Openbaring: Bekering van Israël

Deel 9 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring door Gijs van den Brink

 

Er is een fundamenteel onderscheid tussen gelovigen uit Israël en gelovigen uit de heidenen, zoals duidelijk verwoord wordt in hoofdstuk 7 .

144.000 gelovigen uit Israël, d.w.z. een volheid van een bepaald vastgesteld aantal gelovigen, zullen verzegeld worden. Deze zegelafdruk biedt wettelijke bescherming tegen schending. Het gaat hier om een overblijfsel van messiasbelijdende joden die in de laatste dagen goddelijke bescherming ontvangen. En er is daarnaast sprake van een tweede groep, een menigte die niemand tellen kan uit alle volken en stammen en natiën en talen.

In Op.11:13 wordt de verwachting uitgesproken dat het overgrote deel van het volk Israël tot bekering zal komen. Johannes ziet ook hoe dat zal gaan.

We lezen in hoofdstuk 11 dat er in Israël twee getuigen, twee godsmannen zullen optreden, die bijzonder moedig zijn. Maar uiteindelijk worden ze door het “beest”, de antichrist, vermoord. Maar wat gebeurt er? Na drie en een halve dag neemt God het voor de vermoorde getuigen op. Hij laat hen weer tot leven komen. Vervolgens neemt de Heer hen op in de hemel terwijl hun vijanden toekijken. Hij brengt hen in veiligheid, want op aarde zijn ze niet langer veilig.

De spot onder de volken verandert in angst. Op hetzelfde moment van de hemelvaart is er ook een grote aardbeving (vs.13). Het gevolg is dat 1/10 deel van Jeruzalem instort en dat 7000 mensen sterven. Dit is in feite een gering aantal, een kleine minderheid! Zo groot is Gods liefde voor Israël. Niet slechts een trouwe rest overleeft, maar ook een ongelovige meerderheid. Slechts 10% is omgekomen, de ‘overigen’ hebben het overleefd.

Van hen lezen we dat ze ‘bevreesd worden en de God van de hemel de eer geven’. Dat wil zeggen dat ze zich bekeren en de boodschap van de twee getuigen die overleden zijn, gaan geloven. 90% van de inwoners van Jeruzalem komt dan tot geloof!!

En als Jeruzalem hier gezien moet worden als moeder van Israël (zoals in het jodendom veel gebeurde), dan is er sprake van een bekering van het hele volk Israël. En precies dit werd ook verkondigd door Jezus.

Mat.23:39

‘Want Ik zeg u: vanaf nu zult u Me niet meer zien, tot het moment waarop u zegt: Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.’

 En door Paulus in Rom. 11:26

‘En zo zal tenslotte heel Israël gered worden, volgens de woorden van de Schrift: Uit Sion zal de redder komen en Hij zal de goddeloosheid uit Jakob verwijderen.’

En zo zal tenslotte heel Israël gered worden.

Zowel Jezus als ook Paulus en dus ook de apostel Johannes vertellen ons over een toekomstige bekering van Israël.

 

Kijk ook: Deel 8 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’: Visie op milieu

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 9 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 


Download de Studiebijbel App GRATIS via Play Store of  App StoreVoer deze aanmeldcode (BLOGCVB2020) in om 45 dagen GRATIS toegang te hebben tot het StudieBijbel Salomo-pakket (het meest uitgebreide pakket).

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Ik kwam in geestvervoering

Deel 2 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer zagen we dat Openbaring een boek vol met visioenen is die niet altijd gemakkelijk te begrijpen zijn.

Nu willen we stilstaan bij de geestelijke ervaring waarbij Johannes zijn visioenen kreeg. Hij vertelt er zelf iets over.

In Op.1:10 zegt hij (letterlijk vertaald) ‘ik geraakte in de geest (egenomēn en pneumati, van ginomai, ontstaan, worden) op de dag des Heren; en ik hoorde achter mij ….’.

