Ik kwam in geestvervoering

Deel 2 van 12 van het thema ‘Lessen uit Openbaring ’ door Gijs van den Brink

 

De vorige keer zagen we dat Openbaring een boek vol met visioenen is die niet altijd gemakkelijk te begrijpen zijn.

Nu willen we stilstaan bij de geestelijke ervaring waarbij Johannes zijn visioenen kreeg. Hij vertelt er zelf iets over.

In Op.1:10 zegt hij (letterlijk vertaald) ‘ik geraakte in de geest (egenomēn en pneumati, van ginomai, ontstaan, worden) op de dag des Heren; en ik hoorde achter mij ….’.

Hij zegt niet ‘ik was in de geest’, maar ‘ik geraakte in de geest’. We lezen dit ook in 4:2 (vgl. ook 17:3 en 21:10). Het gaat om de geestelijke ervaring die Petrus en Paulus beschrijven als ‘ekstasis’,  zinsverrukking of geestvervoering (Hand 11:5; 22:17). Wat Johannes ondergaat is een vorm van profetische extase, waardoor hij ‘in (de) geest’ in de hemel aanwezig is (4:1, vgl. Paulus, 2Kor.12:2-5).

Verder lezen we in het boek ongeveer 50 keer ‘ik zag’ en ongeveer 25 keer ‘ik hoorde’. Het is duidelijk dat visioenen en audities (het horen van stemmen en geluiden) de wijze zijn waarop Johannes zijn openbaringen ontving.
Maar betekent dit nu dat zijn wil en verstand waren uitgeschakeld? Blijkbaar niet, want we zien een interactie tussen een bewust aanwezige Johannes en wat in het visioen gebeurt. Johannes reageert emotioneel op wat hij ziet en hoort. Bijvoorbeeld in 5:4 moet hij erg huilen als hij merkt dat niemand de boekrol in de hand van God kan openen. Ook geeft hij antwoord op vragen die hem in het visioen gesteld worden (7:13-14). Dit alles zien we overigens ook bij de profeten in het OT. Ze zien visioenen en horen stemmen bij volle bewustzijn (Jer.1:11; Eze.10:15; 43:3; Dan.9:21; Am.7:8).

Zo gaat bijvoorbeeld in Openbaring 11:4 een visionaire toestand, waarin God of een engel tot Johannes spreekt over in een profetische rede waarin Johannes zelf aan het woord is.

Waarom het Boek Openbaring zoveel moeilijker te begrijpen is als het evangelie of de brieven komt door de visioenen. Johannes doet moeite om wat hij ziet en hoort te beschrijven voor zijn hoorders.

 

 

 

 

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 2 van 12 beknopte blog over het thema “Lessen uit Openbaring” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

De uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren

Deel 3 van 10 van het thema ‘De Heilige Geest in het NT ’ door Gijs van den Brink

 

Na zijn opstanding zegt Jezus tegen zijn discipelen:

‘‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. (Hand.1:4)

Ze moesten wachten in Jeruzalem en niet terugkeren naar hun geboortestreek Galilea. En dat laatste  lag toch voor de hand!? Waarom Jeruzalem niet verlaten? Wachten op de komst van de Heilige Geest.

Het zal over een paar dagen gebeuren, zegt Jezus in Hand.1:5. Wist hij dat dit op het Pinksterfeest zou zijn? Wát zal er dan gebeuren? Ook dat wordt door Jezus duidelijk gezegd:

Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ (Hand.1:8).

En dan komt de dag van het Pinksterfeest. Hand.2:1-4.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

En dan komt Petrus naar voren en zegt: Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël (Hand. 2:16).

Het pinkstergebeuren was geen eenmalige gebeurtenis, maar blijft zich herhalen. Het gebeurt nog eens in Samaria wanneer Petrus en Johannes daar komen (Hand.8) en ook weer in het huis van Cornelius in Caesarea, een Romeinse centurio, een hoofdman over honderd (Hand.10).

Wat hebben we tot nu toe gezien? Ten eerste dat bij hoofdmomenten in het leven en de bediening van Jezus de Heilige Geest een hoofdrol speelt. Dit is bij zijn geboorte, zijn doop, zijn bediening op aarde en zijn vervanging na zijn hemelvaart. Het laatste wordt ook wel zijn wederkomst in de Geest genoemd.

Ten tweede zien we dat Jezus zijn discipelen erin heeft onderwezen dat deze hoofdmomenten ook in hun leven een plaats zullen hebben.

Er is een analogie tussen de meester en zijn leerlingen.

De volgende keer meer over deze overeenkomst tussen Jezus en ons als gelovigen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 3 van 10 beknopte blog over het thema “De Heilige Geest in het NT” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Oudsten in brieven van Jakobus, Petrus en Johannes

Deel 8 van 9 van het thema ‘Leiderschap van oudsten ’ door Gijs van den Brink

 

In de vorige bijdragen zagen we hoe oudsten functioneerden in het boek Handelingen en in de pastorale brieven Timoteüs en Titus.

In de overige boeken van het Nieuwe Testament komen de oudsten, hoewel minder pregnant, nog voor in de brieven van Jakobus, Petrus en Johannes. We zullen de plaatsen kort bespreken en zien of ze passen in het beeld dat we tot nu toe hebben gekregen.

In Jak.5:14 lezen we dat zieken worden aangemoedigd de oudsten van de gemeente te roepen en voor zich te laten bidden. Omdat Jakobus niets zegt over de kerkstructuur, weten we niet of hij met ‘gemeente’ de huisgemeente bedoelt of de stadsgemeente. Beide is mogelijk. In het eerste geval spreekt Jakobus over oudere, wijze, gerespecteerde broeders (vgl. 1Tim.5:1). In het tweede geval over leiders van de gemeente op stads- of streekniveau.

Ook Petrus spreekt in zijn brief over ‘oudsten’ en noemt zichzelf ‘medeoudste’ (1Pet.5:1,5). In lijn met het joodse gebruik gaat het bij een ‘oudste’ blijkens de tegenstelling met ‘jongeren’ (vs.5) om een oudere wijze gelovige, wiens leiding men moet respecteren en volgen.  Maar ook in de Petrusbrief is de gemeentestructuur niet duidelijk beschreven en we weten daarom niet hoe een ‘oudste’ hier precies functioneert.

Dan hebben we nog het gebruik van ‘oudste’ door de apostel Johannes. Hij gebruikt de term in de aanhef van twee van zijn brieven om zichzelf aan te duiden: de oudste aan … (2Joh.1; 3Joh.1).  Uit het gegeven dat hij dit in twee brieven doet aan een verschillende groep gelovigen, blijkt dat hij met ‘oudste’ een waardigheid aangeeft die niet tot één (huis)gemeente beperkt is. Hij is dé (bekende) oudste, de apostel, die in meerdere gemeenten groot respect en gezag genoot.  Dit komt overeen met het gebruik van de term in de joodse gemeenschap en ook met wat we tot nu toe zagen, dat de term oudste pas gebruikt gaat worden waar sprake is van de gemeente op stads- en streekniveau. Er is ook hier geen indicatie dat we aan een functie moeten denken.

In de volgende en laatste bijdrage over oudsten in het NT zullen we met een afsluitende conclusie komen.

 

Auteur: Gijs van den Brink
Uit: StudieBijbel Magazine


Dit is deel 8 van 9 beknopte blog over het thema “Leiderschap van oudsten” uit StudieBijbel Magazine, waar we de komende tijd een gedeelte van online zullen plaatsen. We hopen dat je hierdoor de Bijbel beter gaat begrijpen!

 

Ga terug naar het artikeloverzicht

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!