van Jeruzalem’ (Hand.11:22), en ‘de gemeente door geheel Judea, Galilea en Samaria’ (Hand.9:31) om de hele stadsgemeente. En het is in deze wereldstad Efeze, evenals in Antiochië, niet aannemelijk dat de christelijke gemeente in deze fase nog maar uit enkele tientallen christenen bestaat. Er is ook hier ongetwijfeld sprake van meerdere huisgemeenten. En Lucas spreekt dus over de gezamenlijke oudsten van een stadsgemeente, die uit meerdere huisgemeenten bestond.

Ook hier worden de oudsten (overeenkomstig de joodse status van oudsten) niet aangesteld, ze blijken er al te zijn en even later laat Lucas Paulus zeggen: ‘Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders (episkopoi, opziener) heeft aangesteld om de kerk van God  te weiden’ (20:28). Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat in iedere huisgemeente de huisvader of huiseigenaar de gastheer of gastvrouw van de gemeente was (opziener genoemd?) en verantwoordelijk was voor de gemeente aan huis. Gezamenlijk worden ze de ‘oudsten’ van de stadsgemeente Efeze genoemd, omdat ze leiding geven aan de diverse huisgemeenten waaruit de kerk te Efeze bestond.
De volgende keer meer over de situatie in Efeze in de brief aan Timoteüs.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Jeruzalem

Deel 4 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer eindigden we met de vraag: in welke kerk worden oudsten aangesteld. In de huiskerk? Of over een groep van huiskerken in een bepaalde stad of regio? Of in de universele kerk?

De eerste keer dat er wordt gesproken over verantwoordelijke oudsten in de christelijke gemeente is in Hand.11:29-30: ‘De leerlingen besloten dat de broeders en zusters in Judea ondersteund moesten worden. Ze droegen elk naar vermogen bij en lieten hun gift door Barnabas en Saulus naar de oudsten brengen’. Er wordt hier gesproken over de aanwezigheid van (christelijke) ‘oudsten’ in Jeruzalem.

Het is opmerkelijk dat er niet meer alleen over de apostelen wordt gesproken (vgl. 4:34,37), maar ook over ‘de oudsten’. Enerzijds behoren de apostelen natuurlijk ook tot ‘de oudsten’. Petrus noemt zichzelf  bijvoorbeeld ‘medeoudste’ (1Petr.5:1) en ook de apostel Johannes noemt zichzelf ‘oudste’ (2 Joh.1). Anderzijds blijkt uit Hand.15:2,4,6,22,23; 16:4 dat er naast de apostelen ook oudsten waren, waarvan Jakobus, de broer van Jezus, de eerste was (vgl. 15:13; 21:18; Gal.2:9).

Over de aanstelling van deze oudsten bericht Lucas ons niet. Waarom dit niet gebeurt wordt duidelijker als we beseffen dat het bij de gemeente in Jeruzalem niet om een gemeente gaat die op één plaats samenkomt (een samenkomst aan huis of in een zaal), maar om de stadsgemeente in de zin van alle gelovigen in Jeruzalem.

 

Netwerk van dagelijkse samenkomsten

Hier moeten we iets zeggen over de structuur en aard van de gemeente in Jeruzalem. Het was een netwerk van kleine gemeenschappen met dagelijkse samenkomsten. In Hand.2:46 lezen we: ‘Elke dag kwamen ze [de gelovigen] trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde’ (zie ook Hand. 1:13; 4:32-35; 5:42; 12:12).

De gelovigen in Jeruzalem ontmoetten elkaar dagelijks aan huis. Wat ze dan deden lezen we in vers 42: ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed’.

Op grond van archeologisch onderzoek mogen we aannemen dat er gemiddeld 30 mensen per huis konden samenkomen. In dat geval betreft het dus minstens 165 huizen, want er waren in Jeruzalem en omstreken 5000 gelovigen (Hand. 4:4).

Wanneer we in het boek Handelingen dus lezen over ‘oudsten’ in Jeruzalem, die samen met de apostelen worden genoemd, betreft het dus de verantwoordelijke oudsten van een stadsgemeente ofwel van alle gelovigen in Jeruzalem en omstreken. Het gaat hier niet over oudsten van één lokale (huis)kerk.

Tegen de achtergrond van de oudsten in de joodse gemeenschap hoeven we er niet aan te twijfelen dat ook in de christengemeenschap van Jeruzalem de oudsten die hier genoemd worden de meest gerespecteerde oudere broeders zijn uit diverse huisgemeenten.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Antiochië, Kreta en Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!