Hij zegt niet ‘ik was in de geest’, maar ‘ik geraakte in de geest’. We lezen dit ook in 4:2 (vgl. ook 17:3 en 21:10). Het gaat om de geestelijke ervaring die Petrus en Paulus beschrijven als ‘ekstasis’,  zinsverrukking of geestvervoering (Hand 11:5; 22:17). Wat Johannes ondergaat is een vorm van profetische extase, waardoor hij ‘in (de) geest’ in de hemel aanwezig is (4:1, vgl. Paulus, 2Kor.12:2-5).

Verder lezen we in het boek ongeveer 50 keer ‘ik zag’ en ongeveer 25 keer ‘ik hoorde’. Het is duidelijk dat visioenen en audities (het horen van stemmen en geluiden) de wijze zijn waarop Johannes zijn openbaringen ontving.
Maar betekent dit nu dat zijn wil en verstand waren uitgeschakeld? Blijkbaar niet, want we zien een interactie tussen een bewust aanwezige Johannes en wat in het visioen gebeurt. Johannes reageert emotioneel op wat hij ziet en hoort. Bijvoorbeeld in 5:4 moet hij erg huilen als hij merkt dat niemand de boekrol in de hand van God kan openen. Ook geeft hij antwoord op vragen die hem in het visioen gesteld worden (7:13-14). Dit alles zien we overigens ook bij de profeten in het OT. Ze zien visioenen en horen stemmen bij volle bewustzijn (Jer.1:11; Eze.10:15; 43:3; Dan.9:21; Am.7:8).

Zo gaat bijvoorbeeld in Openbaring 11:4 een visionaire toestand, waarin God of een engel tot Johannes spreekt over in een profetische rede waarin Johannes zelf aan het woord is.

Waarom het Boek Openbaring zoveel moeilijker te begrijpen is als het evangelie of de brieven komt door de visioenen. Johannes doet moeite om wat hij ziet en hoort te beschrijven voor zijn hoorders.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Geestesgaven en de verspreiding van het Evangelie

Deel 10 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Aangezien de context in de brieven die van de christelijke gemeente is, is het niet vreemd dat we dit aspect daar minder tegenkomen.

Maar in het boek Handelingen is dit anders. In Handelingen lezen we regelmatig over ‘tekenen’ en ‘wonderen’ (Hand.2:43; 5:12; 6:8; 8:6,13; 14:3; 15:12). De genezingen en andere charismata dienen als legitimatie van de prediker en zijn boodschap.

Wonderen en tekenen ondersteunen en bevestigen de boodschap van de apostelen.

In dezelfde lijn spreekt ook Marcus over genezingen: ‘En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.’ (Mar.16:20).

Lucas schrijft over Paulus en Barnabas dat zij ‘vrijmoedig spraken over Gods woord, vol vertrouwen in de Heer, die de verkondiging van zijn genade kracht bijzette door hen tekenen en wonderen te laten verrichten.’ (Hand.14:3).

We zien in het boek Handelingen dat door het zien van genezingen en wonderen mensen tot geloof komen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de genezing van Eneas (Hand.9:32-35) en bij de opwekking uit de dood van Dorcas (Hand.9:37-43).

De gaven van de Geest worden enerzijds gegeven tot opbouw of stichting van de gemeente (1Kor.12:4-11), maar anderzijds ook als legitimatie van de prediker en zijn boodschap (2Kor.12:2).

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 10 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Brede opvatting van geestesgaven

Deel 9 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Vorige keer concludeerden we dat Paulus veronderstelt dat iedere gelovige een gave heeft. De opvatting van Paulus over geestesgaven is heel breed. Hij verstaat hieronder niet alleen de bijzondere geestesuitingen, maar ook de meer gewone menselijke kwaliteiten en talenten.

Bovendien zegt hij in 1Kor.7:7 over zijn ongehuwde staat: ‘Ik zou liever zien dat alle mensen waren zoals ik, maar iedereen heeft van God zijn eigen gave gekregen, de een deze, de ander die.’ Dus ook zijn maatschappelijke positie als celibatair ziet hij als een charisma, een genadegave.

Alles wat een christen uit genade is of mag doen voor de Heer, ziet Paulus als een genadegave (charisma), een uit genade van God ontvangen voorrecht om Hem te dienen. Een hele brede opvatting over charismata dus.

Dan is er nog een vraag: Is de uitstorting van de Geest en zijn de geestesgaven ook van nut voor ongelovigen? We lezen in 1Kor.14 (vers 3,5,12,26) dat de gaven tot opbouw, tot nut van de gemeente moeten zijn. Moeten we dit zo verstaan dat Paulus het nut van de charismata beperkt tot de gemeenschap van gelovigen? Nee, niet echt, want in vers 24-25 spreekt hij over het nut van de gave van profetie voor ongelovigen:

‘Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 9 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Iedere gelovige heeft gaven

Deel 8 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer lazen we twee lijstjes met geestesgaven in 1Kor.12:8-10 en 1Kor.12:28 en we concludeerden dat Paulus geen onderscheid maakt tussen gewone en meer bijzondere gaven.

Een derde opsomming van gaven vinden we in Rom.12:6-8.

We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken.

Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen.

Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.

 

Paulus maakt ook hier geen onderscheid tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ gaven.

Hij noemt enerzijds meer alledaagse gaven zoals dienstbetoon, onderwijs en bemoediging.

Anderzijds noemt hij de meer bijzondere gave van profetie en zegt hierover: ‘gebruik die in overeenstemming met het geloof’.

Dat wil zeggen naar de mate van het geloof, dat God ieder in het bijzonder heeft toebedeeld’ (vs 3 NBG51).

Ook bij deze gave gaat het dus niet om het geloof dat behoudt, maar om de mate van persoonlijk geloofsvertrouwen.

Waar het Paulus in Rom.12 om gaat is dit: hoe gaat iemand met zijn/haar gaven om? Is iemands leven een heilig en God welgevallig offer? Hiermee begint hij namelijk in vs.1.

De lijst bevat ook hier slechts voorbeelden, hij is niet geordend naar prioriteiten en is ook niet volledig, zoals blijkt als je deze met de andere opsommingen vergelijkt.

Verder veronderstelt Paulus zowel in de brief aan de Korintiërs als hier in Rom.12 dat iedere gelovige gaven heeft.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 8 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Gewone en bijzondere gaven

Deel 7 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

In deze serie gaat het over de betekenis van de heilige Geest en de gaven van de Geest in het NT. De vorige keer spraken we over de opsomming van geestesgaven die Paulus geeft in 1Kor.12:8-10. Dat is het meest aangehaalde lijstje en deze gaven zijn nogal bijzonder van aard. Dat bijzondere was nu juist wat de Korintiërs het meest boeide en waarnaar zij verlangde.

Hierna gaat Paulus spreken over het lichaam van Christus (1Kor.12:12-27) en legt hij uit dat iedere gelovige een gave heeft en wel die gave die bij hem past, zoals elk lid van ons lichaam een eigen functie heeft.

En dan sluit Paulus zijn betoog af door in 1Kor.12:28 weer een opsomming van gaven te geven, nu iets anders gerangschikt.

‘Nu heeft God in de gemeente allerlei mensen aangesteld, allereerst apostelen, vervolgens profeten, en verder leraren; voorts is er de gave om wonderen te doen, te genezen, te helpen, te besturen en in talen te spreken.’

Er vallen hier twee dingen op. Blijkbaar wil Paulus de Korintiërs op twee punten corrigeren:

  1. Hij geeft duidelijke prioriteiten aan: ten eerste, ten tweede…
  2. Vervolgens valt het op dat hij geen onderscheid maakt tussen meer gewone gaven en bijzondere. De gave om in tongen of vreemde talen te spreken en de gave van goed bestuur staan naast elkaar.

 

Een gave zijn is belangrijk

Er komt hier een heel belangrijke boodschap naar voren. Het belangrijkste is niet een gave te hebben, maar om een gave te zijn. Heeft de gemeente in jou, in u iemand gekregen die een zegen voor de gemeente is, die bijdraagt aan de opbouw van de gemeente?
Dat dit de bedoeling is, blijkt uit de rangschikking van gaven die Paulus hier maakt: de eerste gaven zijn mensen.

Zij hebben niet alleen een gave, ze zijn zelf een gave aan de gemeente. Dit lezen we ook in de brief aan de Efeziërs (4:11), ‘En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren.’

De volgende keer bespreken een derde opsomming van gaven die Paulus geeft in Rom.12:6-8

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 7 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Gaven van de Heilige Geest

Deel 6 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

We zijn in deze serie bezig met een overzicht van de betekenis van de Heilige Geest in het NT. De vorige keer spraken we over de volheid van de Geest of de vervulling met de Geest. Deze gebeurtenis die op het Pinksterfeest de eerste keer plaatsvond, heeft zich sindsdien vele malen herhaald in de levens van individuele gelovigen.

Waar gaat het dan over? Wat gaat die ‘toerusting’ of ‘zalving’ met de Geest’ ons brengen?

Deze vervulling brengt ‘geestelijke gaven’ met zich mee. Op meerdere plaatsen in het NT vinden we hier voorbeelden van.

De meest bekende opsomming staat in 1Kor.12:8-10.

De meest bekende opsomming

‘Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven; aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest; 9 aan een derde door dezelfde Geest het geloof; en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen, 10 de kracht om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, het vermogen om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen.’ (1Kor.12:8-10, WV95)

Het gaat hier om pneumatika, om uitingen die direct door de Geest worden gewerkt. En de opsomming lijkt ontleend aan de wijze waarop de Korintiërs hiermee omgaan. Ik kan niet op alle genoemde gaven ingaan, maar over twee gaven wil ik iets zeggen.

Bij de gave van ‘geloof’ (vs.9) gaat hier niet over het geloof dat ons behoudt, maar de gave van het ‘wonderwerkend geloof’, die sommigen ontvangen.

Het is het geloof, dat ‘bergen kan verzetten’. Door dit geloof ontvang je bijzondere gebedsverhoringen en worden bijvoorbeeld bezetenen bevrijd.

Het is verder opmerkelijk dat er in het Grieks gesproken wordt over ‘gaven van genezingen’, in het meervoud dus. We zullen dit zo moeten opvatten, dat je deze gave niet permanent bezit, maar dat deze uitingen telkens opnieuw door de Geest gegeven worden. Dit geldt voor alle geestesuitingen die Paulus hier noemt.

Het zijn geen talenten die je bezit, maar de Geest bezit deze gaven en gebruikt ons als instrumenten. Een talent bezit je permanent, maar een geestelijke gave is het bezit van de Geest en Hij gebruikt ons telkens als Hij dat wil.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 6 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De volheid van de heilige Geest

Deel 5 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

We hebben voorgaande keren gezien dat alle hoogtepunten in het leven van Jezus ook betekenis hebben in ons geloofsleven. Zo ook de uitstorting van de Geest op Pinksteren.

Paulus spreekt in dit verband over het ‘zegel’ van de Geest (2Kor.1:22) of de ‘verzegeling’ met de Geest (Ef.1:13; 4:30). De Geest is dan het ‘onderpand’ (arrabon),  de aanbetaling van een veel grotere belofte.

Johannes noemt in zijn brieven dit persoonlijke pinksteren een ‘zalving’ van de Geest (1Joh.2:20,27; vgl. ook Lucas in Hand.10:38), die aan de gelovigen is gegeven.

Van prof. Graafland heb ik geleerd dat deze analogie tussen de heilsgeschiedenis en ons geestelijk leven in de dogmatiek ‘heilsorde’ wordt genoemd. Zo kun je heilshistorisch over de openbaring in de Schrift spreken en ‘heilsorderlijk’ over de geloofsweg van een mens. Er is een analogie tussen de heilsgeschiedenis en de persoonlijke heilsorde.

In de grote christelijke tradities, zoals de Rooms-katholieke en Orthodoxe kerken, maar ook in de Anglicaanse en Lutherse traditie, is de heilsorderlijke betekenis van Pinksteren altijd bewaard gebleven, namelijk in de leer en praktijk van het vormsel of de confirmatie.

Sinds Tertullianus (plm. 200 n. Chr.) is dit een eeuwenlange breed gedragen visie, die m.i. door en door bijbels is. De waterdoop is gericht op het behoud, de Geestesdoop of confirmatie op de toerusting van de christen met kracht van de Heilige Geest.

In de Gereformeerde traditie is dit geloofspunt helaas erg vervaagd. Wel heeft de missioloog prof . Dr. J.H. Bavinck zich sinds het midden van de 20e eeuw enorm ingezet om dit geloofspunt weer onder de aandacht te brengen. In zijn boekje “Ik geloof in de Heilige Geest” (1963) maakt ook hij onderscheid tussen de ‘wederbarende werking’ van de Geest en de ‘bekrachtiging’ met de Geest.

Het is de pinksterbeweging geweest die dit belangrijke thema in de 20 eeuw krachtig op de kaart heeft gezet, in geschrift, maar vooral in de praktijk. Waar het dan over gaat, komt in volgende bijdragen aan de orde.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Zo Meester zo leerling

Deel 4 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

In de vorige blogs hebben we gezien dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en op het Pinksterfeest na zijn hemelvaart.

We zien ook dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben. Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

Een paar voorbeelden. Jezus heeft in zijn gesprek met Nicodemus duidelijk gemaakt dat ook zijn volgelingen uit de Geest geboren moeten worden. Deze wedergeboorte is onmisbaar. Hij zegt namelijk ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ (Joh.3:3) en: ‘Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. (Joh.3:6).

Verder heeft Jezus onderwezen dat ook zijn volgelingen gedoopt moeten worden en dat ook voor hen de belofte van de vervulling met de Geest vervuld zal worden.
En na zijn opstanding heeft hij hen duidelijk gemaakt dat ook hun bediening en getuigenis niet zonder de kracht van de heilige Geest kan. Daarom moesten ze wachten in Jeruzalem.

Ook in de brieven van het Nieuwe Testament zien we dat de apostelen deze overeenkomst tussen meester en leerling leren. Paulus zegt in Rom.6:4-5 ‘We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven … Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.’

En in Efez.6:2 betrekt Paulus ook de hemelvaart in deze analogie. ‘Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelse sferen, in Christus Jezus.’

 

De volgende keer zullen we wat dieper ingaan op de betekenis van de uitstorting van de Geest op Pinksteren in de geloofsweg van de individuele gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 4 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten aangesteld over een stad of streek

Deel 7 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

Omdat de pastorale brieven om meerdere redenen een eenheid vormen, bespreken we de plaats van ‘oudsten’ in deze brieven samen. We beperken ons ook hier tot de vraagstelling, hoe de positie van de ‘oudste’ eruit ziet als we de teksten lezen tegen de achtergrond van de plaats van ‘oudsten’ in de joodse gemeenschap. De term ‘oudste’ (presbuteros) komt drie keer voor (1Tim.5:17,19 en Tit.1:5) en ‘oudstenraad’ (presbuterion) één keer (1Tim.4:14).

We beginnen met de meest duidelijke plaats, namelijk Tit.1:5 waar Paulus tegen Titus zegt: ‘Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en per stad (kata polin) oudsten aan te stellen.’ Het ‘per stad’ geeft aan dat we in de pastorale brieven te maken hebben met de gemeente in de zin van stads- of streekgemeente (1Tim.3:5,15; 5:16). We hebben hier een aanwijzing van het niveau waarop de oudsten werkzaam zijn. Het is niet aannemelijk dat er wel gemeenten waren, maar geen leiders. Het is wel begrijpelijk wanneer hier het leiderschap op stadsniveau (kata polin) wordt geregeld. Deze leiders zullen voortaan de verantwoordelijkheid dragen die voorheen door de apostel en zijn medewerkers werd genomen.

Deze oudsten krijgen nu de taak van ‘opziener’ (Tit.1:7), omdat ze niet alleen gezag hebben vanwege hun leeftijd, maar een functie hebben gekregen en de daarbij horende arbeid doen. Ongetwijfeld werden tegelijkertijd andere ‘oudsten’ tot dienaren of helpers benoemd.

De andere tekstplaats waar ‘oudsten’ ter sprake komen is 1Tim.5:17 en 19. ‘De oudsten die zich goede bestuurders tonen, verdienen dubbele eer/beloning, vooral als zij de zorg voor de prediking en het onderricht op zich hebben genomen’ (vs 17). Het gaat hier niet om een oudste in het algemeen, maar om die oudste, die goed leiding geeft. Met andere woorden het betreft een oudste met een uitvoerende taak.

Er zijn in de pastorale brieven maar twee functies: de opziener (episkopos) en de dienaar/helper (diakonos). De ‘oudsten’ zijn evenals in de joodse gemeenschap zeer gerespecteerde oudere leden van de christelijke gemeenschap.

Concluderend kunnen we stellen dat in de pastorale brieven de bestuurlijke oudsten leiding geven aan de hele christelijke gemeenschap in een stad of streek, die bestaat uit meerdere huiskerken.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 7 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in Antiochië

Deel 5 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer zagen we hoe ‘oudsten’ functioneerden in de christelijke gemeente in Jeruzalem. Het zijn geen oudsten van één plaatselijke gemeente, maar oudsten voor de hele stad, voor alle gelovigen in Jeruzalem. En dat waren wel 5000 gelovigen verspreid over minstens 150-165 huiskerken. Hoe was dat in steden en gebieden buiten Israël? Vandaag kijken we naar Antiochië in Syrië.

In Hand.14:23 gaat het over oudsten in Antiochië. Is de situatie hier te vergelijken is met die in Jeruzalem? In 14:23 zegt Lucas dat Paulus en Barnabas in allerlei plaatsen oudsten aanstelden of bevestigden kat’ ekklēsian (per gemeente). Dit staat in contrast met het elders gebruikte kat’ oikon (per huis, bijvoorbeeld in 2:46, Jeruzalem en 20:20, Efeze).

De omschrijving van de gemeente in 13:1 wijst er op dat Lucas hier spreekt over de Antiocheense gemeente in haar geheel en dat de daar genoemde profeten en leraren een erkenning genoten bij de hele gemeente. Ook de beschrijving van de werkzaamheden in Antiochië in Hand.11:19vv wijst in deze richting, namelijk dat al ten tijde van Paulus en Barnabas deze gemeente uit meerdere huisgroepen bestond (zoals in Jeruzalem). In een paar verzen wordt tot driemaal toe herhaald dat hier een groot aantal mensen tot geloof kwam (vs.21, 24, 26). Als Lucas in Jeruzalem over aantallen spreekt heeft hij het over 3000 en 5000 personen (2:41; 4:4). Het is daarom onmogelijk dat hij met een ‘groot aantal’ in Antiochië niet meer dan dertig, veertig personen zou bedoelen. Het is dan ook heel aannemelijk dat de in 13:1 genoemde mannen leiders van verschillende huisgemeenten zijn en dat zij gezamenlijk het leiderschap vormden wanneer de gelovigen te Antiochië kat’ ekklēsian bij elkaar kwamen. We mogen dus aannemen dat met ‘gemeente’ in 14:23 niet de huisgemeente bedoeld is, de gemeente die op één plaats samenkomt, maar de stadsgemeente, de gemeente in de zin van alle gelovigen in die stad. Over die stadsgemeente worden oudsten bevestigd.

Er is nog een tweede reden waarom Hand.13:1 van belang is om de werkzaamheden in 14:23 te begrijpen. In Hand.13 worden Paulus en Barnabas zelf uitgezegend onder handoplegging met bidden en vasten. In 14:23 gebeurt dit ook, maar nu zijn zij degenen die anderen de handen opleggen en zegenen. Deze sterke overeenkomst helpt ons ook om het woord cheirotoneo dat een heel breed betekenisveld heeft (kiezen [met handopsteking], selecteren, nomineren, aanwijzen, aanstellen, bevestigen [onder handoplegging])  hier op de juiste wijze te begrijpen. Tegen de joodse achtergrond van de plaats van oudsten als gerespecteerde wijze mannen binnen de gemeenschap, moeten we hier denken aan bevestigen en inzegenen, d.w.z het aan de Heer opdragen van deze mannen in hun verantwoordelijkheid van ‘oudsten’ van de christelijke gemeenschap op stadsniveau. De ‘oudsten’ worden dus niet gekozen of aangesteld, maar zijn vanwege hun leeftijd, status en bijdrage aan de gemeente naar voren gekomen en dat wordt nu door de rondreizende apostelen bevestigd.  Zoals Paulus en Barnabas zelf aan de Heer waren opgedragen voor hun reis, zo vertrouwen zij nu op hun beurt anderen toe aan de genade van God.

De volgende blogs zullen we ingaan op de situatie in Kreta en de wereldstad Efeze.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 5 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in de kerk. Welke kerk?

Deel 2 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer spraken we over de oudsten in de synagoge. We zagen dat deze oudsten niet de leidinggevenden in de synagoge waren, maar oudsten van het dorp of de stad. Daarmee waren zij voor veel meer verantwoordelijk dan alleen de plaatselijke synagoge.

Vandaag kijken we naar de kerk in het Nieuwe Testament. Wat bedoelen de apostelen wanneer ze over de ‘kerk’ spreken? Het blijkt dat ze hiermee niet altijd hetzelfde bedoelen. Er is al een halve eeuw een consensus dat het begrip ekklēsia (kerk, gemeente) in het Nieuwe Testament niet twee, maar drie vormen of gestalten kent. Met andere woorden, we komen in het woord ‘kerk’ (ekklēsia) tegen in drie betekenissen:

  1. In aansluiting bij het oudtestamentische woordgebruik wordt het woord gebruikt voor de ‘universele gemeente’ waartoe alle christenen behoren. Dit is bijvoorbeeld het geval in Efez.1:22-23,
    ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.’
  2. Ten tweede wordt het gebruikt in de betekenis van ‘plaatselijke gemeente’, dat wil zeggen de gemeenschap van alle christenen in een bepaalde plaats of streek. In het begin was er natuurlijk geen onderscheid tussen de universele gemeente en de stadsgemeente te Jeruzalem (bv. Hand.5:11: ‘de gehele gemeente’). Maar al spoedig vernemen we naast ‘de gemeente van Jeruzalem’ (Hand.11:22), ook van een ‘gemeente door geheel Judea, Galilea en Samaria’ (Hand.9:31). Het gaat dan over stads- of streekgemeenten in een bepaald gebied.
  3. Ten derde is er sprake van een ‘gemeente aan huis’. In Rom.16:5 te Rome, in 1Kor.16:19 te Efeze (beide ten huize van Aquila en Priscilla, maar op verschillende tijdstippen), in Kol.4:15 te Laodicea bij zuster Nymfa aan huis en in Filem.2 te Kolosse bij Filemon. Van deze ‘gemeenten die op één plaats samenkomen’ waren er blijkbaar meer in één stad, zoals uit Rom.16:5 op te maken is. Dit is ook het geval in Hand.2:41-47, waar de minstens 3000 gelovigen te Jeruzalem kennelijk in minsten 100 kleine huisgemeenten samenkwamen.

Het is dus van belang dat wanneer we in het NT het woord ‘kerk’ tegenkomen, we uit de context moeten opmaken over welke betekenis het gaat. En als we spreken over oudsten in de kerk, over welke kerkvorm gaat het dan? Over welke ‘kerk’ hebben Paulus en de andere apostelen oudstan aangesteld? De eerste, de tweede of de derde? Dat onderscheid is natuurlijk wel van wezenlijk belang. De volgende keer meer hierover.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!